Elliott Smith

Chrysanten vonden ze bij Kill Star Records een beetje
afgezaagd, dus brachten ze op 2 november maar een verzamelaar op de
markt als eerbetoon aan Elliott Smith. De betreurde zanger is
ondertussen iets meer dan 7 jaar dood en ‘An Introduction to…
Elliott Smith’ is volgens Kill Star de ideale manier om een nieuwe
generatie te laten kennis maken met het werk van “one of the
greatest songwriters of our era”. Al zal dat extra zakcentje ook
wel handig meegenomen zijn. Hier leest u wat wij van die
‘Introduction’ vinden, maar onder het motto ‘Alles Kan Beter’ – en
ook omdat we stiekem een verzameling
first class
strebers zijn – volgt hieronder ook onze eigen inleiding tot ‘s
mans oeuvre.

Smiths leven en dood – harakiri of toch ook niet? – zijn gehuld
in een waas van mysterie. Om te beginnen is Elliott Smith niet eens
zijn echte naam. De goede man werd in 1969 in Nebraska geboren als
Steven Paul Smith, maar koos toen hij afstudeerde voor het
pseudoniem ‘Elliott’. ‘Steve’ klonk volgens hem te veel als een
hersenloze sporter en ‘Steven’ vond hij dan weer iets te
boekenwurm. Met een diploma filosofie en politieke wetenschappen op
zak, verkende hij de muziekwereld in indierockband Heatmiser, maar
Smith brak pas echt door met zijn soloalbums.

Roman Candle (1994)

‘Roman Candle’ is daarvan het eerste, en terwijl zowat al zijn
generatiegenoten volop experimenteerden met drugs en rommelige
grunge, houdt Smith het op een ingetogen gitaarplaat – al waren die
drugs hem helaas ook niet vreemd. De 9 nummers op de plaat, waarvan
er maar liefst 4 niet eens een titel meekregen, werden op een
four track recorder opgenomen in de kelder van Smiths
toenmalige vriendin en manager van Heatmiser.

Hoewel hij de sound van die band nog niet helemaal achter zich
kan laten, zijn hier toch al onmiskenbaar de ingrediënten van
latere albums te bespeuren. Zo zijn er de vocals die bij momenten
wel in je oor gefluisterd lijken, en hebben de teksten meer weg van
een impressionistisch gedicht. Smith schrijft ook hier al over de
eenzaamheid van de muziekwereld, wat hem – samen met zijn
onnavolgbare fingerpicking – de terechte vergelijking met
Nick Drake oplevert.

Hoogtepunten zijn ‘Condor Ave’, het fragmentarische verhaal van
een pijnlijke breuk, het rauwe ‘Last Call’, en vooral titeltrack
‘Roman Candle’. Met een dreigende bas op de achtergrond schetst
Smith hier het portret van a car crash waiting to happen.
Nostradamus is er niets bij…

Elliott Smith (1995)

Ook op zijn tweede soloplaat – de eerste bij het label Kill Star
Records – houdt Smith het nog erg minimalistisch. De hoofdrol is
nog steeds weggelegd voor zijn akoestische gitaar, al duikt nu af
en toe een vleugje harmonica of drum op. Volgens een zelfverklaard
muziekkenner vermengt deze titelloze tweede “the Beatles’ pop sense
with Neil Young’s sense of doom”, en ook Smith zelf geeft toe dat
hij hier de donkerste thema’s van zijn carrière aankaart.

In ‘The Biggest Lie’ betreurt hij een op de klippen gelopen
relatie, en in ‘Good to Go’ worstelt hij met verlies en verdriet.
Maar het leeuwendeel van de songs kan gelezen worden als het relaas
van zijn drugsproblemen. ‘Needle in the Hay’, ‘St.Ides Heaven’ en
‘Single File’ – “Your arm’s got a death in it” – zijn zo eerlijk,
rauw en onversneden, dat je als luisteraar wéét dat Smith het hier
hoogstwaarschijnlijk over zichzelf heeft.

De wel erg directe delivery – bij momenten klinkt het
alsof hij met zijn gitaar gewoon in je woonkamer zit – doet het
allemaal extra hard aankomen.

Either/Or (1997)

Het derde album van Elliott Smith, ‘Either/Or’ ontleent niet alleen
zijn titel aan het gelijknamige filosofische traktaat van
Kierkegaard, maar ook de achterliggende redenering over de
absurdistische strijd in de keuze tussen een ethisch of een
esthetisch leven. Tijdens de opnames speelde Smith nog bij
Heatmiser, maar het werd hoe langer hoe meer duidelijk dat hij daar
zijn artistieke ei niet kwijt kon.

Toen de plaat in februari 1997 uitkwam, was de band al gesplit.
“I was being a total actor, acting out a role I didn’t even like. I
was always disguised in this loud rock band” zou Smith later over
zijn tijd bij Heatmiser beweren. Ook op ‘Either/Or’ blijft de
muziek een eenmansproject, maar Smith begint wel met steeds meer
instrumenten te experimenteren en maakt de songs zo een pak
gelaagder.

Dat was ook regisseur Gus Van Sant niet ontgaan, die maar liefst
3 songs van ‘Either/Or’ gebruikte in de soundtrack van ‘Good Will
Hunting’. Alsof ‘Between the Bars’, ‘Angeles’ en het ontwapenend
positieve ‘Say Yes’ (“I’m in love with the world through the eyes
of a girl who’s still around the morning after”) niet genoeg waren,
vroeg Van Sant ook aan Elliott Smith om een nieuw nummer voor de
film te schrijven. Dat werd het breekbare ‘Miss Misery’ en leverde
Smith in 1998 een Oscarnominatie voor Best Original Song op.

Smiths performance in zijn hagelwitte kostuum op het Oscargala
was eerlijk en intens, wat het des te absurder maakt dat het
bombastische ‘My Heart Will Go On’ van Céline Dion uiteindelijk met
het gouden beeldje ging lopen. Alsof ‘Titanic’ die avond nog niet
genoeg Oscars zou winnen.

XO (1998)

‘Either/Or’ betekende voor Smith de definitieve doorbraak. Het
daaropvolgende ‘XO’ werd dan ook het eerste album bij het major
label
DreamWorks, en het eerste waaraan het prestigieuze
magazine Rolling Stone een review wijdde, om daar het volgende over
Smith te schrijven: “He writes intimate cafe ballads that suit his
breathy voice, filling his songs with emotional wreckage: the man
knows how to give bad love a good name.”

De overstap naar een groot label bracht voor Smith duidelijk
geen grote compromissen mee, en nog steeds blijven zijn teksten
vervaarlijk fragiel – “never gonna know you know, but I’m gonna
love you anyhow” op ‘Waltz # 2’ om er maar eentje te noemen . Wel
ontwikkelt hij de muzikale inkleding ervan en roept hij de hulp in
van onder andere Jon Brion en Joey Waronker, wat voor een vollere,
barokke popsound zorgt.

Van ‘XO’ werden 400 000 exemplaren verkocht, wat het album tot
de meest succesvolle release van Smiths carrière maakt. Op
persoonlijk vlak vergaat het Elliott Smith heel wat minder goed en
de release van ‘XO’ wordt overschaduwd door een langdurige
depressie en de eerste van vele zelfmoordpogingen. In een dronken
bui loopt hij in North Carolina van een steile klif af, maar landt
op een boom die zijn val breekt. Wanneer een journalist in een
interview hem daarover iets vraagt, antwoordt Smith laconiek:
“Yeah, I jumped off a cliff, but let’s talk about something
else.”

Figure 8 (2000)

Net als bij ‘Either/Or’ gaat er ook achter de titel van ‘Figure 8’,
het laatste volledige album dat Smith uitbracht, een heuse
filosofie schuil. “I liked the idea of a self-contained, endless
pursuit of perfection. […] The object is not to arrive anywhere;
it’s just to make this thing as beautiful as possible.” Mooi gezegd
van Elliott, maar tegelijk maakt het ook duidelijk dat er in zijn
bovenkamer één en ander serieus overhoop lag.

De arrangementen op de plaat zijn steeds beter uitgekiend, het
geheel leunt sterk bij The Beach Boys of The Beatles aan – een deel
van de plaat werd ook effectief in Abbey Road opgenomen, maar de
lyrics blijven door en door triest. Perfecte yin en yang dus, zoals
op ‘Happiness/The Gondola Man’, waar Smith als een echte socioloog
het harde leven op straat belicht, of op ‘Everything Means Nothing
to Me’, waar de piano en de stevige drums perfect de melancholie
van het nummer begeleiden. Het nummer ademt een overweldigende
tristesse uit en Smith geeft de indruk verloren te zijn, in de
liefde, het leven en in de kunst.

Smiths lyrics zijn al van in het prille begin van zijn carrière
een weerspiegeling van de storm in zijn hoofd geweest, en een
aantal songs op ‘Figure 8’ zou dan ook een alarmbel hebben moeten
doen rinkelen. Hij verliest zichzelf steeds meer in drugs en
paranoia, meent steevast door een witte bestelwagen achtervolgd te
worden en veel van zijn collega’s en vrienden uiten openlijk hun
bezorgdheid om zijn mentale – en lichamelijke – gezondheid.

Wayne Coyne van Flaming Lips beschrijft Smith in zijn laatste
maanden als “a guy who had lost control of himself. He was needy,
he was grumpy, he was everything you wouldn’t want in a person”.
Wanneer Jon Brion, met wie hij samen aan een nieuw album werkte,
Smith erop wijst dat zijn drug- en alcoholgebruik de spuigaten
uitloopt, maakt die laatste niet alleen abrupt een einde aan hun
vriendschap, maar schrapt hij in één ruk ook al het opgenomen
materiaal.

From a Basement on a Hill (2004)

De opnames voor wat uiteindelijk ‘From a Basement on a Hill’ zou
worden, beloven beterschap. Over afkicken had Smith vroeger altijd
beweerd niet de eerste stap te kunnen zetten – “I couldn’t say what
you were supposed to say and mean it” – maar nu laat hij zich toch
opnemen in het Neurotransmitter Restoration Center in Beverly
Hills. Na zijn 34ste verjaardag zweert hij ook alcohol, cafeïne,
rood vlees, verfijnde suiker en zijn psychiatrische medicijnen
voorgoed af, en langzaamaan lijkt hij aan de beterhand. Smith
begint met noise en andere nieuwe vormen van muziek te
experimenteren en probeert ook met de computer aan zijn nummers te
sleutelen, een productieve periode die vrienden omschrijven als
“the light at the end of the tunnel”.

Op 21 oktober 2003 blijkt echter dat zijn omgeving het bij het
verkeerde eind had, want op 34-jarige leeftijd overlijdt Smith aan
twee messteken in de borst. De officiële autopsie biedt geen
zekerheid over de doodsoorzaak, al laat de post-it met de
boodschap “I’m so sorry love, Elliott. God forgive me” toch weinig
aan de verbeelding over. Wat er ook van zij, Smith stierf zoals
zoveel andere geniale muzikanten te vroeg, en met een onafgewerkt
album op zijn palmares.

Bijna een jaar later werden die opnames gebundeld op het postume
album ‘From a Basement on a Hill’, dat een sterke evolutie in
Smiths songwriting toont. De lyrics blijven
impressionistisch: “a dying man in a living room whose shadow paces
the floor” zingt Smith op het toepasselijk getitelde ‘ A Fond
Farewell’, terwijl de muziek zelf steeds gelaagder wordt. Van zoete
popliedjes over bijna psychedelische rock tot intieme
fingerpicking: het album biedt voor ieder wat wils, en
doet een echte muziekliefhebber vooral melancholisch mijmeren over
wat allemaal nog had kunnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − dertien =