Maxïmo Park :: 29 oktober 2012, Botanique

Geen idee wie sinds de dood van James Brown bekend staat als “The hardest working man in show business”, maar maandagavond mocht de titel even naar Paul Smith. Voor een schare bekeerlingen bracht zijn Maxïmo Park een energieke set die het “all killer, no filler”-principe in gouden letters huldigde.

Geen volle Botanique voor Maxïmo Park. Het is tekenend voor de album na album afbladderende status van de groep. Ergens is het zelfs begrijpelijk. Op plaat heeft de groep de hoge toppen van debuut A Certain Trigger — mee opgestuwd in de slipstream van de postpunkbeweging rond 2005 — en opvolger Our Earthly Pleasures nooit meer gehaald. Toch bevatten ook Quicken The Heart en het recente The National Health van eerder dit jaar nog genoeg fantastische momenten om ondertussen langzamerhand een aardige Greatest Hit te vullen. En dus ook een droomsetlist zonder gaten op te stellen.

Maxïmo Park doet niet moeilijk, en levert exact dat: een dwarsdoorsnede van zijn vier platen. Frontman Smith — zijn indianennaam is ongetwijfeld Hij Die Nooit Uit Staat — smijt zich van bij de eerste noot: een misleidend ingetogen “When I Was Wild” dat zonder commentaar ontploft in het jagende “The National Health”. We zouden het nogal denken: Maxïmo Park moét hectisch en ongedurig zijn, een ritmisch perfect aangestuurde zenuwcrisis.

Geen moment valt op dat dit de laatste avond van de Europese tour is. Kan ook niet; met nauwelijks twee dagen rust, vliegt de groep straks in een Brits luik, en daarvoor is dit de perfecte opwarming. Aan een waanzinnig tempo scheurt de groep door zijn set. Van een hoekig “Girls Who Play guitars” over een dansend “Until The Earth Would Open” tot de robotfunkdisco van “Hips And Lips”. Smith, in zijn eeuwig overstuurde pendelaarsuniform, zoekt ondertussen de hoeken van het podium af, draagt zonder problemen deze show naast zijn vier kleurloze maten; zelfs de normaal ook licht hyperactieve toetsenist Lukas Wooller houdt het vandaag relatief rustig. Ziek, meneer?

Het is een donderend “Grafffiti” dat de set doet exploderen. Alles lijkt even in elkaar te storten, terwijl Smith scandeert “That’s enough” met dat heerlijk Northern accent. Dit is waarom de groep in 2005 zo fris leek: energie bij beken, gepaard aan een bijzondere persoonlijkheid die zinnen bedenkt als “I’ll do graffiti if you sing to me in French/What are we doing here if romance isn’t dead”. Het was het boekenwurm-equivalent van Arctic Monkeys “I fancy you with a passion, you’re a Topshop princess”.

Op een groot openluchtpodium zagen we Maxïmo Park de afgelopen jaren een paar keer manmoedig vechten, maar op deze schaal heerst de groep: groot genoeg om iets van weids gebaar toe te laten, klein genoeg om een rondje verzoeknummers roepen toe te laten. Al wordt toch strikt aan de vaste setlist gehouden. “Wolf Among Men” — een van de sterkhouders van die nieuwe plaat — passeert met veel gusto, en wordt opgedragen aan een publiekslid dat er net om smeekte. Had die geluk.

Het palet van Maxïmo Park is beperkt, zo valt ook op tijdens het uur en een kwart dat dit optreden duurde. Meer dan stevige, op het randje tussen dansen en scheuren balanserende punk is het niet, maar als de groep binnen die lijnen blijft kan er weinig fout gaan. Enkel een iets te hard afgerammeld “Books From Boxes” verdrinkt een beetje vanavond: het lyrische popnummer verliest zo al zijn charme.

Het houdt het publiek niet tegen om flink uit de bol te gaan. Deze groep heeft zijn beste moment al even achter zich als het gaat om populariteit, maar heeft fans voor het leven en die kregen waar ze voor gekomen zijn. Maar om eerlijk te zijn? Een groep die zo’n geweldige hooks kan bedenken en met zoveel energie staat te spelen, verdient meer dan dat. Maxïmo Park is een straffe livegroep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =