Baroness :: 29 september 2013, Trix

Een half jaar geleden hing de toekomst van Baroness nog aan een zijden draadje, maar in een goed gevulde Trix maakten de progressieve rockers hun terugkeer langs de grote poort met een zinderende en goed opgebouwde set, waarin zowel ouder als nieuw materiaal uitgebreid aan bod kwam.

Drummer Allen Blickle, met frontman John Baizley het enige originele lid en bassist Matt Maggioni, die nog geen jaar daarvoor Summer Welch had vervangen, beslisten in maart om Baroness te verlaten. Ongetwijfeld had de nasleep van het verschrikkelijke busongeval in Bath, enkele dagen voor de band op Pukkelpop zou spelen, te maken met die ingrijpende beslissing. Was dit het einde van Baroness? Niet als het van Baizley en gitarist Pete Adams afhing. “De interactie met de fans is de reden van Baroness’ bestaan”, zegt Baizley in een aangrijpende speech net voor de bisnummers. Ze vonden met bassist Nick Jost en drummer Sebastian Thomson dan ook twee (relatief onbekende, maar waardige) vervangers.

“De snelle stukken worden sneller, de trage trager en de luide nummers luider. Het was nooit onze bedoeling om klonen van Matt of Allan te zoeken”, beloofde de band. En Jost en Thomson komen ook live dynamisch over. De nieuwe ritmesectie is de perfecte tandem in de prachtige opener “Ogeechee Hymnal”. Akkoord, het zijn niet de meest charismatische muzikanten, ze vormen het robuuste geraamte die de duizelingwekkende dubbele gitaarpartijen en punkachtige samenzang samenhouden — dat is wat telt. En dat met amper een paar maanden oefentijd (chapeau!).

Na “Take My Bones Away” en “March To The Sea”, de meest opvallende songs van het eerste, meer stevige Yellow-deel van de nieuwste plaat volgt nog zo’n proggy topper (“A Horse Called Golgotha”) waarmee Baroness al in 2009 bewees geen typisch sludgemonster te zijn, maar wel een van de meest breeddenkende en opwindende metal-acts van de jaren ’00.

In tegenstelling tot bij festivalsets heeft Baroness ditmaal genoeg tijd om tussen het complexe gitaargeweld ook regelmatig voor rustpunten te zorgen. Iets minder overtuigende voorbeelden daarvan zijn “Foolsong” en “Little Things”; twee licht psychedelische nummers van Yellow & Green. Tevens nieuw, maar wel bedwelmend mooi zijn een episch “Green Theme” en het heerlijk spacy “Eula”, dat meer op het einde van de set voor een hoogtepunt zorgt.

En niet alleen het spelniveau van de twee breed lachende gitaargoden valt op, ook in “Board Up The House”, “Sea Lungs”, “Cocainium” (een Pink Floyd aan de stoner?) en “The Line Between” (stadionrock à la Foo Fighters maar dan veel uitdagender) valt op hoe Thomson de nummers krachtig voorstuwt en hoe lekker brommend het basgeluid van de vingervlugge Jost klinkt.

Afsluiten doet Baroness in stijl (of wat had u anders gedacht?). Eerst volgen drie nummers van Blue Record, het indrukwekkende tweede album uit 2009 dat sterke melodieën en logge heaviness meesterlijk combineerde. “The Gnashing” is een mokerslag, en ook bij “The Sweetest Curse” en “Jake Leg” is het moeilijk om te blijven stilstaan. In het voorspelbare hoogtepunt “Isak”, dé publiekslieveling en het enige nummer van debuutplaat Red Album, klinkt de uitbarsting van gitaren en brulschreeuwen episch, magisch en verschroeiend tegelijk. Dit blijft Baroness op zijn opperste best. Baizley bedankt het publiek uitvoerig voor zijn enthousiasme, Adams belooft dat de band snel terugkomt naar Europa. En daar kijken wij al naar uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =