Yeasayer :: Odd Blood

Mute, 2010

Geen album dat de verenigde muziekpers afgelopen jaar zo sterk
in twee kampen splijtte als ‘Odd Blood’ van Yeasayer.
Platgeproduceerde uitverkoop volgens de een, een onvervalste
popclassic in wording volgens de ander. Een voordeel aan
in feite een jaar te laat te zijn met een review, is dat je
ruimschoots de tijd hebt gehad om een en ander te laten bezinken,
en dat de straffe mening op het moment zelf al lang plaats heeft
gemaakt voor een meer genuanceerde kijk achteraf. Hoe zit het dan
met ‘Odd Blood’ in de vroege dagen van 2011? Wel, dat is nog steeds
een heel straffe popplaat met foutjes. Maar, zo vinden wij, beter
muziek die haar eigen grenzen durft opzoeken en daarbij af en toe
op haar bek gaat, dan brave prefabdeuntjes op maat van de
massa.

Op zich begrijpen wij het wel, die aversie tegenover de
tweedeling van Yeasayer. ‘Odd Blood’ is een plaat van extremen;
vaak erg experimenteel, maar wel uitermate proper (glad nu ook weer
niet), geschikt voor de hitlijsten, maar ook bevreemdend. Bijwijlen
even weird als het meest geflipte werk van Frank Zappa,
maar op andere momenten dan weer herinnerend aan het springerige
van de jaren tachtig. Denk aan een nummer van Radiohead dat opeens
wordt gekaapt door de Pet Shop Boys met Led Zeppelin die de outro
verzorgen. Daarbij is het ook moeilijk om echte coherentie te
ontwaren in de nummers van ‘Odd Blood’: ‘Ambling Alp’, ‘Madder Red’
en ‘O.N.E.’ zijn superieure indiedancetracks die ons echt murw
hebben geslagen, terwijl ‘Rome’, ‘Strange Reunions’ en ‘Grizelda’
lijden onder een fameuze identiteitscrisis.

Dat is dan ook de grootste kritiek geweest op Yeasayer: dat ze
al hun nummers in de eerste helft van de plaat hebben gepropt. Daar
is iets van aan – de beste nummers zitten inderdaad vooraan. Maar
om nu te zeggen dat de plaat halverwege in elkaar stuikt, dat is
dan weer een serieuze stap te ver. De eerste vijf nummers zitten
gewoon feilloos in elkaar en het is spijtig dat het subtiele
evenwicht tussen artpop en kitsch uit de eerste helft in de tweede
helft wat begint te wankelen. En af en toe in elkaar zakt. Vooral
‘Rome’ heeft daar last van: de jumpy videogamevibe is
ontwapenend, maar het nummer wordt al snel irritant en meer out
of control
dan beheerst chaotisch. ‘Mondegreen’ is dan weer
banale progboogie of iets van die strekking; elektronisch,
monotoon en vol overbodige tierlantijntjes. Op zulke momenten lijkt
Yeasayer eventjes het noorden kwijt.

En toch blijft ‘Odd Blood’ een aanrader. Het album vindt nu al
bijna een jaar lang op regelmatige intervallen haar weg naar onze
cd-speler en je voelt dat Yeasayer op zoek is naar haar eigen
potentieel. Af en toe botsen ze met hun hoofd tegen de muur, ‘t is
waar, maar zelfs dan blijven ze fascineren. Wij kunnen ons niet van
de indruk ontdoen dat we hier met een overgangsplaat – een
uitstekende groeiplaat zoals ook kleine bandjes als Memoryhouse en
Pop Winds er dit jaar een hebben afgeleverd – te doen hebben, maar
als dit een overgang is, dan zijn wij verdammt benieuwd
naar de aankomst. Volgende keer tekenen wij dan ook graag voor die
popklassieker in wording. Tot dan luisteren wij naar ‘Odd
Blood’.

http://www.myspace.com/yeasayer

http://yeasayer.net/xmas/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =