Yuck + Cloud Nothings :: 28 februari 2011, Botanique

Een stevige dubbel-line-up: dat is waar het concerten vaak aan ontbreekt. Afgaand op verhalen van oudere generaties, was het vroeger schering en inslag. Bands brachten fijne andere bands mee zodat bijna vanzelf een geweldige avond tot stand kwam.

Natuurlijk houdt zoiets risico’s in: als het voorprogramma te goed zijn best doet, is je rol als headliner van de avond al op voorhand uitgespeeld. Allemaal een egokwestie, met andere woorden. En daar hebben de heren en dame van Yuck nog geen last van. Het titelloze debuutalbum van de band ligt hier nog niet in de winkel en de band bekijkt het hele tourgebeuren nog door behoorlijk naïeve ogen. Cloud Nothings is dan ook de gedroomde openingsact. De band, die zopas zijn debuut uitbracht, komt uit dezelfde stal waar ook de rammelrockers van Harlem eerder uit opdoken.

Af en toe (“Turning On”) klinkt dat een beetje naïef, maar tegelijk zorgt Cloud Nothings ervoor dat de trashy inslag voldoende dominant blijft, zonder daarbij uit het oog te verliezen dat een song vooral catchy moet zijn wil je het publiek voor je winnen. “Hey Cool Kid” lijkt zelfs de spot te drijven met het indiewereldje en “Nothing’s Wrong” is geen slechte intentieverklaring, als er eentje nodig zou zijn vanavond.

Voor Yuck gaat die stelling alvast evenzeer op. Afgaand op de nummers die her en der online te vinden zijn, zou je nog kunnen concluderen dat dit een gitaarbandje van dertien in een dozijn is. Na de passage in de Rotonde zijn we van het tegendeel overtuigd en staat 15 april, de dag dat debuut Yuck in de winkel ligt, gemarkeerd in de agenda.

Want net als Girls zowat anderhalf jaar geleden, maakt Yuck het soort gitaarmuziek dat niet lijkt te kunnen kiezen tussen catchy pop en noisy lofi. Wonderwel vindt ook deze band een evenwicht tussen beide uitersten, met als resultaat songs die weten te raken, zelfs als ze niet helemaal afgewerkt lijken. Zo laat “The Wall” al vroeg in de set horen dat onvolkomenheden een wezenlijk onderdeel zijn van Yuck en dat het repetitieve karakter van de tekst evengoed als “charmant” kan worden omschreven.

Bovendien heeft het viertal het talent om de toehoorder probleemloos van harder werk naar liefdesliedjes als “Shook Down” en vervolgens naar geweldige single “Georgia” te leiden zonder dat de snelle opeenvolging van stijlen onnatuurlijk aanvoelt. De overtuigingskracht waarmee de nummers gebracht worden, is — ondanks de onwennigheid waarmee de band op het podium staat — namelijk steevast zeer groot. Een teder nummer als “Suicide Policeman” of het springerige “Milkshake”: Yuck strooit juwelen in het rond alsof het niets is en wanneer zanger-gitarist Daniel Blumberg oprecht wanhopig klinkt in “Get Away” wordt duidelijk dat Yuck ver boven de middenmoot zit.

Zelfs wanneer tijdens afsluiter “Rubber” — tevens de debuutsingle — het geluid van ontbrandende versterkers weerklinkt en langzaam maar zeker een geluidstornado opgetrokken wordt, slaagt de jonge band erin overtuigend uit de hoek te komen. Ja, hier weerklinken echo’s van Sonic Youth, Dinosaur Jr en — zeker in de bis, de tweede ooit voor de band — Pavement en The Jesus And Mary Chain. Maar meer dan echo’s zijn het niet en de manier waarop Yuck zijn materiaal brengt, zorgt ervoor dat deze band meer dan het voordeel van de twijfel geniet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + zes =