Venomous Concept :: 31 januari 2016, Het Bos

In geen tijd heeft Het Bos zich geprofileerd als een van de boeiendste artistieke vrijplaatsen van Antwerpen, met performances, film, kunstlabo’s en veel concerten. Metal, folk, punk, elektronica, garagerock, vrije impro, het kan er allemaal. En gisteren was het vlammen geblazen, met de komst van all star grindformatie Venomous Concept, dat er een vette punt achter een Europese tour zette.

Maar eerst het lokaal geweld van Genocidal Terror, een vrij nieuw trio met, als we het juist hebben, voorlopig één EP (Nerve Gas Holocaust) op de teller. Songtitels als “Zombie Deathsquad” en “Serial Skull Fucker” bewijzen, net als de bandnaam, dat de band vrij trouw is aan de grindcoreregels, en dat is ook muzikaal het geval. De gitarist, die uitpakte met een behoorlijk vette sound, zorgde voor het diepe gegorgel, de bassist – een type dat zo weggeplukt leek uit de oude Gang Green – zorgde voor de krijsende tegenstem. No nonsense songs en no nonsense attitude, met net genoeg afwisseling en furie om te blijven boeien.

The End Of Ernie is al bezig sinds einde jaren tachtig, maar staat intussen ook al een stuk of tien line-ups verder. Een combinatie van oud(er) en jong op het podium, met deze keer een wat meer punkgeoriënteerde sound, maar dan wel de variant van de jaren tachtig, waar hier en daar een klets crossover en crusty straatpunk aan was blijven hangen. De zanger deed afwisselend denken aan Kurt Brecht (D.R.I.) en Lee Hollis (The Spermbirds), de bassist zat in gedachten bij SunnO))), en de band als geheel klonk eigenlijk verrassend catchy. Niet echt spek voor onze bek, maar ze menen het nog altijd, en dat is al iets.

Venomous Concept dan. Het recent verschenen Kick Me Silly, opvolger voor het even zelfrelativerende als ziedend vlammende Poisoned Apple (2008), laat er geen twijfel over bestaan dat dit kwintet vooral niet te serieus genomen wil worden. De muziek – een explosieve combinatie van grind, old school hardcore, een flard thrash en hier een daar een Discharge-knipoog – hakt er aardig op los, maar niet met de consistent kwade boodschap en muziek van Napalm Death en Brutal Truth. De songtitels, Kevin Sharps gelul tussen de songs, en de manier waarop de band erbij staat dragen bij aan dezelfde boodschap: ze doen dit omdat ze niets plezanter vinden dan kabaal maken met z’n vijven. Ook een stelletje bijna-vijftigers mag dat.

Het duurde even voor het goed zat qua sound, maar door meteen een paar klasbakken na elkaar – “Drop Dead”, “Water Cooler” en “Rise” – weg te geven, werd nogmaals bevestigd dat de band de vanuit de heup afgevuurde rock-‘n-roll nooit uit het oog verliest. Met een rammelaar als Danny Herrera achter de vellen zal het tempo altijd vrij strak blijven, maar de uitvoeringen hebben hier en daar het slordige outlaw-randje dat de moederbands zelden zo expliciet lieten kijken. Sharp (naar goede gewoonte op blote voeten en met cowboyhoed) en de zijnen namen bodybuilderposes aan, gooiden pindakaasboterhammen in het rond en deelden knuffels uit, maar schudden gelukkig ook een resem knallers uit de mouwen. Gitaristen Shane Embury en Johnny Cheeseburger haakten daarbij naadloos in elkaar en blaften nu en dan een keer mee.

En als we wat op te merken hadden over de productie van Kick Me Silly (compressie, compressie, compressie), dan werden die bezwaren hier van tafel geveegd. De geinige explosie van “Johnny Cheeseburger” (hun eigen “We Suffer”), de tussen hardcore en grindcore stuiterende bom “Human Waste” en het met geblaf op gang gebrachte “Leper Dog” waren stuk voor stuk voor grofgebekte lappen tyfusherrie. Maar het was, zoals de band aangaf, de ideale manier om het weekend af te sluiten, en job en baas kregen via “A Case Of The Mondays” en “Workers Unite” de middenvinger. Venomous Concept, werkmansrock? Yep, maar dan wel met een staaf dynamiet in de kont.

Afsluiten gebeurde met een greep songs uit Retroactive Abortion, waarmee de band twaalf jaar geleden zijn intrede maakte. Sindsdien verschoof het politieke element wat naar de achtergrond en kwam het vrijblijvende, humoristische kantje meer naar voor, maar dat deerde niet, want dit uurtje vlammen verveelde geen seconde. Integendeel: de eerste Antwerpenaar die we buiten tegenkwamen liep in een boogje om ons heen door die brede grijns op onze tronie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + vier =