William Parker :: Double Bass Colossus

Woensdag 18 juni speelt bassist, componist en sjamaan William Parker een soloconcert in Les Ateliers Claus, en dat is een gebeurtenis. Niet alleen omdat Parker een buitengewoon muzikant is, maar omdat het elke dag duidelijker wordt dat we te maken hebben met een gigant wiens kwaliteiten de freejazz waarmee hij doorgaans mee wordt geassocieerd moeiteloos overstijgen. Zonder overdrijven kan je stellen dat Parker een van de sterren van de moderne jazz is waar talloze muzikanten rond wentelen.

Zopas verscheen van de hand van ene Rick Lopez The William Parker Sessionography. Een work in progress waar de auteur mee startte in 1999 en dat met een onwaarschijnlijk oog voor detail herhaalt wat Lewis Porter ooit deed voor Coltrane: de hele sessiegeschiedenis van een muzikant oplijsten via een schier eindeloze reeks feiten, data en namen (al maakte Porter er een echte biografie van). De lijst, die je ook online kan vinden, gaat van start in 1973 en loopt tot de voorbije week, met vermelding van de performances op het door William Parker en zijn vrouw, Patricia Nicholson, gecureerde Vision Festival in New York. De papieren versie van het boek bestaat uit 482 pagina’s. Vierhonderd tweeëntachtig, inderdaad.

De weg die Parker afgelegd heeft is dan ook eentje van jarenlange inzet, studie en verzetten van de bakens. Hij leerde de kneepjes van het vak in de New Yorkse loft scene van de jaren zeventig (een periode die nog altijd onderbelicht is en best ontdekt kan worden via de 3cd Wildflowers – The New York Loft Jazz Sessions), kreeg vanaf de jaren tachtig steeds meer waardering als sideman bij o.m. Billy Bang en Cecil Taylor, terwijl hij volledig ontbolsterde in de jaren negentig, zowel met eigen projecten en albums, als met een cruciale rol binnen bands met iconische figuren als Peter Brötzmann (Die Like A Dog), David S. Ware (David S. Ware Quartet) en Charles Gayle (het trio By Any Means met Rashied Ali).

Daarnaast zijn er ook nog de samenwerkingen met o.m. Dave Burrell, John Zorn, Matthew Shipp, Cooper-Moore, Tony Malaby, Frode Gjerstad, Marco Eneidi en vele anderen. Vorige maande speelde Parker nog in Gent met Hamid Drake en John Dikeman. Vooral sinds de tweede helft van de jaren negentig is ’s mans productiviteit compleet geëxplodeerd en is hij uitgegroeid tot een van de dominante figuren van de New Yorkse experimentele jazz. Het is pas sinds de 00’s dat de muziek ook bij een (iets) breder publiek bekend geraakt. Het meest bekende voorbeeld daarvan is vermoedelijk zijn Quartet met Hamid Drake (drums), Lewis Barnes (trompet) en Rob Brown (altsax), de working band waar hij al een zestal albums mee uitbracht sinds de eeuwwisseling.

Die band staat ook centraal op de geweldige, onlangs verschenen 8CD box Wood Flute Songs (verschenen bij AUM Fidelity). Die bevat niet minder dan negen uur (live) muziek uit de periode 2006-2012, waarvan meer dan de helft composities die nooit eerder verschenen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om enkel de latere opnames van deze box uit te brengen, die allemaal muziek van het kwartet met gasten laten horen. Maar er doken ook ‘vergeten’ opnames op, die enkel de kern in topvorm lieten horen, waardoor besloten werd om de vier cd’s uit te breiden met twee integrale concerten, verspreid over nog eens vier schijfjes.

Het bekendste gezicht binnen dit kwartet, naast Parker zelf, is ongetwijfeld Hamid Drake, nog altijd een van de meest indrukwekkende drummers die we ooit live bezig zagen. Een fenomenaal stilist die als geen ander een evenwicht vindt tussen vrijheid en groove. Of het nu gaat om de dansende en vaak uitbundige muziek van dit kwartet, het rauwere kwartet met Brötzmann, of onlangs het trio met Parker en John Dikeman; Drake danst over die drumkit met verbazende souplesse en kracht. Het is een veelzijdige artiest die z’n ervaring in funk, R&B, etnische muziek en jazz samenkneedt met een onwaarschijnlijke elasticiteit, waarvan volop bewijs te vinden is op deze acht schijfjes.

Op het programma staan bekende bandstukken als “Corn Meal Dance”, “Malachi’s Mode” en “Petit Oiseau”, maar ook nieuwe suites en composities die gemakshalve onder te brengen zijn onder de freebop noemer. Parker is in de weer met strijkstok, maar voert ook zwierige loopjes uit, Drake laat de heupen swingen en het tweespan Rob Brown en Lewis Barnes kan al net zo goed die schwung en vreugde overbrengen, maar ook dat elegische drama van een aantal zwaar emotioneel geladen stukken. Bovendien worden ze regelmatig ook nog eens bijgestaan door Parker die z’n bas af en toe inruilt voor shakuhachi en andere etnische blaasinstrumenten. Muziek met spirituele ambitie die nooit z’n aardsheid verliest. Een uitzonderlijk kwartet met een samenspel dat zich kan meten met dat van een ander bejubeld kwartet zoals Masada (Browns scherpe saxklank doet hier en daar ook wat aan Zorn denken).

Minstens even interessant als de vier kwartetschijfjes zijn echter de vier cd’s die uitgebreide bezettingen laten horen. De opname van het Vision Festival uit 2009 bevat een (eenmalig) concert waarvoor het kwartet uitgebreid werd met veteranen Billy Bang (viool), Bobby Bradford (kornet) en James Spaulding (altsax). Het septet botst en knettert zich een weg door “O’Neal’s Porch” en “Wood Flute Song” en prikkelt en trippelt door het aan Andrew Hill opgedragen “Deep Flower”, dat perfect aansluit bij het album Scrapbook, dat Parker opnam met Drake en Bang. Net zo goed is “Gilmore’s Hat” (opgedragen aan Sun Ra’s rechterhand John Gilmore), waarin de band lekker vettig jankt, huilt en scheurt.

De drie resterende cd’s bevatten vooral nieuwe muziek. Het concert uit 2011 laat het kwartet horen met het achtkoppige Zwitserse AMR Ensemble, met daarin vier saxen, trompet, basklarinet, bas en zang. Naast voluptueuze uitvoeringen van “Deep Flower” en, opnieuw, “Wood Flute Song”, waarin wordt uitgepakt met de grandeur die haast die van Parkers Little Huey Creative Music Orchestra benadert, wordt er ook nieuw werk uitgevoerd, dat grotendeels uitgeschreven werd, maar waarin de muzikanten ook volop eigen keuzes konden maken. De composities verlopen via uitgezette bluesy jazz naar behoorlijk theatrale passages en statige balzaalmuziek die de typische spanning tussen transcendente ambitie en de blues opzoekt.

Favorieten zijn hier echter de laatste twee schijfjes, beide opgenomen in 2012. Het ene laat het Raining On The Moon sextet horen, het kwartet uitgebreid met pianiste Eri Yamamoto en zangeres Leena Conquest. Het album dat Parker hiervoor uitbracht met deze band (Corn Meal Dance, 2007) behoort net als de Raining On The Moon (2001), de band zonder Yamamoto, tot de mooiste en meest toegankelijke albums in Parkers latere werk. Ook nu worden muziek en zang, ritme en hymne, naadloos bij elkaar gebracht. Het is meteen ook het beste argument om critici die beweren dat freejazzmuzikanten eigenlijk over weinig bagage beschikken de mond te snoeren. Dit is een van Parkers meest ‘klassieke’ bezettingen en eentje met een heel eigen, elegante charme. Hoogtepunt: een smeulend “For Abbey Lincoln”.

