Baio :: “Een band is niet als een huwelijk: zijprojectjes zijn toegestaan”

De kans is groot dat niemand ooit van Baio had gehoord als ene Ezra Koenig hem nooit in zijn groepje had opgenomen. De Vampire Weekend-bassist is echter geen egotripper die koste wat kost wil bewijzen dat hij ook solo zijn mannetje kan staan: met zijn eenmansproject wil hij zich vooral amuseren. En dat lijkt vooralsnog aardig te lukken met debuut The Names.

Wat doe je in je vrije tijd als je de beste job ter wereld hebt? Chris Baio reist al sinds 2007 de wereld rond met Vampire Weekend, de New Yorkse indielievelingen die op vijf jaar tijd drie puike albums wisten uit te brengen. Na de zegetocht die volgde op Modern Vampires of the City (2013) was het echter even welletjes geweest, en het viertal besloot om een welverdiende pauze in te lassen. Bassist Baio is echter niet het type om stil te zitten, en eenmaal terug thuis begon hij meteen lessen muziekproductie te volgen om niet in een zwart gat te vallen. Van het een kwam het ander, en in 2015 is zijn eerste volledige soloalbum een feit. Hier en daar zijn er dartele gitaarriedeltjes of exotische ritmes hoorbaar die aan de geliefde oppervampiers doen denken, maar over het algemeen laat The Names vooral dansbare indietronica horen: speelser en zonniger dan pakweg East India Youth, en overgoten met een vleugje glamourvolle seventiespop.

Baio:The Names is inderdaad het gevolg van een uit de hand gelopen hobby. Ik heb altijd al van dj-en gehouden. Op mijn eerste solo-EP Sunburn (uitgebracht in 2012, jv) stonden al tracks die ik voor mijn plezier tijdens mijn dj-sets kon draaien. Daarnaast wilde ik graag een album uitbrengen en merkte ik dat ik mij, zoals veel dj’s, meer met muziekproductie ging bezighouden.”
“Tegelijkertijd kreeg ik ook nog steeds ideeën voor songs, en wilde ik nog altijd als songwriter door het leven gaan. Daardoor is The Names een combinatie van tracks en songs geworden: sla je ergens vijf minuten over, dan kom je in een geheel andere wereld terecht waarvan je je afvraagt of het wel hetzelfde album is. Maar als je die vijf minuten gewoon laat doorspelen, klopt het plaatje volledig. “I Was Born In A Marathon” begint bijvoorbeeld met techno en evolueert dan naar een soort folksong met enkel gitaar en zang. Als je meteen naar het einde doorspoelt, denk je: ‘hoe de fuck zijn we hier aanbeland?’ Maar als je het hele nummer uitzit, klinkt het hopelijk niet krankzinnig.” (lacht)
“Ik heb heel veel nagedacht over alle aspecten van dit album, zelfs de albumcover: een foto van mijn favoriete fotograaf Matthias Heiderich. Hij maakt vaak foto’s van erg grijze steden zoals Hamburg of Berlijn, maar brengt er zoveel kleur in aan dat je bijna niet meer ziet of het nu een foto dan wel een schilderij is. Bij het schrijven probeerde ik mij af te vragen wat het muzikale equivalent van zo’n foto zou kunnen zijn, hoe dat zou kunnen klinken.”

enola: Het was dus niet je bedoeling om elektronica en indierock te versmelten tot één homogeen geheel?
Baio: Niet echt. Mensen proberen rock en dance al jaren te blenden, en in New York was er tien jaar geleden al een kleine hype rond de zogenaamde “dance punk”. Ik wilde elektronische en rockmuziek echter niet zozeer met elkaar vermengen, maar die twee werelden eerder tot in het extreme doortrekken en naast elkaar plaatsen, op een manier waarop het zou werken in de context van een volledig album. Weet je, David Bowies album Low was een enorme inspiratie voor mij, want dat staat ook in het teken van die tweedeling: de eerste helft bevat een aantal sterke popsongs, terwijl er naar het einde toe vooral spacey ambient te horen is. Dat gezegd zijnde: mijn voornaamste bedoeling was toch om mensen te doen dansen. The Names is vooral bedoeld als body music.”

enola: De sound verschilt inderdaad aardig van die van Vampire Weekend.
Baio: “Ja, ik denk niet dat een zeven minuten durende technotrack op één van onze eerste drie albums had gepast . Voor mij is het belangrijk om af en toe een pauze in te lassen en even iets totaal anders te doen. Als je te lang aan één stuk door met iets bezig bent, wordt het vaak saai. Door je op iets nieuws te concentreren, krijg je weer een frisse kijk op de zaken, en hervind je vaak je enthousiasme en gedrevenheid. Het is ondertussen anderhalf jaar geleden dat ik nog remixes of productie heb gedaan als Baio – ik focus mij momenteel op het liveaspect – en ik kan niet wachten om nog eens een baslijntje voor Vampire Weekend te schrijven.”

enola: Hoe belangrijk was het voor jou om zelf op de voorgrond te treden?
Baio: “Eerlijk: in het begin was ik vooral bang om te mislukken. Ik weet nog dat ik in een Engelse pub naar een folkzanger zat te kijken die voor twintig mensen optrad, en ik dacht: ‘ik heb voor tientallen duizenden mensen gespeeld op Reading, maar hiervoor zou ik niet het zelfvertrouwen hebben.’ Toen ik als zestienjarige songs schreef, dacht ik niet na over succes of falen. Maar mislukken werd beangstigend toen ik plots in een succesvolle groep speelde.”
“Begrijp me niet verkeerd: ik beschouw mijzelf als een enorme gelukzak omdat ik met drie ongelooflijk getalenteerde muzikanten de wereld kan afreizen. Ik heb de afgelopen negen jaar zoveel van hen geleerd en mijn ervaringen met de groep hebben ook mijn solowerk sterk beïnvloed. Ezra, Chris en Rostam (de rest van Vampire Weekend, jv) waren trouwens de eersten die mijn album hebben gehoord toen het af was, en ze waren alle drie heel positief. Ook over de zang, iets waarvan ze wisten dat ik er onzeker over was. Gelukkig dat een band niet zoals een huwelijk is: having something on the side is doorgaans geen probleem.” (grijnst)

enola: Uiteindelijk heb je die initiële angsten dus kunnen overwinnen.
Baio: (knikt) “Door af en toe als dj de mist in te gaan – zo heb ik in het midden van een set ooit per ongeluk de eject-knop ingedrukt, met dertig seconden ijzingwekkende stilte als gevolg – zag ik in dat falen niet zo erg is. Bovendien was het bevrijdend om te beseffen dat er geen verwachtingen waren: de mensen stonden niet bepaald in de rij om solowerk van de bassist van een bekend indiegroepje te horen. Idealiter vindt het album een eigen publiek, en bevalt het de luisteraars. Maar ze mogen mijn plaat gerust een zijproject noemen. Het kan mij zelfs niet schelen als ze het complete bagger vinden, zolang ze er maar over praten.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =