My Iron Lung :: Hoe een one-hit-wonder uit Oxford het grote Radiohead werd

Als een duiker te rap opstijgt uit onderzeese dieptes, kan dat potentieel fatale bloeddrukproblemen opleveren. Even snel was Radiohead naar de top gecatapulteerd met “Creep”, en duikersziekte – “The Bends” in het Engels – was dan ook onvermijdelijk. Opnames voor een tweede plaat leken dan ook op een mislukking uit te draaien, tot één nummer op één concert de boel redde: “My Iron Lung”. En plots was Radiohead niet langer een one-hit-wonder.

Alles was mislukt. “Creep” was dan wel een wereldhit geworden, nu pas, nu elke bleke tienerjongen het hem avond na avond terugzong, besefte Thom Yorke hoe hard hij “that song”, zoals hij het in interviews consequent benoemde, eigenlijk haatte. Debuutalbum Pablo Honey was ook niet het rockmonument geworden dat een debuut liefst van al is, en terwijl Oasis en Blur de indiesnoepjes van de maand waren, werd het de frontman duidelijk dat Engeland niet langer zat te wachten op een band die nadrukkelijk uit de Amerikaanse rock van de jaren tachtig putte.

Radiohead, zo zag het er eind 1993 naar uit, zou één van de vele one-hit-wonders worden die de jaren negentig toen al rijk was. Met “Creep” had de band in de Verenigde Staten dan wel een monsterhit gescoord, in thuisbasis Groot-Brittannië leverde het hen weinig punten op. En dus trokken de bandleden hun succes gretig in het belachelijke, en schilderden ze zichzelf af als brave, theedrinkende jongens, die nog liefst van al een partijtje bridge speelden. Geen goeie zet in een England waar de jongens van Oasis de goeie oude klassenkloof opnieuw dik in de verf zetten; je wilde niet in the kamp van de rijke, gestudeerde middenklassejongens worden gesitueerd. Maar daar hoorde Radiohead wel degelijk thuis. Gevolg: een plaat later zou Thom Yorke net iets te opzichtig laten vallen dat ook hij en zijn vrienden wel degelijk drugs gebruiken – “Stoned worden is ongeveer het beste gevoel ter wereld” – maar helaas klonk net dat heel wat minder geloofwaardig.”

“Bang van onze instrumenten”

Er was dan ook veel gebeurd tussen die twee fases in. Eind 1993 stond Radiohead na een slopende Amerikaanse tour zelfs op springen. “We waren een band begonnen om muziek te maken, maar we zouden een jaar lang jukeboxen zijn”, zou gitarist Jonny Greenwood later klagen. En een blauwe maandag lang overwoog Yorke zelfs om solo te gaan.

Relaties in de band haperden dan al even, en zoals het goeie Britten betaamt werd dat allemaal netjes opgepot. Geen ruzies, neen, communicatie verviel gewoon tot een minimum, terwijl ze alle vijf nochtans goed genoeg wisten dat ze in niemand anders van hun entourage echt vertrouwen hebben behalve in de andere bandleden. Het zal later door echoën in dat “We don’t have any real friends” van “The Bends”.

Aan het begin van een Europese tour als voorprogramma van James staat alles even op losse schroeven – het is te veel geweest, te lang, en te heftig – en in één noodvergadering wordt alles op tafel gegooid. Het resultaat is een bevrijding. De vijf leden beseffen dat ze in de eerste plaats nog altijd vrienden zijn, en dat Radiohead niet “bij de geboorte gewurgd mag worden”. Het resultaat spat van de concertreeks waarbij een soundcheck al eens zo joyeus en energiek kan zijn dat zelfs de roadies van de hoofdact verbluft opkijken.

Radiohead gered? Zover zijn we nog niet. Wanneer de band in februari 1994 met producer John Leckie begint aan de eerste sessies voor wat een tweede plaat moet worden, stokt de motor. “Ik voelde dat we onszelf inhielden”, zou Yorke later toegeven. “Er hing niets energie. We kropen de studio rond, wandelden niet eens; we hadden schrik van onze instrumenten. Het klinkt dramatisch als ik het zo omschrijf, maar het moet verschrikkelijk zijn geweest voor John Leckie. Voortdurend gingen we hem vragen wat hij dacht, wat hij vond dat we moesten doen. Zijn antwoord: doe godverdomme wat je wil, doe het gewoon in plaats van er enkel over te zitten nadenken. En dat had niemand me ooit op die manier gezegd, of het zou aan de kunstschool moeten geweest zijn, toen ik het eerste jaar ook te horen kreeg dat ik kon doen wat ik wilde. Dat heb ik toen een jaar lang gedaan: rondlopen en vooral zeggen dat ik dit of dat niét wilde doen. Tegen het tweede jaar was ik gefascineerd geraakt door computers, en dat gaf me een duwtje. Ik had gewoon iets nodig dat me op gang kreeg, en daarna vond ik mijn plek omdat ik mijn medium had. En zo was het ook met opnames: ik moest dat inzicht krijgen dat alles kon, en dat duurde even.”

“Ik wilde het beest doden”

Dat de platenfirma in hun nek staat te hijgen, helpt ondertussen niet. EMI pent een nieuw Radioheadalbum voor oktober 1994 in, maar het wordt al snel duidelijk dat die deadline onhaalbaar is. En ook de suggestie om dan maar éérst de leadsingle van die plaat op te nemen, is geen goed idee. Niemand raakt er uit of dat nu “Sulk”, “The Bends”, “Just” of “Nice Dream” moet worden, en dus wordt aan vier nummers tegelijk gewerkt. Een slecht plan, zegt Leckie: “iedereen liep van frustratie zijn haar uit te rukken; niets was goed genoeg. We probeerden allemaal te hard.” En tot overmaat van ramp begint een onzekere Jonny Greenwood met gitaren en versterkers te experimenteren, op zoek naar een eigen geluid, hoe hard Leckie hem ook overtuigt dat hij dat al lang heeft.

Er komt niets uit de sessies, of toch niets om trots op te zijn. Zegt Ed O’Brien: “We hadden één episch nummer met tonnen strijkers en zware gitaren. Het klonk als Guns ‘N’ Roses, maar ja, er was dan ook veel druk om een luide, bombastische plaat te maken. Terwijl alles wat ik wilde net het tegendeel was.”

Terug naar de tekentafel dus, en in Radioheads plaat wil dat zeggen: het podium. Er wordt een korte tour door Europa geboekt voor mei, die eindigt met een zinderend optreden in de Londense Astoria dat ook door MTV wordt gecapteerd. Eindelijk voelen de bandleden opnieuw wat hen in de eerste plaats voor muziek deed kiezen, en de performance van “My Iron Lung” is zelfs zo sterk dat de groep uiteindelijk gewoon de opnames van MTV gebruikt voor de plaat; enkel Yorkes zang wordt opnieuw opgenomen.

“My Iron Lung” is dan ook het nummer bij uitstek dat de grafsteen over Radiohead Fase Eén zal trekken. Al jaren liep Thom Yorke gefascineerd te leuren met een foto van een jongentje in een ijzeren long, de dag dat de zanger opstond zonder stem en zich realiseerde dat hij zou moeten afzeggen voor het Reading Festival ’93 vielen dat beeld en zijn afkeer voor de hele popindustrie als puzzelstukjes in elkaar. Zo ontmenselijkt als dat kind in die gigantische jaren vijftigmachine, zo voelde hij zich door het gigantische succes van Creep, en “My Iron Lung” werd dan ook een virulente afrekening met alles wat hem het laatste anderhalf jaar was overkomen. “This is our new song, just like the last one, a total waste of time”, sneerde de frontman in puur Kurt Cobain-cynisme.

“Ik wilde het beest doden”, zou Yorke later zeggen. “Maar het gaat niet alleen over “Creep”, maar over alles wat we meemaakten. Het moest een eindpunt zijn aan alles dat van ons iets maakte dat we niet wilden zijn, terwijl dat systeem ons tegelijk ook in leven hield. Je moet nu eenmaal bepaalde spelletjes meespelen, sommige konten likken, en handjes schudden met mensen die je liever een vuist in het gezicht zou willen planten. Zo gaat het voor iedereen, dat is het leven, en in “Iron Lung” proberen we daarmee in het reine te komen.”

“De nieuwe U2”

Het optreden in de Astoria voelt als een bevrijding, en twee weken later trekt de groep opnieuw de studio in. Deze keer loopt alles wel vlot, nu de groep naar zeggen van producer Leckie “vertrouwen heeft gekregen in de songs”. Op veertien dagen staat de plaat op band, al zit er nog even een kink in de kabel.

Wanneer wordt overeengekomen dat “My Iron Lung” de comebacksingle moet worden, volgt een koude douche wanneer de platenfirma die “te hard” bevindt voor de radio. En tot overmaat van ramp staat Capitol, het Amerikaanse label van de groep, niet te springen om een tweede Radioheadplaat; zij willen pas tekenen als ze eerst wat tracks mogen horen. Die overtuigen, want nauwelijks een half jaar later is Radiohead er een prioriteit, een band die moet worden neergezet als een albumact. “Hadden we Amerika al min of meer opgegeven omdat ze ons als een popgroep bleven beschouwen, kregen we nu platenpiefen die ons opbelden om te zeggen hoe we dingen moesten aanpakken”, zucht Jonny Greenwood. “Dat was op een bepaalde manier veel erger.”

Vier maand later zal de My Iron Lung EP wel degelijk het eerste nieuw teken van leven van Radiohead worden. Recensies zijn niet unaniem positief, met zelfs één iemand die de groep verwijt een “Creep 2” te hebben geschreven, en ook op de hitparade maakt het nummer weinig indruk. Maar het maakt niet uit. De muzikanten hebben de knagende onzekerheid van zich afgeschud, en weten nu definitief welke richting het uit wil. Wanneer The Bends op 13 maart 1995 eindelijk verschijnt, zijn de reacties wel degelijk lovend en even wordt Radiohead zelfs tot “nieuwe U2” uitgeroepen. Maar daar heeft de groep geen zin in: op opvolger OK Computer laat de groep de stadionposes voor wat ze zijn, om meer in de wereld van sonische texturen en computers af te dalen. Het zou het begin zijn van een lange, onvoorspelbare carrière; voor eeuwig dat “doe wat je godverdomme wil” van John Leckie in de oren geknoopt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + vier =