Voivod + Coalesce + Torche :: 20 juni 2009, Trix

Terwijl TW Classic het festivalseizoen op gang liet trekken door een affiche die zo fris en opwindend was als een afgedragen string met luipaardmotief werd het einde van het concertvoorjaar grondig gevierd in de Antwerpse Trix. Dat gebeurde met een diverse line-up die eens te meer bevestigde dat 2009 een prima jaar is voor kabaalalbums en –optredens.

Geen idee hoe ze het voor mekaar brengen, zo vroeg op de dag, maar de drie van Moroccan verspilden geen seconde aan overbodig gehannes en bezorgden de eerste aanwezigen een kopstoot van jewelste. We herkenden volk van wijlen Officer Jones And His Patrol Car Problems (RIP) en het uit de assen van die band verrezen We’re Wolves, maar die laatsten zagen we nooit zo resoluut de geweldkaart trekken. Moroccan rochelde van alle subtiliteit ontdane beukrock op, met het soortelijk gewicht van sludge, de agressie van harcore en een Vlaams gebrek aan pretentie. Heavy shit dus, gebald en overtuigend, ideaal om de kringspieren op de proef te stellen en een uitstekende opener.

Tweemansformatie Sardonis mocht voor de tweede keer in een half jaar aantreden in het voorprogramma van Torche een kweet zich opnieuw met verve van z’n taak. ’t Zag er een beetje eenzaam uit voor de baardmannen, maar dat weerhield hen er niet van om uit te pakken met een stevig potje doom metal die het brakke land tussen High On Fire, Black Sabbath en Yob verkent. Het materiaal uit de titelloze debuut-EP klonk intussen vertrouwd, al zorgde het nieuwe werk, met uitstapjes richting thrash, voor de nodige afwisseling. De sound heeft z’n beperkingen, maar als de gerekte afsluiter een indicatie is, dan wordt de voor het najaar aangekondigde debuutplaat eentje om naar uit te kijken.

Oathbreaker is aardig op weg om een kleine revelatie in het soms wat incestueuze Vlaamse hardcorewereldje te worden. Vernieuwend is de band nergens, al wordt er hier en daar voorzichtig gespeeld met structuren en elementen die afwijken van de platgetreden paden die van veel hardcore zo’n duffe, monotone boel maken. Vielen vooral op: het imposante gitaarspel van Lennart Bossu (zie ook: Amenra) en frontvrouw Caro, die haar fragiele fysiek en verlegen meisjescharme wist te compenseren met verrassend grofkorrelig gekeel. Kortom: een vrouw naar ons hart.

Het was duidelijk dat een groot deel van het publiek opgedaagd was voor Kylesa. Dit vijftal met twee drummers in de gelederen scoorde enkele maanden geleden hoge ogen met Static Tensions, een brute en tegelijkertijd catchy symbiose van hardcore punk, classic rock en stoner metal, waarmee steeds meer zieltjes gewonnen worden. Zanger/gitarist Phillip Cope (tevens producer van het album) was wegens douaneproblemen helaas niet van de partij, maar dat liet het kwartet zich niet aan het hart komen. Meer nog: Kylesa zorgde voor een explosieve, van de adrenaline stijf staande set waarin blues, metal, punk en rock samengesmolten werden tot een aanstekelijk, smerig potje turborock. Gitariste Laura Pleasants zat er vocaal regelmatig langs, maar maakte indruk met potig gitaarwerk en werd gesteund door een ritmesectie die vooral de term ‘the Southern Melvins’ introduceerde.

Torche is een band waar je moeilijk niet van kan houden. Ze houden er een fenomenale werkethiek op na, brachten met Meanderthal een bijzonder geslaagde tweede plaat uit en weten een fijn evenwicht te vinden tussen brute kracht en toegankelijkheid. Het is geen stonerrock, geen alternatieve rock, geen hardrock, geen metal, en toch heeft het wat van dat alles. En vooral: de band speelt met zo veel energie en enthousiasme dat alle kleine gebreken meteen van tafel geveegd worden. De vuisten gingen voor het eerst collectief de lucht in, en terecht. Torche zal met zijn gespierde werkmansrock ongetwijfeld nog (meer) potten breken.

Met Coalesce had de Trix nog een zwaargewicht binnengehaald. Het Amerikaanse gezelschap speelde in het vorige decennium al een vorm van mathcore voor daar sprake van was en de invloed is merkbaar te voelen in het uitgebreide legertje herriebands dat dezer dagen hectische hardcore-uitspattingen aan woeste metalfusillades probeert te koppelen. Kers op de taart: het was de eerste keer dat de band verscheen op een Belgisch podium, wardoor ze met de nodige egards en een enthousiast publiek werden onthaald. De eerste twintig minuten werd meteen uitgepakt met een verschroeiende energie, waarbij zweet en ledematen in het rond vlogen. De band speelde als een stel bezetenen, retestrak en agressief, en weigerde om het energiepeil te laten zakken. Ideale kost voor de adrenalinejunks, al vonden wij het jammer dat de dynamiek en diversiteit van het net verschenen Ox niet echt uit de verf kwam.

En dan Voivod. Het werd al snel duidelijk dat weinigen op het Canadese kwartet zaten te wachten, maar zij die bleven werden getrakteerd op een onverhoopt succes. Nochtans was het een concert dat bij voorbaat ronkte van de onzekerheden. De legendarische formatie zorgde voor enkele van de meest avontuurlijke metalwerken van de jaren tachtig (beluister Killing Technology, Dimension Hatröss en Nothingface nog eens en hoor hoe de tijd hen nog steeds niet heeft ingehaald), albums over dystopische maatschappijen en op hol geslagen technologieën die vooral opvallen door vreemde structuren, melodieën en het werk van gitarist Denis D’Amour (‘Piggy’), dat metal, prog, en psychedelica een rondedansje laat uitvoeren. Helaas overleed D’Amour enkele jaren geleden aan kanker, waardoor de toekomst van de band op het spel stond.

Het was echter de originele bezetting, aangevuld met gitarist Dan Mongrain, die terug de hort op trok met Infini onder de arm. Op die plaat, opgebouwd rond de laatste thuisopnames van D’Amour, wordt duidelijk dat het Voivod-verhaal nog steeds niet aan z’n einde is. Het werk wordt trouwens uitgebracht door Relapse, niet toevallig een label dat vooral uitpakt met experimentele metal die het avontuur niet schuwt. Uit Infini werd echter amper geput tijdens dit concert. In plaats daarvan werd getrakteerd op niet minder dan een best of, een reis door een catalogus die eens te meer bevestigde wat een kwaliteit de band in de aanbieding heeft. “Voivod” en “The Unknown Knows” maakten meteen duidelijk dat de band prima op elkaar ingespeeld was en het enthousiasme was volop aanwezig. Bassist Blacky kreeg snel af te rekenen met technische problemen, maar het leek alsof die kleine tegenslag het sleutelmoment van het optreden werd.

Klassieker na klassieker passeerde de revue: “Experiment”, “Brain Scan”, “The Prow” en “Psychic Vacuum” lieten ten volle horen hoe de band een bijzondere plaats wist te veroveren in de metalgeschiedenis. Het was vooral uitkijken naar de performance van Mongrain, die cultheld Piggy moest opvolgen. Hij oversteeg zowaar alle verwachtingen, door de iele snijdende gitaarlijnen en experimentele aanpak van die laatste te recreëren én te voorzien van een extra fond die het geheel zo opwindend maakte. Zijn overduidelijke goesting was mooi om te zien en had duidelijk ook een invloed op de andere drie. Hoogtepunten waren een ronduit razende versie van “Tornado” en de aan Piggy opgedragen cover van Pink Floyds “Astronomy Domine”, die zelfs de vloer aanveegde met de al sterke albumversie. Slechts een beperkt deel van het opgedaagde publiek was er getuige van, maar Voivod speelde een prachtig eerbetoon aan zijn overleden leider en een concert dat zijn unieke status moeiteloos bevestigde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + zes =