Baddies + The Mooze Men

Het lijkt wel herfst, zo valt de naam Baddies de laatste tijd als
blaadjes van de bomen. Het gonst in de forumwereld, de kritieken
zijn lovend, NME belooft de hemel, de Britse muziekscene heeft de
zoveelste wereldband geworpen! Geruchten mag je nooit zomaar voor
waar aannemen, maar toets je best eerst aan de realiteit. De
metgezel ‘kritische geest’ werd in de arm genomen en naar Trix
geleid, alwaar het nieuwe fenomeen Baddies ten dans zou
spelen.

Boven het kleine podium van het Trix-café hing een zwart doek, met
een retro auto en een naakte jongedame, dat The Mooze
Men
blokletterde en geflankeerd werd door een batterij aan
versterkers. Een tikkeltje overdreven voor een band met een
minieme, klassieke rockopstelling: bas, gitaar en drum.
De Antwerpse heren waren gekleed om door een ringetje te halen,
maar de muziek paste niet altijd door datzelfde ringetje… The
Mooze Men maakt muziek die rakelings langs El Guapo Stuntteam
scheert, maar last heeft van middelmatigheid. Men krijgt vaag het
vermoeden dat men de songs al eens een keertje gehoord heeft. Velen
zijn hen natuurlijk ook voorgegaan in dit genre, maar weinigen
kunnen er echt een verschil in maken en zij behoren niet tot die
weinigen. Bovendien speelt de drummer de goede sound ook vaak
parten. De semi-cover ‘Cameltoe’ was nog een leuke gimmick, maar
daar bleef het bij. Het was entertainment maar om ook de
sterrenhemel in geprezen te worden zoals Baddies moet er toch nog
wat gesleuteld worden.

Baddies, slechterikjes. Het klinkt als een naam
voor koekjes met iets te veel chocolade. Het recept? Kneed de
basisingrediënten van de rock (wat gitaren, een stevige bas en een
snedige drum) met een flinke geut Franz Ferdinand tot een homogene
masse en kruid het geheel met een snuifje Queens of the Stone Age.
Eventjes laten bakken in een goed voorverwarmde oven en smullen
maar!
Baddies is smakelijk en zelfs meer dan dat, als u niet oppast,
houdt u er regelrecht een vreetkick aan over.

Vier Britse jongeheren, allemaal in dezelfde outfit: strakke,
zwarte broek (niet even flaterend bij elk lid, maar dit geheel
terzijde), een lichtblauw hemd tot boven dichtgeknoopt zodat
wurging niet veraf lijkt en een paar zwart Dr. Martens. U kan al
aan uw water voelen dat die schoenen zich onvermijdelijk terug in
het zicht zullen wurmen, liefst aan de voeten van enkele hipsters
op de aankomende zomerfestivals.

Baddies zette de toon meteen met een “oewahoewahoe”-zanglijntje op
een bedje van opgefokte muziek. Er stroomt een vlaag energie het
publiek in die niet meer tegen te houden valt en je met de rug
tegen de muur drukt. De muzikanten leveren een duidelijk gevecht
op leven en dood met de instrumenten, die niet van plan zijn zich
zomaar in bedwang laten houden. Gevecht wordt afgewisseld met dans,
dans vloeit over in Agnus Young-moves om uiteindelijk over te gaan
in een gespring van een konijn op speed. Uw ogen zullen niet
uitgekeken raken op dit viertal.

Een full-album is er nog niet maar ze kunnen wel teren op het
aanstekelijke singletje ‘Battleships’ dat zich zeer strak door de
ruimte verplaatst. Deze heren zijn duidelijk van plan om eerst een
dijk van een live-reputatie op te bouwen om daarna pas de hele
wereld te laten kennis maken met ‘Baddies in de cd-speler’. De
vraag stelt zich of ze het niveau en de energie van hun concerten
kunnen laten herleven op het blinkende schijfje? Maar met stevige
nummers als ‘Block it Out’ en ‘Holler for my Holiday’, zou het wel
eens de plaat kunnen zijn die u in de lader schuift voor een
autoritje richting niemandsland.

De vergelijking met Howlin’ Pelle en zijn The Hives dringt zich
meer en meer op als je de geschifte zanger in de vorm van Michael
Webster aan het werk ziet. Een kapsel waarvan Brad Pitt in Burn
After Reading nog groen van jaloezie zou wegtrekken en opengesperde
ogen die alle kanten uitschieten. Hij zou zo voor geschifte
professor kunnen doorgaan in een of andere low budget film. Webster
probeert net als Howlin’ Pelle zijn publiek op te zwepen, door
eindeloos “Do you like Baddies? Come one do youuuu
like Baddies?
“, “Who likes rock ‘n roll, who likes
Badies?
” te roepen, op het vervelende af.
Met “I like Baddies and I’m a very important person
bewijst hij ook dat bescheidenheid niet in zijn woordenboek
voorkomt, hoewel het lachje de ironie van zijn pose duidelijk
onderstreept. Hij mist nog net dat fingerspitzengefühl waarmee
Pelle zijn publiek in extase krijgt, maar mits wat oefening komt
hij ook daar wel.

Say thank you for such a great band” was de laatste
voltreffer op het gebied van zelfbewieroking. Het publiek zag er
geen graten in hen uitvoerig te bedanken en het kreeg zelfs de kans
om het aantal bisnummers te kiezen. Een vriendelijke toegift!

Baddies bleef live goed overeind maar of ze er echt zullen geraken,
dat moeten we nog eens zien. Toch maar in het oog houden,
dit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + vier =