Yuko :: ”Het leven zit vol tegenstellingen”

Indietronica dood en achterhaald? Dan toch niet in Vlaanderen, waar het Gents-Brusselse Yuko met zijn debuut For Times When Ears Are Sour vorig jaar de ene positieve recensie na de andere mocht incasseren. Ook de vele optredens die daarop volgden, bevestigden het talent en potentieel van de band.

Geen wonder dus dat Yuko niet alleen het voorprogramma mag verzorgen voor M83 (in juni), maar ook samen met Absynthe Minded de Belgische kleuren zal verdedigen op het Deense Spot-festival eind mei. Maar eerst nog even tekst en uitleg vragen aan frontman Kristof Denijes.

enola: Waar komt de naam Yuko vandaan? Hij klinkt Japans maar het woord zelf lijkt niet te bestaan.
Kristof Deneijs: “Vele jaren geleden las ik in een Frans muziektijdschrift dat de bassiste van de Japanse groep Mono Yuko heette. Later bleek dat dit niet juist was (ze heet Tamaki, jbo), maar Yuko klonk mooi en dus heb ik die groepsnaam behouden.”

enola: Het past ook uitstekend bij de muziek die jullie maken. Gemakshalve wordt die onder indietronica geplaatst, een muzieklabel dat vooral enkele jaren geleden furore maakte. Vind je het geen handicap dat je muziek dat label meekrijgt?
Deneijs: “Mensen hebben nu eenmaal de drang om dingen te benoemen, te omschrijven en te klasseren. Daar is op zich niets mis mee, ik veronderstel dat het helpt om orde in de chaos te brengen. Mij maakt het niets uit of het nu folktronic, indietronica of postrock wordt genoemd. Het is zeker niet zo dat we muziek maken die enkel past in een of ander vakje, alles kan zolang het maar “eerlijk” aanvoelt.”

enola: Naast indietronica hoor ik ook echo’s van Radiohead in de muziek en vooral in je manier van zingen, onder andere in “Hurry, Back To The Mealmobile”. Is die groep een belangrijke invloed geweest?
Deneijs: “Natuurlijk, Radiohead en Nirvana zijn twee bands die voor ongeveer iedereen van onze generatie een invloed was. Ik heb van nature ook een vrij hoge stem, dus zoek ik mijn zanglijnen sowieso vaak in dat register. Vroeger klonk elke zanglijn als die van Thom Yorke, nu is mijn stem wat veranderd en hoeft het voor mij ook niet meer elke keer zo “zangerig” te klinken. Ik probeer gewoon mijn stem als instrument op zich te beschouwen en aan te passen binnen elk nummer.”

enola: Jij schrijft alle muziek. Verandert deze nog veel eens je die met de groep inspeelt of opneemt?
Deneijs: “Absoluut. Laat ons zeggen dat ik de fundering voor de nummers leg en we deze als groep van inkleding voorzien.”

enola: Je songs zijn uit verschillende laagjes opgebouwd, met kleine geluidjes hier en daar. Hoe moeilijk is het om zoiets ook live te brengen?
Deneijs: “Toen we de plaat opnamen, bestond Yuko uit Tom, Karen en ikzelf. In de studio speelde ik die “instrumentjes” zelf in. Ik wou ze echter ook live, alleen leek het wat onnozel om hiervoor een extra muzikant aan te trekken, dus vroeg ik aan mijn vriendin Lotte of ze het niet zag zitten die dingetjes te spelen. Ondertussen speelt ze ook al eens bas of gitaar.”

goddeau : Het is inderdaad opvallend dat jullie live zoveel mogelijk de albumversies proberen te benaderen. Is dat belangrijk voor jullie?
Deneijs: “Voor deze eerste plaat was dat belangrijk. We speelden de songs al een tijdje voor we ze opnamen en het leek ons logisch om, mits enkele extra gitaren, de nummers dan ook zo op plaat te zetten. Waarschijnlijk zal het volgende album meer een studioplaat worden die we live anders zullen brengen.”

enola: Je zei net dat jullie de plaat met drie opgenomen hebben en Lotte jullie vierde lid geworden is, maar op jullie MySpace staan ook Boris (van Haruki, jbo) en Jo vermeld. Durft de Yuko-line-up wel eens te wijzigen of zijn jullie toch een vaste groep van vier?
Deneijs: “Boris is een oud-lid van de band. We hebben de plaat met ons drieën opgenomen maar Jo en Boris hebben een handje toegestoken bij de opnames. Zo speelt Boris mee op “No One Here To Hug” en heeft Jo vier prachtige gitaarlijnen ingespeeld. Live klikt het echter het beste met de huidige bezetting van vier.”

enola: De drumpatronen zijn heel opvallend en jazzy. Iemand omschreef ze zelfs als “woelig”. Is dat jouw verdienste of die van Karen, de drummer?
Deneijs: “Dat is volledig Karens verdienste. Toen ik haar vroeg of ze bij ons wou komen drummen had ze al een vrij funky stijl van spelen, maar ze blijft ongelofelijk leergierig. Ik heb haar gedurende een paar maanden cd’s meegegeven, voornamelijk elektronica, en gevraagd of ze die kon vertalen naar analoge drum. Het resultaat was verbluffend. Karen is ongetwijfeld de meest getalenteerde drumster die er in België rondloopt en ik hoop van harte dat ze ooit bij een topgroep aan de slag kan, al hoop ik stiekem dat ze voor altijd bij Yuko blijft. Hoe dan ook zal ik haar eeuwig dankbaar zijn dat ze voor ons heeft willen drummen.”

enola: Hoewel je songs vaak melancholisch van aard zijn, zijn de titels zeker niet altijd even serieus, bijvoorbeeld “Don’t Drag Dogs Into Bed, They Carry Diseases”. Kies je bewust voor die “tegenstelling”?
Deneijs: “Het leven zit vol tegenstellingen, we worden constant misleid en beetgenomen, niets is wat het lijkt.”

enola: Die tegenstelling geldt ook voor de tekening op die hoes. Die heeft iets zachts en vriendelijks, maar tezelfdertijd ook iets verontrustends. Zo is de boom niet alleen kaal maar zit hij ook vol vogels. Daarnaast lijken drie kinderen niet mee te dansen. Willen jullie daarmee iets zeggen?
Deneijs: “De hoes werd gemaakt door David Foldvari, die ook de laatste hoes van Beck heeft gemaakt. Boris kende hem via het internet en had ons hem aangeraden. Hij heeft een ongelofelijke stijl die donker en hoopvol tegelijk is. Dit paste perfect bij de nummers. We hebben hem carte blanche gegeven: het enige dat hij kreeg was de titel en de nummers. Dus alle eer voor de hoes komt hem toe.”

enola: Je album kreeg een positieve recensie in Humo. Merk je daar als beginnende groep iets van? Krijg je dan meer kansen, optredens,…
Deneijs: “We hadden nooit gedacht dat er zoveel reactie zou komen op dit album. Het is onze debuutplaat en we hadden eerder verwacht rustig in de marge wat te kunnen groeien. Dat verschillende tijdschriften en kranten over het algemeen positief waren over de plaat was vooral een goede marketingtool voor onze boeker, die hiermee makelijker optredens kon vastleggen. Nu het zover is, blijft het jammer dat Studio Brussel hier niet helemaal in wil meegaan. Blijkbaar zijn we niet rock/pop genoeg om overdag te worden gedraaid. Dat is wel jammer, want zij beslissen echt over het al dan niet slagen van een groep. De uitzondering is het programma Duyster, waarop we wel al gespeeld zijn, en dat we daarvoor uiteraard heel dankbaar zijn.”

enola: Jullie mogen op 21 mei ook op het Deense Spot-festival aantreden. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?
Deneijs: “Dat is volledig de verdienste van ons label Debonair en van Alexander in het bijzonder. Alexander hebben we via onze producer Wim Maesschalck (Wixel, jbo) leren kennen.”

enola: Denken jullie dat het optreden op het Spot-festival nieuwe kansen zal creëren of deuren naar het buitenland zal openen?
Deneijs: “We verwachten vooral een fijne trip met ons vijven — we hebben namelijk een vaste geluidsman – – of zessen, indien Alexander meereist. Op het festival zullen we alles geven tijdens ons optreden, en hopelijk een fijne samenwerking met de Deense groep CODY opzetten. Met hem spelen we enkele nummers samen.”
“Of het ons iets meer zal opleveren durf ik niet te zeggen. Na Eurosonic hebben we goede reacties gekregen, maar concreet zijn daar tot op heden geen optredens uit voortgekomen. Misschien komt dat nog wel. Spot is een kans om eens te kijken of er een organisator iets in ons ziet. Maar eerlijk gezegd is het voor ons vooral belangrijk dat we eens in het buitenland kunnen spelen. De rest zien we dan wel.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − vijf =