Basement Jaxx – Junto

Toen er nog geen sprake was van Deadmau5, Calvin Harris, Skrillex of Avicii, mocht Basement Jaxx de festivalgangers meer dan eens met een goed gevoel de nacht insturen. De laatste jaren is het duo echter naar de achtergrond verdrongen door die jonge garde. Met Junto lijken de Britten hiermee vrede te nemen en het plezier voorop te stellen aangezien ze immers niets meer te bewijzen hebben.

Eind jaren negentig hadden Simon Ratcliffe en Felix Buxton al enkele culthits op hun naam staan — om “Samba Magic” en “Fly life” niet te noemen — toen hun debuutplaat Remedy insloeg als een bom. “The rhythm, the tracks, the Basement Jaxx” luidde hun leuze en daar was geen letter van gelogen. Met opzwepende ritmes stak Basement Jaxx songs ineen die de dance uit de anonimiteit naar het festivalpodium haalde. Er volgde nog een resem hits, maar sinds Scars uit 2009 bleef het verrassend stil rond het duo. Op Zephyr verzamelde de band nog een aantal tragere, rustigere nummers die niet op Scars pasten, maar toen trok het tweetal zich even terug uit het (dance)circuit.. Ratcliffe en Buxton verhuisden, namen twee soundtracks op, naast enkele nummers met een heus orkest, en stelden zich vervolgens de vraag of er voor hen nog wel een plaats was in het hele EDM-circus, waar ze zelf mee aan de basis van lagen, maar dat sindsdien helemaal de foute richting opgegaan was. Eat, Sleep, Rave, Repeat, u kent het wel.

De korte bezinning heeft Basement Jaxx deugd gedaan. Ratcliffe en Buxton, inmiddels veertigers, trokken naar een nieuwe studio, kozen voor een nieuw label en besloten om zich niets aan te trekken van hypes, maar wel te doen waar ze goed in zijn en zin in hebben. Op Junto zijn geen dubstepdrops te vinden, laat staan Euro, trance-y, trap-y beats, zoals Buxton de rommel die ze tegenwoordig op Tomorrowland draaien treffend omschreef in het Amerikaanse blad Rolling Stone. Dit album draait rond levendige, opgewekte, organische dansnummers met een Caribische inslag. “Unicorn” is gebaseerd op Chicago house met een moderne, Britse garagetoets en laat horen waar Disclosure de mosterd haalde. Met “Mermaid Of Salinas” keert het duo terug naar de latin house die hen groot maakte, compleet met blazers, gitaren en paparapapa-refrein. Om meteen vrolijk van te worden.

De nummers zitten nog steeds vol ideeën, maar ze komen vaak meer gestructureerd en minder hyperkinetisch over dan op Scars. Ook de gasten werden zorgvuldiger uitgekozen. Op Scars lukte het niet zo goed om de stemmen van onder meer Yoko Ono en Kelis in te passen.
Hier focust Basement Jaxx zich opnieuw op minder bekende namen en maakt het de nummers op maat van hun stemmen. Zo klinkt de androgyne rapper Mykki Blanco erg dreigend op het sinistere, met claps overladen “Buffalo”. Wie weet kan Basement Jaxx de jonge rapper lanceren bij een groter publiek, zoals het meer dan tien jaar geleden ook al deed met Dizzee Rascal op “Lucky Star”.

Toch is Junto niet over de hele lijn geslaagd. Zo zijn niet alle nummers even inspiratievol: probeer tijdens de eerste seconden van “Summer Dem” maar niét aan Daft Punks “Get Lucky” te denken. “What’s The News” is dan weer op automatische piloot in elkaar gestoken. Geef ons dan liever het vorig jaar uitgebrachte “Back 2 the Wild”, dat de plaat helaas niet gehaald heeft, tenzij u de deluxe-editie in huis haalt. “Back 2 the Wild” is een kleurrijk, vintage Basement Jaxxnummer dat kan wedijveren met eerdere successen als “Romeo” of “Where’s Your Head At”.

Maar een nummer of vier uit dit Junto, aangevuld met een tros klassiekers uit de rijke backcatalogus van Basement Jaxx, zorgt wellicht nog steeds voor een plezieriger en kleurrijker feestje dan een compleet voorgeprogrammeerde show van pakweg Deadmau5.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 15 =