Bruis 2015 :: 4-5-6 September, Maastricht

Verandering van spijs doet eten, zei ons moeder altijd en dus moet een stel doorgewinterde festivalgangers al eens een iets anders checken. Met een opmerkelijk straffe en alternatieve line-up voor een klein stadsfestivalletje, stond Bruis Maastricht daar in de rechteronderhoek van Nederland nog geen beetje te lonken. Weekendje Nederlands Limburg? Wel ja.

Slechte zomer, meneer. Geen geld voor verre reizen als die naar dat geweldige End Of The Road in Zuidwest Engeland afgelopen weekend. Kwam dat Bruis nog geen beetje als geroepen om de zomer nog even vast te houden. En jawel; nauwelijks de grote teen in dat Maastrichts badwater gestoken, of dit voelt al juist: gezellig klein grasveld, sfeervolle inkleding, de juiste variatie aan beter festivalvoer en her en der wat animatie. Komt goed en zeker als we als binnenkomer een oude bekende ontmoeten.

Dat het lang geleden is dat we nog eens iets van Sophia hebben gehoord, maar deze zomer stak Robin Proper-Sheppard dan toch weer de kop op. En er zijn dingen veranderd. “Dit is de eerste keer dat ik een volledige Sophiaset op elektrische gitaar speel, dus het zal misschien iets zwaarder zijn dan gewoonlijk”, klinkt het, maar “So Slow” klinkt er geen milligram minder melancholisch om. Het duurt maar zo lang, want al snel pakt de band uit met hevige uitbarstingen en in een nieuw nummer komt er zelfs een (onhoorbaar) koor en extra tromgeroffel aan te pas. Met “The River Song” en een loodzwaar en kort “Theme For The May Queen No. 3” wordt dit “experiment”, dixit de zanger, afgesloten. “Viel wel mee”, vond hij terecht. Benieuwd of de fans volgen als dat eindelijk leidt tot een nieuwe plaat.

Ex Hex heeft de elektrische gitaren nooit afgezworen, en ook flink in haar forties blijft grungeveterane Mary B. Timony een wijf met ballen. In een glitterjurkje dat haar trio een air van Absolutely Fabulous geeft, speelt de groep zijn rammelende indierock met flair. Dat werkt aardig bij opener “Don’t Wanna Lose” en hitje “How You Got That Girl”, wanneer de girl groupharmoniën heen en weer stuiteren, maar na twintig minuten loopt de groep al in cirkeltjes en snak je naar het einde. Dan maar eens kijken of die burgers any good zijn? Niet meer dan degelijk, zo bleek, maar goeie dingen gehoord over de vegetarische pizza(tjes) van ons gezelschap. We geven het maar door.

Toen Echo & The Bunnymen werd geboekt, schoot het gemeentebestuur van Maastricht in een kleine kramp. De band uit Liverpool zou immers zoveel volk trekken dat het onbeheersbaar zou worden en dus moest de organisatie het publiek limiteren door vooraf (gratis dus) een beperkt aantal toegangsbandjes te verdelen. Een heel gedoe, en ja, de wei was aardig gevuld, maar of het al die fuzz waard was?

Daarvoor leek de band toch wat te hard op routine te spelen en Ian McCulloch iets te veel een karikatuur van een eightiesicoon, vastgekleefd aan zijn microfoonstand, netjes in tegenlicht zwart uitgelicht. En bracht de band dan wel een aardige dwarsdoorsnede van een kleine vier decennia carrière, erg vitaal klonken dat “Crocodiles” of “Seven Seas” nu ook niet echt. En was die Doorsreferentie tussen “Villiers Terrace” en “The Jean Genie” echt nodig als er ook nog eens een cover van “People Are Strange” zou volgen en er vervolgens elders ook nog Lou Reeds “Walk On The Wild Side” werd binnengesmokkeld? Het was te opzichtig hengelen naar opname in een rijtje groten dat toch nog altijd een paar treden hoger zal blijven staan. Te veel nostalgiecircus, te weinig
relevantie. Silent disco, anders iemand? Wel ja, kom. Tot de dj weer zo’n onverteerbaar Nederlands bandje draait; er zijn grenzen.

Over-emoten voor gevorderden

Een dag later ziet het zwerk er dreigender uit, maar de grijns van Rob Goodwin is er niet minder breed om. Een band als The Slow Show apprecieert het als een publiek ondanks een momentje striemende regen toch koppig blijft staan, vindt dat absoluut niet evident. En zeker niet als er verdomd moeilijk wordt begonnen, met het bijna a capella ingezette “Long Way Home”. Het Britse zestal blijft op die mineure noot verder gaan, laat zijn tragische, zwaar melancholische muziek — zullen we nog even “The National” fluisteren of laten we het deze keer? — zelden in galop ontsporen.

