Sonic City 2016 :: Love Is The Answer

Vorig jaar hadden we de aanslagen in de onlangs heropende Bataclan, nu hebben we President Tr… Neen, we krijgen het nog steeds niet uitgesproken. In ieder geval bleek Sonic City voor de tweede maal op rij het gedroomde antidotum na een week van ongeloof en ontreddering. Savages was de curator van dienst voor deze negende editie, waarin liefde daadwerkelijk the answer was.

Dag 1

Wat houden we toch van de variatie, de spitsvondigheid en de kleinschaligheid van Sonic City. Het Kortrijkse indoorfestival is jaar na jaar een lichtbaken in donkere herfstdagen: één podium, een zestiental optredens, hopen kwaliteit en een onbegrensde liefde voor muziek, wars van alle trends. De eerste dag van deze jaargang werd (na een haperende start) een verfijnd schot in de roos, met als absolute hoogtepunt een ontketende woordkunstenares uit South East Londen.

Maar het is aan Duke Garwood om de aftrap te geven. De bluesrocker speelt verre van slecht maar is nog niet bekomen van zijn set op Le Guess Who? amper 12 uur eerder. In plaats van de duisternis te doen neerdalen in De Kreun heeft hij moeite om de mist in zijn hoofd te verdrijven. Begrijpelijk gezien de korte nacht, maar desalniettemin jammer. Voor Inga Copeland is er een publiek, maar ook een tijd. Zo vroeg op de dag komen haar dissonante beats niet genoeg tot z’n recht, al kan ze rekenen op een erkentelijk Kortrijks publiek. En arme Jessy Lanza, met haar gouden stem en ophitsende beats heeft ze De Kreun voor het eerst écht mee, tot een defect noodgedwongen een einde maakt aan haar set.

Dus alle ogen gericht op Bo Ningen om Sonic City 2016 te lanceren. Vorig jaar ontketende de Japanners een ware tsunami waarbij geen seconde ademruimte werd gegund. Dit keer putten ze uit een ander, meer gevarieerd vaatje. Zo openen ze met een uitgesponnen ‘ballad’ — tussen aanhalingstekens, het blijft tenslotte Bo Ningen — die pas na een vijftal minuten ontaardt in aloud overstuurd gitaargeweld. De set laveert een aantal keer op en neer, waarbij zwalpende psych en doeltreffende noise elkaar afwisselen. Geen complete destructie deze keer, al zijn er zekerheden in het leven: de tandem Tsujii – Matsuda laat de gitaren gieren en frontman Taigen Kawebe presenteert zichzelf als de basgoochelaar die hij is. De band valt verder op geen fout te betrappen en laat een boeiend nieuw gezicht zien.

De stormram van deze dag, dat is Mykki Blanco. Eerder had hij zich in een artist talk sessie met Kurt Overbergh nog laten kennen als een vriendelijke, ietwat bedeesde gesprekspartner, maar eens op het podium verandert hij in een ontketend genderfluïde beest, de unchilled version van zichzelf, zoals hij het zelf noemt. “Fuck being low key”, opent hij zijn set en zo is het maar net. Blanco geselt de voorste rijen met zijn uitgetrokken… euh… kleed, duikt in het publiek, pijpt zijn microfoon terwijl hij een hand in zijn short laat zakken, enzovoort. Het is een intrigerend schouwspel, maar wat meer is: Mykki is naast rasperformer een verdomd strakke rapper. Aan Overbergh zei hij nog dat een goeie rapper over cadans, een aparte stem en ‘a way with words’ moet beschikken. Hijzelf heeft dat allemaal, en meer.

De op voorhand gevreesde incoherentie van deze line-up wordt uiteindelijk een kwaliteit: elk optreden blijkt een totale ommezwaai ten opzichte van het vorige, waardoor verveling nooit toeslaat. Zo ook met Suuns, oudgedienden op dit festival, die na het tomeloze geweld van Blanco contrasterend low key blijven. Geen spots die hen belichten, hun silhouetten donker afgetekend tegen de oplichtende 3D letters ‘SUUNS’ erachter. Verder is de interactie met het publiek even minimalistisch als hun laatste plaat, maar wie kan het wat schelen? De muziek is hetgeen wat telt bij Suuns en dat is ruim voldoende. Het repetitieve “Instrument” pulseert al vroeg doorheen de zaal en zet een toon die bedwelmend aanhoudt. Nooit komt het tot een uitbarsting, maar dat hoeft ook niet: de ongrijpbare, gelaagde klankenstroom werkt een collectieve hypnose in de hand. Tot de band die abrupt beëindigt met een snedig “Reclamation” van Fugazi. We gunnen hen dat pleziertje, en delen er volop in.

Later op de avond krijgen post-rockers Tortoise de eer af te sluiten, wat ze doen met een degelijke set, maar winnaar van de dag wordt toch vooral Kate Tempest. De Britse rapper, schrijfster en gelauwerd poëet brengt in De Kreun integraal haar laatste album Let Them Eat Chaos, waarin ze aan de hand van zeven karakterschetsen een aantal hete maatschappelijke hangijzers aankaart. Elk karakter worstelt met zichzelf en met de opgevoerde eisen die het leven aan hem of haar stelt. Ze doen dat onuitgesproken, achter gesloten deuren, in het holst van de nacht: 4.18 am

Het album is een ooggetuigenverslag van existentiële crises en fundamentele stuurloosheid, universeel herkenbaar en geen klein beetje confronterend. Maar deze live-uitvoering is nog veel meer dan dat. Tempest brengt haar woordenflow ten berde met zoveel overtuiging en inleving dat het nekharen doet rijzen en ogen bevochtigt. Wanneer in het midden van “Europe Is Lost” de beat wegvalt en ze a capella verder voordraagt, wordt het muisstil. Zelfs die ene irritante zatlap naast ons weet even niet meer wat uitkramen wanneer een ontketende Kate fulmineert: “The product of product placement and manipulation/Shoot ’em up, brutal, duty of care/Come on, new shoes, beautiful hair, bullshit!/Saccharine ballads and selfies, and selfies, and selfies/And here’s me outside the palace of ME!” Het is een alleszeggend moment. De beats dragen zeker bij aan de doeltreffendheid van de performance, maar Tempest is zo een bevlogen vertelster dat ze die niet altijd nodig heeft. In de negentig minuten die ze krijgt, komen Bradley, Esther en de andere vijf personages als het ware tot leven op de bühne. Intens en overrompelend.

”I’m pleading with my loved ones to wake up and love more”, besluit Tempest. Meer liefde en minder angst, het is een boodschap die Sonic City ten harte neemt met een staande ovatie, waarna de vraag toch even rijst of curator Savages dit optreden zal kunnen evenaren, laat staan overtreffen.

Dag 2

De begeesterende veelzijdigheid van de Sonic City zaterdagline-up kwam niet meer terug op zondag. Doorheen de dag kregen we weliswaar alles van donkere elektronica over wave tot postpunk te horen, maar te veel sets bleven steken in eerste vitesse om te kunnen spreken van een supersunday. Niet dat dit de goesting of spanning compromitteerde: Savages zou zijn opwachting maken en het festival afsluiten met een paar welgemikte kopstoten en een liefdevol kushandje.

Een bastaardkind van Alain Vandam en Ashton Kutcher ten tijde van That 70’s Show, zo ziet Don Teel Curtis eruit. Geen geweldige podiumprésence dus, wél een paar goeie ideeën. De combinatie van zijn bariton en kille elektronica doet onmiddellijk denken aan Alex Cameron. Weliswaar zonder de doorgedreven absurditeit en de danspasjes, want Don Teel zit uitdrukkingsloos op een stoel de knopjes te bedienen. Kite Base is zowat het tegenovergestelde. Bassisten Ayse Hassan (van Savages) en Kendra Frost zijn heel erg easy-on-the-eye, maar klinken inspiratieloos en beperkt. Frost neemt bas, drumcomputer en zang voor haar rekening waardoor Hassan de vrijheid krijgt om helemaal löss te gaan op haar basgitaar. Een goeie strategie waar ze verder niks mee doen. Beiden staan op een eiland te spelen en de geluidsbrij die dat veroorzaakt is zeer diffuus. Over naar A Dead Forest Index uit Nieuw-Zeeland, die met ingetogen muzikale precisie een ceremonie lijken te verzorgen. Emotioneel geladen met bloedmooie zang die aan Nico refereert, maar weinig gevarieerd en aanhoudend somber. De eindeloos repetitieve refreinen doen aanvankelijk de adem stokken en vervolgens afvragen of Leonard Cohen al een uitvaart heeft gekregen.

We tipten ze terecht, want de set van Britse beatwizards Demdike Stare vormt een eenzaam hoogtepunt. Visuals werden thuisgelaten, al blijkt dat geen onoverkomelijk gemis. In een pikkedonkere zaal creëren Sean Canty en Miles Whittaker soundscapes die dissonant, grillig en beenhard zijn. Een bonkende versie van “Rathe” — uit hun Testpressing serie — bouwt een paranoïde spanning op waarna een Jehnny Beth vocal sample vele ogen richting het donkere podium doet loeren. Staat ze daar te zingen? Helaas niet, maar het optreden valt er niet mee. Piepen, bonken, schuren, kraken, … Demdike Stare verheft het tot een kunst en doet het bij wijlen nog dansbaar klinken ook. Ze mochten gerust nog een half uur verder doen, maar Wrangler moet aan de bak met een elektronische set die vrij gedateerd en niet half zo spannend klinkt.

Ook getipt door ons, maar — toegegeven — minder succesvol, blijkt het concert van de Russische new-waveband Motorama. Er valt technisch weinig op af te dingen maar daar is jammer genoeg alles mee gezegd. Geen idee of iemand vanuit de coulissen een revolver op ze richt, maar iedere vorm van spelplezier is zo goed als onbestaand. Een ogenschijnlijke routineklus, waarvoor zanger Vladislav Parshin zich niet eens van zijn fleecetrui en bouwvakkerspetje had ontdaan.

Na Suuns gisteren, nog een oudgediende: Beak>. Voor de derde keer staan de krautrockers op de Kortrijkse planken en dat is niet hun beste keer. “It’s like playing inside of my head, being watched by my nan”, grapt Geoff Barrow over de sound op het podium en hij wekt er sympathie mee op. Jammer genoeg voelt hij zich aangemoedigd en ontplooit hij zich verder tot Zijne Joligheid. Het is een euvel dat haaks staat op de minutieus opgebouwde deuntjes die zijn band naar voren brengt. De gebruikelijke dreiging en intensiteit wordt erdoor beklad, waardoor we nooit helemaal mee zijn.

Bij Savages ben je uiteraard aan het juiste adres voor dreiging, maar vanavond ook voor heel veel liefde. Leonard Cohens gedicht “A Thousand Kisses Deep” rolt als intro van de bühne en doet kroppen in kelen wegslikken. Het zal niet de enige keer zijn dat ze aan de betreurde singer-songwriter refereren. Wanneer de band vervolgens verschijnt is dat geen moment te vroeg. Deze dag werd getekend door een schrijnend gebrek aan persoonlijkheid en Savages dient dat in zijn eentje recht te zetten. Dat blijkt geen noemenswaardig probleem, want stilistisch zit het als vanouds goed én er wordt op het scherp van de snee gespeeld. Bassiste Hassan is — in tegenstelling tot deze middag — bij de les en laat haar instrument naar hartenlust feedbacken, Fay Milton mept met uiterste precisie en Gemma Thompsons gitaarspel is simpelweg een sonische aanval, zonder daarbij in chaos te vervallen. Althans niet onbedoeld.

Wat meer is: Beth weet haar torenhoge charisma tot het uiterste te benutten. Een verwilderde blik in haar ogen en een paar kordate handbewegingen zijn genoeg om De Kreun te doen ontploffen. Vanaf het moment dat “I Am Here” een aanhef neemt, raast ze over het podium en ruit ze haar troepen op. “Sad Person” en “City’s Full” volgen, waarna de zangeres haar — overwegend mannelijke — toehoorders aanspoort twee stappen naar voor te zetten om een venijnig “Husbands” in hun gezicht te spuwen. Maar tussendoor weet ze ook te zalven. “Let’s sing another song, boys,” ordonneert ze, met alweer een knipoog naar Cohen. Daarbij deelt ze voorzichtig glimlachend en zichtbaar genietend handjes uit aan de voorste rij, die haar even later letterlijk op handen zal dragen.

Sluipend gif “Adore” en het onvermijdelijke “Fuckers” ronden af with a bang. De mindere line-up van vandaag is er onmiddellijk mee vergeven. ”I’ll go insane/Love is the answer,” klonk het ergens halfweg de set en daarmee vatte Savages niet alleen zijn optreden maar het hele weekend samen. Gun ons alsjeblief een dag of tien om af te kicken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =