London Grammar :: 7 oktober 2014, Vorst Nationaal

Nog geen jaar geleden trad London Grammar op in de Witloofbar, de kleinste zaal van de Botanique met een maximumcapaciteit van 200 staanplaatsen. Vanavond treedt het Britse trio aan in een uitverkocht Vorst Nationaal (club). Om maar te zeggen dat het snel gegaan is voor deze band. Heel snel.

We moeten eerlijk zijn. Toen we eind vorig jaar het debuut van London Grammar op aanraden van onze hoofdredacteur een kans gaven, waren we bijlange niet verkocht. We hoorden een trio bakvissen dat verdomd goed naar The xx en Florence + the Machine geluisterd had, maar duidelijk een eigen smoel miste. Tot we deze zomer op Rock Werchter nietsvermoedend de KluB C binnenstapten — een echte Damon Albarn-fan komt ruim op tijd — en de ijskoude rillingen onverhoeds over onze rug liepen. Nota bene op een van de heetste dagen van het jaar! London Grammar sloot net zijn set af met “Metal & Dust” en wij werden koud gepakt door de combinatie van de hoge, bezwerende stem van Hannah Reid en de overdonderende livedrums. ‘s Anderendaags visten we het debuut If You Wait terug uit onze prullenmand en vanaf toen kropen de nummers langzaamaan onder onze huid.

Wat een ongelooflijk krachtig wapen de stem van Hannah Reid is, wordt vanavond meteen duidelijk als de zangeres enkele minutenlang zo goed als a capella — op een diep ronkende bas na — opener “Hey Now” van een imposante intro voorziet. Het publiek is muisstil. Een soulvol “Darling Are You Gonna Leave Me” volgt en laat een band horen die er staat. Vol vertrouwen. Niks vermoeidheid, niks routine. Het plotse succes en het vele touren heeft dit trio niet afgemat. Integendeel, dit London Grammar maakt een ontspannen indruk en weet perfect waar het mee bezig is. Dot, de man achter de keyboards en de percussie, bedankt het publiek meermaals in het Frans en gitarist Dan haalt herinneringen boven aan Botanique, meer bepaald aan de pilaren van de Witloofbar die hem toen alle zicht ontnamen. En als Reid zich excuseert omdat ze tijdens “Stay Awake” moeite heeft om haar lach onder controle te houden, trakteert het publiek haar op een open doekje.

Verheugd zijn we met het strijkerskwintet dat London Grammar heeft meegebracht. Geen overbodige luxe voor een band waarbij de strijkers een prominente rol innemen, maar wel een serieuze kost. Het pleziert ons dat de Britten liever hierin investeren dan pakweg in een grootse show. Want hoe je het ook draait of keert, een echte viool klinkt zoveel beter dan één uit een doosje. Prachtig, hoe de strijkers de piano aanvullen tijdens “Interlude” en “Shyer”. Ook de intro van publieksfavoriet “Wasting My Young Years” — alweer loepzuiver en met veel maturiteit gezongen — wint hierdoor aan grandeur.

“Flickers” drijft op een verleidelijk ritme en herinnert aan de swag, excusez le mot, die de laatste plaat van Arctic Monkeys kenmerkte. Reid komt helemaal los en zoekt zijkanten van het podium op. Te midden van het nummer gooit Dot er plots de stevige beats van “Help Me Lose My Mind” in. Een misser. De enige van de avond, of het zou de cover van Kavinsky’s “Nightcall” moeten zijn, die ook live niet kan tippen aan het origineel. Al zouden de coaches van The Voice wel spreken van een eigen interpretatie of dat het nummer klinkt als London Grammar en niet langer als Kavinsky. Neen, geef ons liever het geweldige “Strong” waarop het strijkersorkestje zich nog eens mag tonen en het blijft verbazen hoe makkelijk Hannah Reid afwisselt tussen de hoge en de lage registers van haar stem.

What are you afraid of? vraagt de zangeres zich af in “Sights”, terwijl ze het publiek onversaagd in de ogen kijkt. London Grammar is niet uit zijn lood te slaan en heeft zich van alle nieuwe popgroepen — Chvrches, Haim, … — het beste ontplooid op een jaar tijd, het meeste aan maturiteit gewonnen ook. De grootste uitdaging ligt nu in het maken van een tweede album, dat al dit goeds zal moeten bevestigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =