Eindejaarslijstje 2010 van Kim Timperman

Eindejaarslijstjes are a bitch. Ga je de recentste platen automatisch hoger waarderen omdat ze verser in het geheugen liggen? En ga je als tegenreactie dan weer overcompenseren door de oudste platen toch nog wat naar boven shuiven? Hoe het ook zij, 2010 was een jaar met behoorlijk veel puik Belgisch werk en oude bekenden die terug opdoken en uiterst aangenaam wisten te verrassen.

  1. The National :: High Violet
              Al vanaf de eerste luisterbeurt was duidelijk dat een klein meesterwerk in onze schoot was gevallen. The National weet op High Violet meesterlijk de spanning te doseren en op te bouwen.
  2. Arcade Fire :: The Suburbs         
    Toegegeven, na het ondermaatse Neon Bible en een eerste single (“We Used To Wait”) die amper indruk maakte, werden de verwachtingen voor The Suburbs serieus naar beneden bijgesteld. Onterecht, want met The Suburbs vindt Arcade Fire het vuur en de gedrevenheid van het debuut terug.
  3. Blackie & The Oohoos :: Blackie & The Oohoos
              De meeste debuutplaten zijn in het beste geval een belofte voor de toekomst, maar Blackie & The Oohoos is meteen een vervulling van de belofte. Schijnbaar moeiteloos wordt er voortdurend van instrumenten gewisseld en lopen cabaret noir, tango en duistere sixtiespop vlekkeloos in elkaar over. Bij uitstek onze favoriete nachtplaat van het jaar.
  4. Ed Harcourt :: Lustre
              Na een eerste luisterbeurt vroegen we ons af of we per ongeluk toch geen best of in de cd-speler hadden gestoken. Lustre was een heuglijk weerzien met de Brighton lad na een sabbatperiode van vier jaar.
  5. Broken Glass Heroes :: Grandchildren Of The Revolution          Neen, de makers van Benidorm Bastards hadden voor de soundtrack niet simpelweg hun platenkast omver geduwd en er een obscuur sixtiesbandje uitgepikt. Originaliteitswaarde nul, maar dankzij hun liefde voor de jaren 60 en de toewijding waarmee Tim Vanhamel en Pascal Deweze de sound van die periode recreëerden, is Grandchildren Of The Revolution geen uit de hand gelopen grap, maar een plaat om van te smullen.
  6. Swans :: My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky           De magistrale opener “No Words/No Thoughts” combineert het meest chaotische van Spiritualized met een vleugje Silver Mt. Zion en “Astronomy Domine” van Pink Floyd en zet zo meteen de toon voor de rest van de plaat: apocalyptisch, brutaal en episch. My Father Will Guide Me blijft van de eerste tot de laatste seconde aan de gemoedsrust van luisteraar knagen.
  7. Edwyn Collins :: Losing Sleep           Een plaat met een gastenlijst als de inhoudstafel van de NME, maar toch geen tribute-album. Vier jaar na een tweevoudige hersenbloeding maakt een Edwyn Collins een opmerkelijke comeback.
  8. The Black Keys :: Brothers           Elke duobezetting botst vroeg of laat op zijn eigen grenzen en dan is het of ze verleggen of naar de eigen navel blijven staren. The Black Keys kiezen voor het eerste en forceren na The National de meest verdiende doorbraak van het jaar.
  9. An Pierlé & White Velvet :: Hinterland           Directer en catchier dan in het verleden, maar nog altijd even bevreemdend als vanouds. De tandem Pierlé-Gisen moet gelukkig niks hebben van bindingsangst.
  10. Neil Young :: Le Noise           Op het eerste gezicht lijkt het alsof good ol’ Neil zonder veel nadenken nog eens gewoon z’n gitaar heeft ingeplugd en de versterker op tien heeft gezet, maar dat is buiten de man achter de knoppen gerekend, die andere bekende Canadees: Daniel Lanois. Of Le Noise misschien een betere plaat was geweest met Crazy Horse en minder trucjes? Daar zijn we nog steeds niet uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 12 =