Last but not least: In Order To Survive, het kwartet aangevuld met de onvergelijkbare Multi-instrumentalist Cooper-Moore (hier op piano), sinds jaar en dag een medestrijder van Parker en een van de meest unieke figuren in de Amerikaanse vrije muziek. Zijn aanwezigheid maakte van The Peach Orchard (1998) een van onze favoriete freejazzplaten (of jazzplaten tout court) en zorgt ook binnen de suite Kalaparusha On The Edge Of The Horizon (opgedragen aan de in 2013 opgedragen saxofonist Kalaparusha Maurice McIntyre, die in de jaren zeventig ook deel uitmaakte van de loft scene, maar daarna een wat onderschatte figuur bleef die helaas in de marginaliteit belandde) voor extra spanning. Cooper-Moore is een soort moderne Jaki Byard, geworteld in een traditie van stride en bop, maar dan met een heel eigen, vaak percussieve inslag. Een machtig kwintet dat in een handomslag kan omslaan van freebop naar haast kinderlijke eenvoud of impressionistisch geklieder, maar vooral nooit de blues uit het oog verliest.

Kortom: Wood Flute Songs bevat een enorme weelde aan materiaal. Veel te veel om in één ruk uit te zitten, maar wel iets om zeer lang en vaak naar terug te keren. Het is niet enkel een mooie dwarsdoorsnede van een (groot) deel van Parkers muzikale talent, maar ook diens kwaliteiten als componist en bandleider. Bovendien vraag je je steeds af waarom figuren als Rob Brown en Lewis Barnes in Europa niet bekender zijn. Absoluut verplichte kost voor Parkerliefhebbers, maar eigenlijk ook wel een ideaal (want divers en toegankelijk) instapmoment voor wie essentiële moderne jazz wil aanschaffen.

Voor wie niet meteen bereid is om acht schijfjes van het William Parker Quartet te kopen, zijn hier nog een stuk of zeven alternatieven/persoonlijke favorieten van en met William Parker:

1. William Parker Quartet – O’Neal’s Porch (AUM Fidelity, 2001): de eerste plaat van het Quartet. Zo kan u de rest van het werk stapsgewijs ontdekken.

2. Jemeel Moondoc & William Parker – New World Pygmies (Eremite, 1998): duoplaat met de schandalig onderschatte altsaxofonist Jemeel Moondoc, die in de jaren zeventig het legendarische Muntu leidde (zie lager).

3. Charles Gayle, William Parker & Rashied Ali – Touchin’ On Trane (FMP, 1993): intussen legendarische freejazzplaat en eerbetoon aan de Grootste. Fantastisch samenspel.

4. William Parker’s In Order To Survive – The Peach Orchard (Aum Fidelity, 1998): woelige dubbelaar van het kwartet Parker, Brown, Susie Ibarra & Cooper-Moore.

5. David S. Ware Quartet – Live In Vilnius (No Business, 2009): monumentaal, majestueus, magisch meesterwerk van een telepathisch spelende band.

6. Jemeel Moondoc & Muntu – Muntu Recordings (No Business, 2008): even belangrijke als mooie 3cd box (met boek!) van een stuk vergeten freejazzgeschiedenis.

7. Die Like A Dog – The Complete FMP Recordings 4CD (Jazzwerkstatt, 2007): boem, patat.

En zo kan u weer even verder.

De box set verscheen in beperkte oplage (1500 stuks) en zou volgens een recent bericht van labelbaas Steven Joerg bijna uitverkocht zijn. Uw beste kans om die, of een van de andere releases hierboven, op de kop te pikken in deze contreien: Instant Jazz. William Parker zal op 18 juni solo spelen in Les Ateliers Claus. De Belgische bassist Peter Jacquemyn speelt met saxofonist Grégoire Tirtiaux en bastuba- en trombonespeler Jan Pillaert. Meer info HIER.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =