Kapitan Korsakov :: 27 januari 2012, Vooruit

Rockend Vlaanderen leek nog niet goed bekomen van Stuff & Such, of Kapitan Korsakov gaf vrijdag al de aftrap voor een reeks clubconcerten. Hoewel de Gentenaren op de nieuwe plaat hier en daar wat gas terug nemen, werd het vooral een avond vol muzikale waanzin.

Opwarmer Rape Blossoms maakt het ons niet makkelijk. De band met leden van The Germans schotelde vorig jaar met Starving Vultures At 7-eleven een allesbehalve hapklare brok gitaargeweld voor. Ook live is dit allerminst zalf voor de oren, zeker niet wanneer de agressieve postpunk tijdens de eerste nummers enorm slordig overkomt. Eens de band op dreef komt, valt er in het ketellawaai toch wat structuur te ontdekken. De extreem ijle zang wordt omkaderd door onstuimige bassen en de gierende gitaren van Lennert Jacobs die zijn snaren verrot lijkt te slaan. Het is enkel de straffe ritmesectie die de best genietbare chaos helpt te controleren.

Vooral de gekke danspasjes van de zanger lijken recht uit de eighties te komen. Rape Blossoms roept het onderbuikgevoel van de donkere punk op, maar lapt al te graag alle genreconventies aan zijn laars. We horen ook elementen uit de hyperkinetische emo van At The Drive-In en de noise van Fugazi. Ondanks het vroege uur dreigt het trommelvlies door de spastische riffs en scherpe reverb al langzamerhand weggevreten te worden. De oren zijn geacclimatiseerd voor de komst van de Kapitein.

Dat Kapitan Korsakov een vroege kandidaat is voor de eindejaarlijstjes, heeft alles te maken met de eclectische sound van Stuff & Such en het feit dat er échte nummers op zijn tweede plaat te horen zijn. Toch is de band live zijn oude, verschroeiende zelve. Verrassend genoeg komen de ranzige gitaartrips uit debuut Well Hunger uitgebreid aan bod, tot groot jolijt van een legioen uitzinnige pubers. Op de tegendraadse riffs, smerige bassen en verschroeiende drums van “When We Were Hookers” worden voorin de spieren losgegooid; de pit dreigt het publiek meteen in twee te splijten. Ook wanneer Kapitan Korsakov onvervalste noisebommetjes als “Christmas Abortion” en “Quicksand Surfer” gooit, kolkt de Balzaal van opwinding. Het is alsof we een explosieve Mudhoney op het eind van de jaren tachtig meemaken.

Het moddervette “Cancer” wordt vrij snel afgehaspeld, maar daar maalt niemand om. Het rauwe maar catchy refrein blijft herkenbaar en vooraan stijgt het adrenalinepijl weer tot een gevaarlijk hoog niveau. We blijven dol op de naargeestige stemmetjes van Pieter-Paul Devos en het geestige mandolinedeuntje van Jonas Vandenbossche in “Piss Where You Please” en het feit dat het nummer bijzonder energiek klinkt, maar zijn dan weer minder enthousiast over de te luid afgestelde drums.

“In The Shade Of The Sun” is misschien wel het hoogtepunt. Alles begint bij een hypnotiserende baslijn van Pieter Van Mullem die je hoe langer hoe meer oppeuzelt. Naarmate de gitaren steeds vuriger worden, gaat je binnenste mee gloeien tot een climax waarin Devos zijn woede uitschreeuwt. Of hoe liefdesverdriet een uiterst intens nummer oplevert.

Toch blijft er iets knagen aan ons enthousiasme. De pauzes tussen de songs door en het constant bijstemmen en wisselen van gitaren halen iets te vaak de vaart uit de set. Halfweg de set snakken we naar een akoestisch nummertje. Alhoewel. Wanneer de smerige groove van “Cozy Bleeders” op het einde de Vooruit bijna op zijn grondvesten doet daveren, beseffen we dat Kapitan Korsakov in de eerste plaats ruige noise-rockers blijven.

Live hoeft het allemaal niet in een harmonieuze balans te klinken en moet het geluidsvolume gewoonweg de gemiddelde Schauvliege-fan op stang jagen. Een concert van een uitzinnige band als Kapitan Korsakov dat je niet aan den lijve (en vooral in de oren) ondervonden hebt, is geen degelijk concert. Op basis van zijn verschroeiende set in de Vooruit lijkt het trio klaar voor een even verschroeiende festivalzomer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =