Grass Roots :: Grass Roots

Niet te verwarren met The Grass Roots, de band van P.F. Sloan en Steve Barri die in tijden van peace & love een handvol psychedelische folkhitjes scoorde. Grass Roots is een nieuw kwartet met altsaxofonist Darius Jones, baritonsaxofonist Alex Harding, bassist Sean Conly en drummer Chad Taylor. Hoewel Jones door z’n gulle emotionaliteit en snijdende toon altijd de meest herkenbare figuur binnen een band zal zijn, is dit een straf staaltje van verenigde krachten uit New York.

De titel zegt het allemaal en wordt verder uitgelegd in de liner notes, waarin duidelijk wordt gemaakt dat de vier vanuit hun gemeenschap een spontane samenwerking zijn aangegaan in de hoop het verschil te kunnen maken. “Grassroots Music is made at the local level, not designed like a corporate product. It is like a home cooked meal, simmered long with lots of love, for a fuller flavor than its mainstream counterparts”. Niet dat een groter label ooit geïnteresseerd zou zijn in wat deze vier samen bekokstoven, want zoals verwacht wordt er regelmatig uitgepakt met expressief kliederende jazz.

De vier zijn allemaal vaste klanten van de New Yorkse scene, maar hebben verschillende geografische en muzikale roots. Zo was Taylor in de weer met Triptych Myth, Digital Primitives, Iron & Wine, maar vooral het Chicago Underground Duo met Rob Mazurek, kwam Conly vanuit Kansas aangewaaid en werkte hij samen met o.m. Andrew Hill en Tony Malaby, en heeft Harding de meest klassieke achtergrond, met periodes bij o.m. Julius Hemphill, David Murray en de musical Fela!.

Jones breit ermee een vervolg aan zijn productieve periode, die de voorbije vier jaar niet enkel een bejubelde solotrilogie opleverde, maar ook een album met Little Women en een duoplaat met Matthew Shipp. Bovendien was hij ook nog te horen op William Parkers recente Ellingtonhommage. Op Grass Roots tekent Jones voor de eerste twee composities, die door zijn jankende overgave en unieke timbre aansluiten bij zijn solowerk, maar ook meer rudimentair zijn en extremer pieken. Het met een majestueus thema op gang getrokken “Hotttness” verbindt het thematisch materiaal met vrije passages waarvan er eentje haast aansluiting zoekt bij de gewelddadige Europese traditie.

De combinatie Harding/Jones werkt dan ook bijzonder goed, de ene met een lekker wegpompende, vaak relatief afgeronde, ingetogen stijl, de andere met die scherpe attack. Zet ze samen en je krijgt een explosieve cocktail die de eenvoudige optelsom overklast. In het wat romantisch getinte “Lovelorn” gaat het er iets zachtmoediger aan toe, maar dan nog met een intensiteit die volledig intact blijft. Opnieuw valt op dat Jones’ larger-than-life persoonlijkheid haast geen tegengewicht verdraagt: zijn aanwezigheid is steeds dominant.

Harding kan dan weer schitteren in zijn eigen compositie “Flight AZ 1734”, het hardst swingende stuk op de plaat, dat ook nog eens gedreven wordt door vanuit de losse pols rondgestrooid én opjuttend werk van de ritmesectie, die er nog een schepje bovenop doet in Taylors “Whatiss”, dat van start gaat met uitgelaten gegier van Jones, maar vervolgens minutenlang een aanstekelijke groove op gang trekt, waar Harding lekker op meebeukt en uiteindelijk een loeier van een getormenteerde solo op neerzet.

Twee van de stukken worden toegeschreven aan het volledige kwartet: daarvan is “Ricochet”, met een opzwepend call & response-spel van Jones en Harding, het heftigst, en afsluiter “Hovering Above” weer aan het andere uiterste te situeren: een fluisterende, ruisende en brommende exploratie vol strijk-, sputter- en galmeffecten die de plaat afsluit met een merkwaardig donkere, bijna sinistere finale die qua sfeer aansluit bij het werk van Little Women.

Grass Roots verscheen een beetje uit het niets en de release van het album werd even overschaduwd door het overlijden van David S. Ware. Nochtans is dit een karaktervolle aanrader van formaat van een gezelschap dat verderbouwt op de klassieke freejazztraditie met bakken persoonlijkheid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =