Sourvein :: Black Fangs

Candlelight Records, 2011

‘Will to Mangle’, het vorige album van Sourvein, dateert reeds van
2002 en een reeks zoethoudertjes is leuk, maar enkel nieuwe LP’s
houden de aandacht van het publiek vast. Na al die jaren on the
road en sukkelen met EP’s en splits kreeg T-roy Medlin eindelijk
nog eens een band rond zich die hecht genoeg was om een album op te
nemen en toen stierf zijn moeder plotseling. De rouw en
daaropvolgende rauwe familietoestanden vertraagden de voltooiing
van de plaat met een bijkomend jaar. Het wordt echter snel
duidelijk dat de zanger al zijn leed en frustratie in een
beklijvende knalprestatie heeft gestoken.

‘Black Fangs’ is in se een standaard sludge plaat, bestaande uit de
gekende samengekoekte en lichtjes ontbindende ingrediënten. Mocht u
het niet weten: een loodzware, meestal trage groove, laaggestemde
gitaren die al eens flink mogen feedbacken en raspende, bijna
onverstaanbare vocalen. Écht niets nieuws onder de zon dus, maar
misschien is dat wel een keer goed.

Dit genre wordt door allerlei modernere bands gebruikt als
fundament voor hun eigen muziek en dat is leuk, maar gaat vaak wel
ten koste van een essentieel element: de absolute
weltschmerz van de egotripper. Sludge is egoïstische
muziek, van egoïsten voor mensen die behoefte hebben aan een
egotrip. Hoe kan muziek die ontstaan is te midden van junkies,
rednecks en alcoholisten ook iets anders zijn? De overlevenden zijn
misschien clean(er), maar het hart van de muziek blijft datzelfde
verlangen om zijn eigen miserie en (vermoedde) onverdiende
tegenslag eens goed in een ander zijn gezicht te wrijven, of ergens
anders waar het zeer doet.

Wanneer we hierboven opmerkten dat T-roy Medlin een beklijvende
prestatie afleverde, doelden we niet op mooi of ontroerend. Wel op
het feit dat zijn raspende gereutel zo doorweekt is van de pijn en
de miserie dat ze, zelfs vanonder een dik sediment van vervormde
gitaar, nog steeds de kracht heeft om je ballen terug in je lijf te
doen kruipen. Er zou eens een trap aan moeten komen.

Over die gitaren kunnen we ook nog wat uitweiden – zelfs van andere
gelijkaardige groepen uit het sub-tropische zuid-oosten van de
States zelden zulk een massief geluid gehoord. Er liggen
verschillende lagen gitaar over elkaar, gewoonlijk allemaal
voorzien van flink wat distortion. Feedback, vooral maar niet
uitsluitend, aan het begin of einde van een nummer is een inherent
onderdeel van deze giftige brij. De riffs zijn meestal vrij sloom
zodat ze goed de tijd krijgen om op je in te werken. Enkele nummers
zijn echter snel en bijna dubbel zo efficiënt, vooral ‘Gasp’ is een
moordnummer. Bij de meer ‘doorsnee’ tracks onthouden we vooral het
vermorzelende gewicht van opener ‘Fangs’, het wat sinistere ‘Holy
Transfusion’ en het slepende, geïntoxiceerde ‘Gemini’. Al de rest
tot vulsel degraderen is echter fel overdreven.

In dit genre komen steeds meer platen uit, zowel van nieuwlichters
als van oudgedienden. Van een echte oververzadiging is nog geen
sprake, maar een beetje selectief zijn kan zeker geen kwaad. ‘Black
Fangs’ van Sourvein zou een selectie gemakkelijk moeten overleven.
Zelden klonk sludge zo doorleefd en tegelijkertijd toch gefocust.
Als extra bonus krijg je er een goede mix en opnamegeluid bovenop,
ook iets wat in het verleden wel eens ontbrak. Ben je fan van het
genre, dan zeker deze aanschaffen. Geen fan, maar wil je wel eens
proberen, waarom niet hier starten?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =