Bloc Party :: 2 december 2015, Cirque Royale

Waar is het in Godsnaam fout gelopen met al die opwindende post-punkbandjes van rond het jaar 2005? Ook Bloc Party, nochtans ooit dé beloftevolle rockband van dat moment, liet woensdagavond in het Cirque Royale horen betere tijden te hebben gekend.

Status Quo. Aan die Britse band moeten we woensdagavond regelmatig denken. Als in de vraag: wanneer gebeurt het dat bands zo blind worden dat ze niet langer beseffen dat hun nieuw materiaal dat niet is, en ze zich de moeite beter hadden bespaard? In een uitverkocht Cirque Royale blikte Bloc Party uitvoerig vooruit op hun in januari te verschijnen vijfde plaat Hymns, en dat zette – het is, zacht gezegd, géén hoogvlieger – een stevige domper op de feestvreugde.

Het lijkt er dan ook op dat we langzamerhand van twee Bloc Party’s mogen spreken. De eerste was een ongelofelijk spannend, en inventief groepje jongelingen, die twee-en-een-half briljante platen maakte vooraleer het kapot ging aan uitvoerig toeren en interne spanningen. Een rustpauze leverde in 2012 het wankele comebackalbum Four op, maar toen ging alles helemaal kapot. Drummer Matt Tong gaf er halverwege een alweer veel te zware tour de brui aan, bassist Gordon Moakes gooide ergens nadien de handdoek in de ring.

Nu leest de promo van Hymns “Copyright Kele Okereke and Russell Lissack professionally know as Bloc Party”. Tong en Moakes, die straffe ritmesectie die debuut Silent Alarm zo onnavolgbaar maakte met hun razende post-punkritmes, zijn vervangen door twee huurlingen die blijkbaar niet echt deel uit maken van de band, en ook vandaag onzichtbaar blijven. Geen kwaad woord over het bassen van Justin Harriss en ook drumster Louise Bartle kwijt zich best goed van haar taak, maar ze kunnen de intensiteit en het spel van dat originele tweetal niet recreëren.

Weg is de strakheid die Bloc Party zo kenmerkte. Dit groepje muzikanten speelt rommelig; is geen band. Je hoort het in het nochtans sterke “Song For Clay (Disappear Hear)” dat door Okereke met een flard van Björks “Big Time Sensuality” wordt ingezet. Wanneer de groep daar naadloos grootste hit “Banquet” aan breit wordt één en ander gelukkig rechtgetrokken. Het zal helaas een zeldzame keer zijn dat de groep er in slaagt enige beweging en enthousiasme door het publiek te jagen.

Hymns, die nieuwe van straks, doet immers niet aan dat soort opwinding. Dat bewijst een moeizaam ingezet “Virtue”, waarvan het stotterende orgeltje pas halverwege echt op snelheid komt. En laat ons alstublieft zwijgen over de nergens heen suffende ballad “Exes”. De dubstepbaslijn van “Different Drug” gaat dan weer zo zo diep dat hij de rest van de klank overstuurt, en tegen dat de song voorbij is, merken we dat onze gedachten al lang zijn afgedwaald. Waren we met iets bezig? Juist ja.

Maar zo is een Bloc Partyconcert vandaag, wanneer elke pauze tussen de songs het tempo uit de set haalt, en “Real Talk” van op Four weer zo’n kabbelende midtemposong is waarvan het oude Bloc Party had gezegd: “God ja, albumtrack dan maar? Of een B-kantje?” Maar dat waren dan ook gouden jaren, toen Okereke nog iets zinnigs had te zeggen over onze afgestompte levens, en hopeloze, moderne liefdes.

Vandaag is Okereke een stabiele volwassene geworden die graag in het krachthonk zit – indrukwekkende armspieren, Kele – en eigenlijk liefst van al zou gaan dansen. Dat zie je in het beukende “Ratchet”, zowat de zwanenzang van die originele line-up, en het ontploffende “Helicopter” – één en al hoekige ritmes, waarin het publiek de zang van bij noot één overneemt. Je ziet hem even verrast opkijken.

En dus werpt het vooral de vraag op waarom van dat nieuwe materiaal enkel single “The Love Within” aan het begin van de bissen ook maar een beetje hint naar de tijden dat Bloc Party probeerde rock aan de nieuwste dansgeluiden te paren. Hier, na een uur waarin de hoogtepunten schaars en vooral oud waren, is het een moment van opwinding. Op de radio, of in een shuffle-playlist met Alles Van Bloc Party, voelt het nog altijd flauw aan. Context is soms alles.

Eén keer mogen we nog dansen: met een “Flux” dat davert over opzwepende elektronische beats. Maar net dan merk je opnieuw hoe Okereke nog steeds niet de beste zanger is. Worstelde hij in “Octopus” vroeg in de set al met die ongemakkelijke ritmische falsetstukken, dan heeft hij hier moeite om het strakke tempo van de tekst aan te houden.

“Dit is …. een golden oldie”, grijnst de frontman voor hij het pendelaarshymne “Waiting For The 7.18” – nog steeds het enige busschema dat we van buiten kennen – inzet. Hij weet het dus, en toch turft onze telling op een handjevol van Silent Alarm verdomd weinig oud werk. (Twee van op klassieker A Weekend In The City, Nul van op die rock-meets-elektronicaplaat Intimacy!). Geheel spontaan diept de band voor de derde dag op rij “onvoorbereid” een oude knaller op als tweede bisronde. Vandaag is het voor het eerst in tijden “Positive Tension”. Het publiek gaat nog een laatste keer uit zijn dak, maar wat ons betreft is het too little too late.

Bloc Party: je komt voor de nostalgie, je vertrekt bijna door het nieuw werk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + twee =