Steak Number Eight :: 16 december 2015, AB

“In 2008 hebben we hier gewonnen met dat nummer en nu hebben we een show uitverkocht, de max hé? Het wordt sowieso zot”, sprak Brent Vanneste in een interview. Zijn woorden waren profetisch, want de releaseshow van Steak Number Eight in de AB was er meer dan boenk op.

In 2008 was Steak Number Eight met een gemiddelde leeftijd van 14,5 de jongste winnaar ooit van Humo’s Rock Rally dankzij dat ene monster van een nummer. Ook in de AB komt “The Sea Is Dying” aan als een emotionele mokerslag. De drumslagen kondigen als het ware het einde van de wereld aan. Vanneste schreeuwt de longen uit zijn lijf terwijl de gitaren in de gehoorgang razen. Zo’n nummer klinkt nog altijd even intens als Isis (de band) vroeger, maar er is in de AB veel meer te beleven dan die klassieker. Steak Number Eight is tegenwoordig veel méér dan die band van “The Sea Is Dying”, een Isis- of een — wat zullen we zeggen — Mastodon-kloon, maar de band heeft bovenal een eigen geluid gevonden.

Sinds 2008 hebben Vanneste en co een trouwe aanhang opgebouwd die bestaat uit jonge en oudere metalfans. Dat de AB Box maanden op voorhand uitverkocht, is niet verwonderlijk. En die fans zijn duidelijk van het uitzinnige type, want van zodra het gigantische scherm met geprojecteerde sterretjes oplicht en de psychedelische beuker “Space Punch” wordt ingezet, slaat de massa aan het crowdsurfen en pogoën. In dat knappe openingsnummer laat de band afwisselend psychedelische melodieën, up-tempo stukken en hysterische momenten horen. Het is de perfecte start van een set die zeer goed is opgebouwd, maar ook het publiek op het verkeerde spoor brengt.

Want welke andere Belgische metalband kan er de spanning zo goed in houden — dat we bijna in onze broek doen — en een evenwicht tussen agressie en melodie creëren? “Black Eyed”, een van de twee nummers van The Hutch, is nog maar het tweede nummer van de set en al een kopstoot van jewelste. Ook in het geniale “Your Soul Deserves To Die Twice” is duidelijk dat bassist Jesse Surmont en drummer Joris Casier kracht en techniek bijgekweekt hebben. Om nog maar te zwijgen van gitarist Cis Deman, die net als Vanneste imposante riffs weet te koppelen aan meer atmosferische passages. En zo schipperen de gitaristen van Steak Number Eight een hele set lang tussen progrock en metal.

Zo volgt er na het allesvernietigende “Cryogenius” het meer episch getinte “Track Into The Sky”, een magistraal nummer dat lang wordt opgebouwd met dat rauwe geschreeuw van Vanneste naar een — hoe vreemd het ook klinkt — prachtige climax. Het is bijna tien minuten naar adem happen tijdens het enige nummer in de set waarbij we (onze excuses) aan de recente Mastodon moeten denken. Over andere bands gesproken: “Return Of The Kolomon” zou volgens kenners iets hebben van And So I Watch You From Afar. Dat is misschien een beetje zo, maar het moet gezegd dat het drumniveau bij Steak Number Eight van een ander kaliber is. Hetzelfde geldt voor de ongeëvenaarde oerschreeuwen van Vanneste op het einde van het nummer. Een oerkracht waarvan de Duitsers anno 1939 zelfs zouden opschrikken.

Nog een kanjer van een nieuw nummer: “Gravity Giants”, eerlijk gezegd onze torenhoge favoriet van de nieuwe plaat. Na iets meer dan een minuut ontploft de zaal alweer. De rest van het verhaal kunnen de aanwezigen in onze buurt aan onze okselvijvers ruiken. In het verschroeiende “Dickhead” wordt duchtig op dat elan voortgeraasd met smerige riffs en een onweerstaanbaar refrein. Dat tweede is nog zo’n troef van Steak Number Eight die hen onderscheidt van andere bands. Dan moet “The Sea Is Dying” nog komen, maar dat verhaal kent u dus al. O ja, alsof het publiek nog niet platgewalst is, volgt er nog een encore. En die is ook niet van de minste: tijdens “Pyromaniac” worden de nog altijd waanzinnig extatische fans uitgenodigd om het podium te bestormen. Het is van Sick Of It All meer dan tien jaar geleden dat we zoiets nog gezien hebben in de AB. ‘Nuff said?

Wie zijn eindejaarslijstjes aan het afronden was, mag die dus opnieuw overhoop gooien. Er zijn veel metalshows die na een uur (of zelfs een halfuur) beginnen tegen te steken, maar die van Steak Number Eight boeide anderhalf — we herhalen: anderhalf — uur lang. Steak Number Eight was groots, meeslepend en loeihard. De sky lijkt the limit voor deze nog altijd piepjonge helden. Wie praat er nu nog over Channel Zero?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − tien =