DOUR 2014 :: Crowdsurfen op een vliegend tapijt

Dag Twee

Hadden we al gezegd dat het warm is? Sterker nog, het is snikheet. Ontblote bovenlijven, waterpistolen en zelfs de brandweer: alles wordt bovengehaald om de hitte te temperen. Helaas staat er vandaag ook nogal wat lekkers in de volle zon op de main stage geprogrammeerd, dus zullen uw recensenten van dienst (straks nog aangevuld met enola-opperhoofd (mvs)) het maar moeten trotseren. Alles voor de muziek, weet u wel.

Al beginnen we rustig aan met enkele optredens in de relatieve lommer van de tenten. FùGù Mango, een jonge Brusselse band, brengt tamelijk opzwepende afropop. Goed geluisterd naar Vampire Weekend, maar ook naar hun Afrikaanse voorbeelden. Het levert een fijne, ritmische sound op die veel potentieel toont, maar geen volledige set lang weet te boeien. Fakear heeft eveneens wat moeite om onze aandacht erbij te houden. Ergens tussen Flume en Bonobo in beweegt de Fransman zich in hip territorium met grotendeels instrumentale beats die bulken van de verknipte samples. Het publiek lust er wel wat van en danst zich — ondanks de saunakwaliteiten van de Jupiler Boom Box — in het zweet, maar origineel kan je Fakears sound bezwaarlijk noemen.

Andere koek bij Resistance op de Cannibal Stage: de metalband uit Bergen staat voor de vierde (!) keer op Dour Festival en grossiert in metal van de lompste soort. Deathcore dus — mocht u bekend zijn met het genre. Hoofdingrediënten? Onnavolgbare blastbeats, instrumentale breaks, onverstaanbaar geschreeuw en rollende basdrums. Blijkbaar ligt de metalminded festivalganger nog te ontkateren in zijn tent, want de groep zet zijn eerste song in voor een lege (neen, zo goed als lege) festivaltent. Jammer, want technisch gooit het vijftal hoge ogen. Erg origineel is het allemaal niet, maar de meeste nummers staan als een huis. Een topper in de metalprogrammering die iets beter kon.

Eerlijk: we hadden net dat tikkeltje meer verwacht van de onbekende man achter het zebramasker van Slow Magic. Niet dat zijn dansbare set tegenviel, wel integendeel. Slow Magic was namelijk een van de aangenaamste verrassingen op Pukkelpop vorig jaar, vandaar de hoge verwachtingen. In de half gevulde Dance Hall overstemmen zijn handgemaakte, tribale beats jammer genoeg zijn voorgeprogrammeerde chillwave. In andere omstandigheden had zijn hypnotiserende muziek ongetwijfeld nog beter geklonken, maar hey, de voorste regionen gaan helemaal overstag tijdens de meest herkenbare nummers van de onherkenbare geluidsingenieur. Twijfel er dus niet aan als Slow Magic eens in uw buurt te bewonderen valt! Dank u, Dour, om dit pareltje een plaats te geven.

“De beste manier om bekend te worden? Je kloten eraf spelen!” zeiden de mannen van Psycho 44 ons in een recent interview. Wel, onder een loden zon voegen deze jonge geweldenaren (zoals altijd) de daad bij het woord. Verschroeiend heet is het op de wei, maar het hardwerkende viertal uit het Kempense Grobbendonk heeft een podiumprésence om u tegen te zeggen. Het gaat zelfs zover dat ook de oververhitte twijfelaars overtuigd worden om tijdens nummers als “Surfer Shell” en “Suburban Tide To Springtide” van jetje te komen geven. Een minderheid van de nummers kan iets minder boeien, maar dit is detailkritiek. Een band die wordt uitgenodigd door Josh “Queens Of The Stone Age” Homme om zijn voorprogramma te spelen, heeft een ijzersterke livereputatie. Reken daarbij dat hun debuutplaat Suburban Guide To Springtide een grote stap voorwaarts was in de zoektocht naar een eigen, knallend geluid en je krijgt een groep die — ondanks de hitte — hoe dan ook een nog uitgebreider publiek verdient. Onze boodschap aan Franstalige radiozenders en omgekeerd: ga eens vaker voor muziek van over de taalgrens, maar dat terzijde. Van Psycho 44 hebben we nog lang niet het laatste gehoord. Doe zo voort, jongens!

Na Fakear is ook landgenoot Onra niet bepaald de meest originele beatmaker. Zijn verschillende beattapes barsten van de klassieke boom bap, maar dan wel vaak op basis van minder evident samplemateriaal. Platenbakken vol vergeten Chinese en Vietnamese platen van allerlei pluimage verwerkte Onra tot korte beats in zijn Chinoiseries-serie. Het eerste kwartier van zijn liveset puurt dan ook uit dat materiaal, al legt hij daaropvolgend meer de nadruk op beats die nogal veel naar de jaren tachtig neigen. Amusant, maar na twintig minuten begint het een beetje als dertien in een dozijn te klinken, zeker omdat de man live nogal weinig aanvangt met zijn gerief.

De positie van The Notwist op deze Dour-editie is een mooie graadmeter van de manier waarop het festival in de laatste jaren van gezicht is veranderd. Stond de band in 2007 en 2008 nog behoorlijk bovenaan de line up, dan staan de heren hier een beetje vergeten in de vooravond in een kleinere tent, met bovendien een eerder bescheiden opgekomen publiek. Ondanks de typerende, elektronische insteek maken deze Duitsers immers toch vooral indie rock van het soort dat de jeugd de laatste jaren almaar minder aantrekt (dus ja, de degradatie ligt ook wel een beetje aan de band zelf die liever op relatief gekend territorium blijft). Nochtans brengen Markus Acher en de zijnen best wel een goede set, opgebouwd rond een gezonde mix oudere en nieuwe nummers, met vooral uitschieters in een stevig rockend “One With The Freaks” en in afsluiter “Pilot” — waar de groep als vanouds in een langgerekte experimentele dubtechnojam verzeilt. Acher is nog steeds niet de meest begenadigde zanger, sommige nummers zijn wat minder en het imago van de band blijft er toch echt wel een van een verzameling verouderde nerds (dieptepunt: de schabouwelijke maar daardoor ook wel lichtjes hilarische dansmoves — als dergelijk kaboutergeschuifel die naam al verdient — van de vibrafonist), maar de muziek blijft wel zonder meer sterk. Spijtig dat het gros van het hedendaagse Dour-publiek dat niet meer inziet.

Wat krijg je als de zogenaamde Chef van de Wu-Tang Clan op zijn eentje naar Dour komt? Een bizarre setlist die haast meer Wu-Tang Clan dan solomateriaal bevat, zo blijkt. Raekwon begint zijn optreden met een uitgebreide bloemlezing uit Enter The Wu-Tang, waarbij hij zelfs niet alleen zijn eigen verzen maar ook die van zijn collega’s rapt. Niet dat die nummers niet welkom zijn — allesbehalve — maar met een soloklassieker als Only Built 4 Cuban Linx op zijn naam is het in feite wel vreemd dat Raekwon niet meer daar op teert. Verderop in de set komt hij alsnog op de proppen met dat materiaal, met vooral uitschieters in “Heaven & Hell” en “Ice Cream”, maar tegen dan is het kalf al half verdronken in een wat futloze en vooral erg clichématige show. Ook vreemd dat er haast geen recent werk gebracht wordt, terwijl Raekwon van alle Wu-Tang rappers zowat de meest relevante is gebleven, samen met partner in crime Ghostface. Wanneer de man Mobb Deeps posse cut “Eye For An Eye” inzet hopen we half dat Nas plots uit de coulissen zal springen om zijn eigen legendarisch vers mee te rappen (hij zit daar immers ergens backstage de tijd te doden, nemen we aan), maar daar komt helaas niets van in huis. Tussendoor spuit Raekwon ook nog wat sentimentele levenswijsheden als bindtekst die de hele aura rond zijn set alleen maar bizarder en onsamenhangender maken. Gemiste kans.

Van een groep die (volgens lh) Queens Of The Stone Age vorig jaar overklast heeft in het Sportpaleis, verwachten we veel. Heel veel. Om met de deur in het huis te vallen: Band Of Skulls loste die verwachtingen helemaal in. In La Petite Maison de la Prairie zijn we getuige van een rockoptreden om duimen en vingers bij af te likken. Vanaf opener “Asleep At The Wheel” tot de majestueuze afsluiter “Death By Diamonds And Pearls” zet het powertrio de beuk erin. Halfweg de gezwinde set is “Bruises” een eerste groot hoogtepunt. “A little trouble in your neighbourhood”, schreeuwt het publiek mee en frontman Russell Marsden tovert de ene na de andere riff het publiek in. Neen, deze band is niet langer het kleine broertje van The Black Keys, maar een enorme sterke liveact die gerust wat meer aanhang verdient. Dat bewijst de snedige versie van “The Devil Takes Care of His Own”. Als kers op de taart volgen nog “Light Of The Morning” en de klassieker “Death By Diamonds And Pearls” — wat een nummer: we kunnen het niet genoeg herhalen! Hoewel het optreden het overduidelijk vooral van de klassiekers moet hebben, is Band Of Skulls dé festivaltopper in het rockgenre.

“Ik ben thuis”, zo twittert (mvs) een beetje emotioneel als hij nog maar aan de einder die vier grote letters ziet opdoemen. Zeggen dat onze hoofdkaas jaren geleden zijn hart een beetje verloren is aan Dour, is misschien wat eufemistisch uitgedrukt: dit neemt zorgelijke kantjes aan. Van pure gekkigheid blijft ie zelfs staan om de aftrap van Within Temptation mee te maken. Meer dan eender welk Tomorrowland is deze Nederlandse band immers een muzikale Efteling waar het al eens prettig staren is naar de theatrale strapatsen van zangeres Sharon den Adel en haar aanhangsels.

Hoewel, zangeres? Wanneer den Adel in “Faster” haar microfoon opzij houdt, galmt de backingtrack wel zeer vol verder, en waar is het gebruikelijke vuurwerk? Zonder speciale effecten — enkel een groteske showtrap domineert het decor — kan de metalpop van het vijftal nauwelijks boeien. “Paradise (What About Us)” is slechts twee streepjes distortion minder verwijderd van Roxette, en hoe graag we dat Zweedse duo op een zonnige dag ook horen, dit is platte kak. Maar dus toch: dat hij thuis is, die (mvs), en Team enola sluit hem liefdevol in de armen. Pintje? Pintje.

Vijf minuten voor de start van Channel Zero staat voor (lh) nog voor een stevig dilemma: Belgiës beste metalband aanschouwen of andere muzikale oorden opzoeken bij het Britse Klaxons. De metalhead in hem schreeuwt: gaan rammen op Channel Zero, godverdomme! Het is de eerste keer dat we Channel Zero aan het werk zien sinds medeoprichter Phil Baheux’ droevige overlijden vorig jaar. Voor Channel Zero 3.0 hebben we echter niet al te hoge verwachtingen. Kill All Kings was maar een mager beestje in vergelijking met Feed ‘em With A Brick van Channel Zero 2.0 (toen de band weer samenkwam met nieuwe gitarist Mikey Doling), dat in 2012 als een kopstoot in het aangezicht aankwam.

Nieuwe drummer, nieuw drumgeluid dus. En dat klinkt minder technisch, ook minder subtiel. En dat betekent dat Channel Zero nog meer klinkt als een met testosteron opgepompte metalband, meteen te merken aan “Fool’s Parade” en “Electronic Cocaine”, waarin de spierbalriffs van Doling duchtig in het rond gestrooid worden. Gelukkig blijft Franky De Smet-Vandamme, een podiumbeest zonder weerga, de rots in de branding bij de band. Wat een energie blijft die overjaarse puber op een podium! Goed, over naar de muziek: sorry Channel Zero, maar het nieuwe geluid, dat ook duidelijk te horen is in testosteronbommen als “Black Fuel” en “Suck My Energy”, staat mijlenver weg van de verschroeiende hardrock uit de jaren negentig. We beginnen al te vrezen voor het Metallica-syndroom. Wordt Channel Zero een band die al even moest gestopt zijn? We hopen van niet.

”Rappers, I monkey flip ‘em with the funky rhythm I be kicking” rapt Nas in setopener “N.Y. State Of Mind”, en in een handomdraai eet het volledige publiek uit zijn hand. De associatieve straatpoëzie waarvan ’s man legendarische debuutplaat Illmatic bulkt heeft duidelijk nog niets aan urgentie ingeboet en weet ook hier moeiteloos te overtuigen, met vooral nog uitschieters in “The World Is Yours” en “It Ain’t Hard To Tell”. Hier geen rare setlist waarin de klassiekers willekeurig door elkaar worden gegooid zoals bij Raekwon: Nas heeft duidelijk moeite gedaan om zijn klassieker op respectvolle wijze in de bloemetjes te zetten, met aangepast beeldmateriaal (vooral de straat- en metrobeelden in “NY State Of Mind” waren perfecte sfeerzetters) en enkele intermezzo’s waarin de originele samples worden belicht.

Een halfuur lang volgen de tracks uit Illmatic (hier en daar wat ingekort) elkaar in een rotvaart op, waarna Nas overschakelt op zijn uitgebreide later oeuvre. Van die gigantische verzameling tracks kan je oneindig veel verschillende best of selecties maken, maar Nas kiest hier toch grotendeels voor de voorspelbare optie vol hits: “Hate Me Now”, “The Message”, “If I Ruled The World”, “Nas Is Like”, “I Can”, allemaal passeren ze de revue met tussendoor ook flarden van andere iconische songs. En dan passeert daar plots “Ur Da Man” uit Stillmatic, een gewone albumtrack zonder hitpretenties, maar zoals veel Nas-songs die het nooit tot single schopten wel absoluut een uitschieter. Een dergelijke keuze dwingt respect af: Nas kiest niet voor een set die enkel aan ongegeneerd crowd pleasen doet, maar durft ook zijn eigen favorieten erin te steken. Afsluiter “One Mic” breidt het perfecte einde aan deze set met haar meeslepend huwelijk van contemplatie en bombast en met het basisidee van wat Nas brengt en in feite van hiphop tout court: een microfoon, twee draaitafels en een publiek.

Alec Empire begint het optreden van zijn Atari Teenage Riot met een minuutje elektromuziek. Simpele, doodbrave, ordinaire elektro. Wat is dit? Waar is de full blown sonische aanval waarvoor dit trio moet staan? Zelfs nieuwe single “Reset”, de echte opener daarna, levert dat niet. Dit is Milk Inc. op een vuile dag, met een Nic Endo die zich zelfs even aan een zanglijn waagt. Dit is een travestie van wat Atari Teenage Riot ooit was, maar het is wat het trio vier jaar ver in zijn reünie is geworden: een act die niet gevaarlijker klinkt dan The Prodigy anno 1997.

Dat was de groep dan ook toen hij debuteerde in 1994, maar nummers als “Atari Teenage Riot” van toen zijn bijna popmuziek naar de normen van vandaag. Terwijl je van deze groep verwacht dat ze de status quo uitdagen, zoals ze deden tot de split in 2000, is dit de grote stilstand. Van beste en invloedrijke platen The Future Of War en 60 Second Wipe-Out wordt nauwelijks een nummer gebracht, liever brengt de groep nieuw materiaal van een nog te verschijnen toekomstige plaat of het mindere materiaal van comebackplaat Activate. Het is pas met de opgefokte beats van oudje “Speed” dat we eindelijk echt eens iets van opwinding voelen en opnieuw weten wat nu weer het appeal van deze groep was: de waanzin en overtuiging van rabiate zeloten. “Revolution Action” probeert het vuur even later helemaal aan de lont te steken. Even rond ons gekeken: ook vanavond zat het er weer niet in.

Meer dan entertainment is Atari Teenage Riot dus niet meer, en naar hun eigen normen is dat bespottelijk. Ach, laten we het ouder worden gewoon accepteren. “Papa is nog eens “Sick To Death” gaan meebrullen, kindjes, zoals in zijn jonge tijd.” Wat dat zoeven zoëven was, Alec? De tijd die jullie met een blik vol leedvermaak achter zich heeft gelaten.

En dus is de dag langzamerhand gedaan. Pintje? Pintje. En uw drie verslaggevers zoeken nog even Le Bar Du Petit Bois op om even later dansend te worden gesignaleerd bij Hudson Mohawke (degelijke set overigens). Wanneer (lh) even later met een glazen blik naar zijn tent stommelt, duiken (gvdb) en (mvs) nog even de nacht in. “Dour was mijn eerste lief, jong”, fluistert de hoofdkaas ontroerd. Een meewarig schouderklopje is zijn deel. Misschien toch ook maar ons nest opzoeken? Tot morgen!

Beeld:
Peter Duyts & Wouter De Bolle

verwant

Het beste van Dour volgens enola

Dit weekend, zoals elk jaar rond deze tijd, zou...

DJ Shadow

22 februari 2020La Madeleine, Brussel

"You will obey and live / Or disobey and...

recent

Primetime

Lance Oppenheim is in wezen een documentairemaker die met...

Gebeiteld – Beeldhouwer Roger Bracke :: Stadsmuseum Lokeren

Met Gebeiteld presenteert het Stadsmuseum van Lokeren een tentoonstelling...

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in