Crossing Border :: 17 november 2013, Arenbergschouwburg

Al vijf jaar lang strijkt het Nederlandse Crossing Borderfestival neer in de Antwerpse Arenbergschouwburg, maar dit jaar leek de programmator de knip op de portefeuille te hebben gehouden. Het literair programma was herleid tot een minimum, en ook muzikaal konden we het aantal spannende acts op één hand tellen. Uiteindelijk moesten we naar huis met één puik concert en twee twijfelende “mwa’s”.

Lukt het nog wel, die combinatie van literatuur en muziek op één, lichtjes arty farty festival? De Nachten gooide in 2010 handdoek in de ring, maar de Antwerpse versie van Crossing Border leek de fakkel met goesting over te nemen. Drie jaar later is er echter ook in de Arenbergschouwburg sprake van een zekere metaalmoeheid. Zo is de tijd dat reuzen als Monsters Of Folk of Mercury Rev de affiche mochten afsluiten duidelijk gepasseerd; het erg sterke, maar absoluut minder bekende These New Puritans geniet dit jaar die eer, maar om eerlijk te zijn lijkt het publiek meer geïnteresseerd in de postpunk van Savages op een kleiner podium.

Literatuur op een podium is ook altijd weer een heikele onderneming. Sommige schrijvers mag je gewoon ook niet vragen om te spreken voor een publiek. In La Zona Rosa, de pluche theaterzaal, vraag je je bij het einde van de ziel- en intonatieloze passage van Roderik Six (die een flard brengt uit zijn vertaling van Jesus Carrasco) af wie zich nu het meest bevrijd voelt — het publiek of toch hijzelf? — en ook DBC Pierre maakt weinig impact met een mompelend voorgelezen fragment.

Wel voor de derde maal op een half jaar indrukwekkend op Belgische bodem: Phosphorescent, zowat het beste wat americana tegenwoordig te bieden heeft. Aanvankelijk gebeurt dat nogal klassiek, met een overheersende slideguitar die het cowboygehalte wel erg groot maakt. Het bad vol weemoed waarin Mathew Houcks stem — helaas net niet genoeg naar voor gemixt — gemarineerd is, zorgt echter dat dit meer is dan een genreoefening. De zeskoppige band achter hem speelt strak en los tegelijk: het mag lekker uitgesponnen, maar nergens gaat hij met de song op de loop; daar zorgt Houck wel voor.

Op zijn recentste worp Muchacho dolt Houck al eens met wat vintage-elektronica, wat resulteert in het verbluffende “Song For Zula”, dat vandaag héél even de mist lijkt in te gaan wanneer die slideguitar plompverloren door de intro scheurt. Al snel wordt hij echter in het gareel gedwongen en kan de frontman, gitaarloos, zijn hart uitstorten. “I will not open myself up this way again”, gaat het in een bittere dissectie van een afgelopen relatie; een wereldsong.

Vanaf dan mag Houcks experimentelere kant naar boven. “Muchacho’s Tune” wordt herleid tot een eenzaam pianowalsje waarin de zanger “I’ve been fucked up and I’ve been a fool” kreunt, “Wolves” wordt laagje per laagje opgebouwd met de loopstation tot de zanger door zijn eigen lijnen overstemd wordt; beklijvend, net als het epische bisnummer “Los Angeles”, waarin zijn groep nog eens alle schuiven mag opentrekken.

Drie jaar na Queen Of Denmark heeft John Grant met Pale Green Ghosts net zijn tweede plaat uitgebracht. Daarop flirt hij met elektronica die doet denken aan The Knife, Radiohead of Casiotone For The Painfully Alone. Het belangrijkste dat we van John Grant op Crossing Border echter zullen onthouden, is dat hij een aardig mondje Nederlands spreekt dat net ietsje verder gaat dan een standaard “goeienavond”, en dat is geen goed teken.

Niet dat er slecht gespeeld wordt: het ontbreekt zijn Scandinavische muzikanten niet aan enthousiasme of talent, maar er zit geen richting in het geheel en Grants monotone bariton kan geen heel concert lang boeien. Dat heeft voornamelijk te maken met bijna voorgedragen teksten over stukgelopen relaties die bol staan van wrang cynisme en zelfmedelijden (“GMF”) zonder ooit te verrassen of ontroeren.

Bovendien werkt het constante geschipper tussen verschillende genres niet echt: Grant zwalpt van introspectieve elektronica naar afgrijselijke euro-electro (zoals op “Black Belt”, jaren 80, u had gebeld?) tot dramatische pianoballades die het midden houden tussen John Lennon en Rufus Wainwright, zoals afsluiter “Queen of Denmark”. Op momenten als deze kan de band wel stevig uitpakken en zit er meer leven en dynamiek in dan tijdens de elektronische, ijskoude aanpak van de nieuwe nummers. Op zich dus geen slecht optreden — hij krijgt van het publiek zelfs een staande ovatie — maar een consistentere aanpak en wat uitdagendere songs waren hier wel op hun plaats geweest.

Net voor de zomer brengt het Britse These New Puritans een van de boeiendste platen van het jaar uit. Field Of Reeds is een volstrekt uniek weefsel van modern klassiek, jazz, fado en postrock dat zich ook bij de dertigste beluistering nog altijd niet helemaal prijs geeft. Live lijkt de groep de bijna sacrale sfeer van de plaat echter niet te kunnen vatten, en dus grijpt hij maar terug naar het geluid van voorganger Hidden: donderende taikodrums, scherpe klankbalans.

Het zit deze veel te warm gestookte snoepdoos — waarin wegdommelen altijd om de hoek ligt — niet als gegoten. De rockdynamiek die de drums van George Barnett aan de nummers geven, passen de avant-gardistisch-klassieke songs van Field Of Reeds niet allemaal even goed. Zeker opener “Spiral” vergaat het zo minder. Het tweeluik “Attack Music” en “We Want War”, dat uit Hidden wordt geplukt, werkt in deze inkleuring echter nog steeds perfect: het zijn brute sonische aanvallen uit een tijd dat we ons nog boos maakten om de inval in Irak.

Dat de voor die laatste plaat aangeworven Portugese Elisa Rodrigues ook meezingt op oude nummers is een aanwinst; haar stem vult de niet altijd even stabiele strot van frontman/componist Jack Barnett perfect aan en kleurt perfect bij de warme blazers die de songs invullen. Bij “Organ Eternal” klopt alles uiteindelijk perfect; de ijzingwekkende kreten doen het haar in je nek rechtstaan, het sierlijk cirkelend orgeltje troost echter langs de andere kant.

“We get to the easy listening section”, zegt Barnett en dat is helaas geen goed idee. Zowel “V (Island Song)” als “Field Of Reeds” zijn inderdaad niet meer dan geluidsbehang dat zachtjes voortkabbelt. Jammer dan ook dat These New Puritans er met zo’n gezapige, uitdovende eindnoot al na vijftig minuten mee ophoudt. Hier had meer ingezeten als de groep een betere manier had gevonden om zijn plaat echt te herscheppen.

Crossing Border lijkt dus zijn élan wat kwijt te zijn en trof het daarnaast niet met zijn mindere headliner. Hopelijk komt het volgend jaar opnieuw goed of we gaan nog écht twijfelen of dat wel samengaat, literatuur en muziek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + negen =