Net op tijd vindt de geluidsman dan toch hoe hij de floortoms goed moet versterken en wanneer het zachtjes begint te miezeren, krijgt dat verkillende “Brother” nog een extra funerair tintje. Het nieuwe “Breaks Today” volgt en is bloedmooi. Dat belooft voor die volgende plaat, die niet eens zo lang op zich zou laten wachten. Noteert u het toch maar: The Slow Show is de band van het jaar en met een afsluitend “Bloodline” wordt dat nog maar eens benadrukt.

Vandaag is lasagne — op een festival! — overigens en dan vooral: Archive, een band die hier om acht uur volstrekt verkeerd gecast staat. Want hoe verkoop je in godsnaam aartsmoeilijke progrock op een uur dat iedereen dus aan eten denkt, kinderen de aandacht van papa en mama — en die gekke meneer achter hen — afleiden? Door hard je best te doen, in het geval van Dave Penn tijdens “Finding It So Hard” geweldig te over-emoten en genadeloos te falen. Dat krijg je dan, als je nummers zonder gêne een kwartier rekt, potiger dan ooit speelt, maar geen toegevingen doet. Archive’s set is zaad op de rotsen; je hoopt dat ze er zelf toch iets aan hadden, maar het was vooral zonde: zet deze groep twee uur later voor een geïnteresseerd publiek en je krijgt een top-headliner; een spot die nu onverklaarbaar aan Lamb werd vergooid.

Nog meer nostalgie na gisteren: ook The Undertones komen in hun herenigde gedaante hun ding doen en na een half uur begrijp je plots waarom punk na twee jaar niet anders kon dan doodvallen: je kunt maar zoveel razende, rot-aanstekelijke tweeminutensongs aan voor je ze allemaal hebt gehoord. Maar verder geen klachten: wij hebben “Teenage Kicks” eens live gezien en de laatste vijf minuten — “that means: three songs!” — vond u ons plots bijna pogoënd terug. Rot-aanstekelijk; dat dus vooral wel, op het juiste moment.

Lamb overgeslagen — sorry, er moest een stroopwafel besteld en Gulpener blijkt ook niet zo’n onaardig bier te zijn op dagen als deze — en zo in de verste uithoek van het terrein beland, waar onderaan een lichte helling nog een minimaal podium blijkt te zijn. We vinden er een vaderlandse Daan die aanvankelijk deugd lijkt te hebben van zo’n brute setting: hoewel hij speelt in zijn schouwburgvriendelijke triobezetting, klinkt opener “Addicted” ruwer dan we gewoon zijn en zijn we blij om oudje “Convertible Chaos”, uit de meer experimentele Profools-jaren nog eens te horen. Volgt: een dwarsdoorsnede overbekende hits, die langzamerhand toch weer net iets te glad gaan klinken in die smaakvolle cello-en-percussie-arrangementen. “The Mess” klinkt zelfs zo moedervriendelijk dat Daan niet anders kan dan een flauwe “Bruna Dick”-mop te maken in de intro van “Icon”. Tja. Stuur die Stuyven opnieuw de underground in, denken we dan; hij heeft een kuur caféstof nodig.

En zo komen we aan dag drie, die vooral gebruikt zal worden om Maastricht zelf te ontdekken. Dat gaat u niet per se aan, maar wat u wel nog krijgt: de simpele vaststelling dat het verschrikkelijke Alt-J op drie jaar tijd véél kapot heeft gemaakt. Was BRNS op Dour 2012 nog een opwindend, naar Wu Lyf neigend groepje, dan zijn ook deze Brusselaars in de ban geraakt van het neuzelen en de prullerige elektronica. Wat volgt is dus een uiterst vervelend optreden dat nooit echt wil ontbranden. Het is wachten op dat oude, opzwepende “Mexico” vooraleer iets van opwinding merkbaar is, en het is vooral te weinig. Verloren voor het vaderland? Laat ons hopen dat het een vlaag van zinsverbijstering is, en dat alles uiteindelijk nog goed komt. En geef ons eens zo’n broodje worst van die befaamde Otto Lenghi; de culinaire winner van het weekend.

En nog een laatste topzet voor Bruis, dat te elfder ure co-headliner Patrick Watson zag afhaken, enkel om die te vervangen door Mark Lanegan, die het moment pakt met een potige set, die het publiek gaandeweg overtuigt. Hangt in het begin nog de sfeer van een buurt-barbecue, dan krijgt hij met stevige nummers als “Riot In My House” de aandacht te pakken. En zien we hem daar een voorzichtig dansje uitproberen? Mogen we hiervoor “PRIMEUR” bloktletteren? Volgt als besluit: een letterlijke versie van Joy Divisions “Atmosphere”. Yup, begrafenissfeer ging Bruis dit jaar goed af.

Er was nog een reggaeband gepland. Maar er was voetbal, en er was bier. We zullen nooit weten of Debruyne en co een betere keus waren dan dat La Sra. Tomassa. Of misschien wel: was niet alles beter dan die wanvertoning in Nicosia? Maar één ding hebben we geleerd: in Maastricht hebben ze een aardig festivalletje, waarvan we de line-up vanaf nu scherp in de gaten houden. Wie weet tot volgend jaar, dus. Dàg, lieve dagboek!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vijf =