Bløf :: In Het Midden Van Alles

Eigenlijk is het simpel: geen enkele andere band meet het Nederlands zo’n internationaal relevante sound aan als Bløf. Invloeden van Elbow en Coldplay ten tijde van Viva La Vida zorgen ervoor dat Bløf misschien wel zijn Achtung Baby heeft gemaakt: de plaat die hun sound en de band zelf inderdaad in het midden van het nu plant.

De uitstekende biografie Hier, die twee jaar geleden verscheen naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van de groep, schetst het belang dat Bløf hecht aan de evolutie van hun sound, daarin steevast geïnspireerd door hun uiteenlopende grote voorbeelden: van Counting Crows en U2 over Van Morrisson, Coldplay en R.E.M. tot Damien Rice en Kings Of Convenience tijdens het akoestische tweeluik Oktober/April uit 2008. Het culmineerde in 2006 in het ambitieuze Umoja: 13 songs waarin Bløf z’n sound verbreedde met klanken en instrumenten uit dertien verschillende landen. Een huzarenstuk zonder weerga in onze contreien. Een wereldband in meerdere facetten van het woord. Niet voor hokjesdenkers.

Voor Bløf is elke plaat zo een manier om thuis te komen. Eerst hebben ze de grenzen van hun geluid opgezocht — hoe ver en hoe stil kunnen we gaan — om nu sinds Alles Blijft Anders uit 2011 resoluut voor de verdieping van hun eigen geluid te gaan. Het onnavolgbare zit ’m erin dat de songs zelf telkens onmiskenbaar Bløf blijven: deze band heeft een eigen smoel met zoetzure melodieën en de zang van Paskal Jakobsen — een van de rijkste stemmen in ons taalgebied — als onmiskenbare handelsmerken. In Het Midden Van Alles bevestigt bovendien dat Bløf geen singlesband is. Met het aantal hits vul je ondertussen twee marathonconcerten, maar het is in de marge daarvan dat de interessantste experimenten gebeuren. Zo ook nu. Laat aan het einde van hun carrière honderd luisteraars een best of samenstellen en je krijgt honderd verschillende overzichten. Met één rode draad: een ongedwongen evolutie in de sound.

De link met Elbow is bovendien al langer niet vergezocht. De groep rond Guy Garvey grossiert in ontroering die zelden instant, maar in laagjes binnensijpelt. Grote gevoelens gevat in kleine woorden en niet-gratuite melodieën. Dat typeert Bløf evenzeer, maar er zijn nog raakpunten: het zijn allebei bands die dwingen hun luisteraars te volgen en niet omgekeerd, en Guy Garvey staat garant voor een soort minzame melancholie die Bløf op z’n best kenmerkt. “Mooie Dag” vanop Blauwe Ruis uit 2002, de aangrijpende themaplaat rond het overlijden van toenmalige drummer Chris Götte, was al een onbedoelde bloedverwant van Elbow (luistert u hier zelf). Dat Bløf “Mirrorball” coverde tijdens de laatste tournee, bevestigde dat die sound en gelaagde muzikale aanpak de band als gegoten zit.

Dat mondt op In Het Midden Van Alles uit in mee van het beste dat Bløf in 22 jaar heeft gemaakt: kippenvelmomenten “Aan/Uit” (dat zowaar ook echo’s van “Teardrop” van Massive Attack bevat), “Man Als Geen Ander” en “Zonder Jou Snap Ik Er Niks Van”. Songs die na een paar dozijn luisterbeurten nog steeds aan diepgang winnen. Drummer Norman Bonink en bassist Peter Slager zorgen voor wrijving met de intrinsieke weemoed van de songs, de uitstekende producer JB Meijers laat ze koorddansen tussen weidsheid en intimiteit. Dat laatste is niet toevallig een handelsmerk van Elbowsongs als “Lippy Kids” of “The Bones Of You”. Maar gratuit kopiëren doet Bløf for the record niet. Elke nieuwe sound moet zich plooien naar die eigen smoel.

Aan het andere uiterste trekt Bløf ongegeneerd de stadionkaart, maar op eigen voorwaarden. Titelnummer “In het Midden Van Alles” is een bommetje dat knipoogt naar “Viva La Vida”, het titelnummer van de onvoorspelbare, zelfs gewaagde plaat van Coldplay die een verademing was na de behaagzucht van X&Y. Doordat multi-instrumentalist Bas Kennis steeds meer gitaar speelt, krijgt Jakobsen ook de ruimte om met solo’s de songs anders in te kleuren. Dat geeft groeier “Dag En Nacht” een bezwerende dimensie mee. “Klaar Voor” is dan weer een beginselverklaring met industriële klanken en de vervormde stem van Jakobsen, wat daadwerkelijk aan opener “Zoo Station” van Achtung Baby doet denken — inclusief seismografische baslijn van Slager die Adam Clayton goedkeurend zou doen knikken. Die plaat katapulteerde U2 ook begin jaren 90 de relevantie in, In Het Midden Van Alles doet voor Bløf nu hetzelfde. Beter dan ooit verstaat Bløf de kunst om songs niet te laten aanzwellen door laag op laag te gooien, maar door onder de oppervlakte van de songs laagjes in te schuiven. Geleidelijke impact primeert op effectbejag.

En weer biedt de laatste plaat ook perspectief: het donker aanzwellende “Langzaam Lief” richt de blik op de toekomst en klinkt zo on-Bløf dat het lijkt of deze band zich het comfortabelst voelt wanneer eigen zekerheden op de helling staan. Ook tekstueel blijft deze groep trouwens evolueren. In tegenstelling tot de muziek zijn de teksten van Slager deze keer meer dan ooit rechttoe rechtaan. Dat is net het interessante aan de fase waarin Bløf momenteel zit: muzikaal wordt er meer dan ooit geprobeerd en gezocht, terwijl de bandleden persoonlijk wel “op hun plek” lijken. Weg met de dooddoener dat alleen getormenteerde bands boeiende muziek kunnen maken. Bløf heeft misschien wel zijn beste plaat gemaakt in de schemerzone tussen gearriveerd zijn en de wil om nieuwe horizonten te verkennen.

22 jaar bezig en Bløf klinkt op In Het Midden Van Alles als een debuterende roedel jonge honden. Relevant en onontkoombaar. Meer dan ooit vooruit- in plaats van terugkijkend. Of zoals Bono op Achtung Baby zingt: “Ready for what’s next”. Alleen Bløf maakt van het Nederlands een muzikale wereldtaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − elf =