Colin Stetson :: 28 november 2011, AB Club

Het is als een ongeluk zien aankomen en er toch niets aan kunnen doen. Als niezen en toch niet voorbereid zijn op die oncontroleerbare grimas. Je in een avontuur storten dat gegarandeerd ellende gaat opleveren. Zo ook weet je dat eenmansorkest Colin Stetson je achterover gaat hameren met zijn onnavolgbare muziek. Je kent de plaat, weet wat te verwachten en toch staat d e t i j d p l o t s s t i l.

Dat instrument alleen al. De bassax. Dat woord alleen al. Bas-sax. In de wereld van de saxen wordt de tenor al beschouwd als het gereedschap van de mannen. De bariton, die machine met een carrure van heb-ik-je-daar, dat is voor échte kerels. Maar dan zie je die bassax, een lompe kolos van een kilo of vijftien die geen vent zomaar rond z’n nek hangt. Nee, de op een na grootste van de saxfamilie (voor de nog zeldzamere contrabassaxofoon moet je haast een beroep doen op een vorklift), die behandel je met respect en omzichtigheid. Die gesp je vast aan en rond je torso, want het geluid dat voortgebracht wordt, vindt z’n oorsprong in een omgeving van gedaver die een seismograaf tilt doet slaan.

Zonder al te veel poespas begint Stetson met “Awake On Foreign Shores”, een herhalende misthoorn die de Club meteen grommend en razend bij de lurven grijpt. Door strategisch geplaatste microfoons — aan de beker, in de buurt van zijn linker- en rechterhand, en in een stukje stof dat als een vlooienbandje om z’n keel bevestigd is — wordt er alles aan gedaan om te zorgen voor de impact die New History Warfare, Vol. 2 had. Met prominente percussieve effecten (de vingers over de kleppen bewegen, zorgt voor gedaver dat je normaal met op hol geslagen kuddedieren associeert), uitvergrote ademeffecten en natuurlijk zijn gerenommeerde circular breathing en multiphonics.

Stetsons composities zijn stuk voor stuk ononderbroken krachtpatserijen, uitputtingsslagen die de rekbaarheid van z’n gezichts- en keelspieren op de proef stellen en teren op het virtuoze vermogen om meerdere partijen tegelijkertijd te spelen. “Judges” is daarvan het klassieke voorbeeld, een song die je zou kunnen ontleden tot soort een baslijn, een gitaarlijn en een zangmelodie, die hij tegelijkertijd blaast, terwijl die wangen bol staan en leeglopen en de longen hun volledige aanzienlijke capaciteit in de schaal gooien. Als Stetson kiest voor het grote gebaar, vooral op die bassax, dan verwacht je dat er muren gesloopt worden, al gaat het er soms ook een pak fijnzinniger aan toe.

Het op altsax gebracht “The Righteous Wrath Of An Honorable Man” laat bijvoorbeeld een heel ander geluid horen; al even indringend en met diezelfde fysieke overgave, maar lyrischer en lichter, als het gefladder van engelen die uit de hemel neerdalen. Hij zou het instrument een paar keer hanteren, met een knappe uitvoering van het op een walsritme gefundeerde “A Dream Of Water” en een song uit het nog te verschijnen volgende album die hij introduceerde als een “Answer Song” voor “The Righteous Wrath…”. Uiteindelijk lag de nadruk echter op de kolos. Hij plukte een song of twee uit z’n debuut, maar koos ook voor werk dat hij naar eigen zeggen zelden live uitvoert.

“Home”, op het album een benauwende, aan een slakkentempo voortkruipende koortsdroom, leek nu wat lichter tussen al dat geweld, waardoor het allemaal even wat menselijkere proporties kreeg, want ook al viel er hier en daar een hapering te ontwaren en zat de balans aanvankelijk wat scheef (een te hoog volume voor z’n ‘zangmicrofoon’), de stijl is zo overdonderend dat hij zelfs zonder gevoel voor richting en dosering nog indruk zou maken met die bovenmenselijke inspanningen en navenante resultaten. Wat Stetson tot Stetson maakt is niet weg te denken, al valt het daar zeker niet tot te reduceren.

Dan zou je voorbijgaan aan de knappe constructies, soms verrassende emotionaliteit en de weldadige gelaagdheid van zijn composities, die zonder uitzondering meeslepend zijn, of het nu gaat over het schier oneindige “Those Who Didn’t Run” of het afsluitende “In Love And In Justice”, dat zich ontpopte tot een machtige hymne van sereniteit. De reacties van verbazing tijdens en na het concert spraken boekdelen. Je zou je kunnen afvragen hoe lang hij nog aan de slag kan gaan op die manier, maar dat zijn zorgen voor later. Stetson lijkt op dit eigenste moment in een creatieve (en fysieke) piekperiode te verkeren, waar gewoonweg geen maat op staat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 5 =