Ludovico Einaudi

Vuilnis dat maar niet wordt opgehaald, voetballende fascisten, een
nietsontziende maffia en dan hebben we het nog niet over de premier
gehad: Italië is zeker niet enkel opgetrokken uit bella donna’s,
chianti en ander lekkers. Gelukkig zijn er nog artiesten als
Ludovico Einaudi die de weeë geur van overjaarse gorgonzola uit de
Laars van Europa weten te neutraliseren. Deze Italiaanse minimalist
is een god in eigen land, maar wordt nu ook in andere contreien in
het rijtje met Max Richter en Jóhann Jóhannsson geplaatst. Terecht,
zo bewees de pianist in een uitverkocht ABTheater. Met strategische
getimede stiltes en zin voor eenvoud voerde Einaudi een muzikale
redevoering die recht naar het hart ging. Een speech van Obama was
er niks tegen!

Het loopt storm voor Ludovico Einaudi. Eerder waren zijn concerten
in de Brugse Magdalenazaal en de Brusselse Beursschouwburg volledig
uitverkocht en ook in de AB was er geen plaatsje meer vrij. Niet zo
verrassend want de Italiaan grossiert in bloedmooie pianomelodieën
waarvan de uitgepuurde schoonheid zowel de muziekfreaks als de
leken aanspreekt. Bovendien houdt de man de vinger stevig tegen de
pols van hedendaagse genres geklemd. Geen oogkleppen bij Einaudi,
en daardoor werd de pianist niet enkel begeleid door een zeskoppig
strijkersorkest, maar eveneens door een drummer en een
laptopartiest (Robert Lippok van To Rococo Rot).

Ondanks ‘s mans voorliefde voor popmuziek loopt Einaudi met een
wijde boog rond alles wat naar The Night of the Proms ruikt.
Daarvoor was de sfeer in de zaal te intiem en sfeervol, de muziek
te filmisch en subtiel. Toch konden we niet altijd een muisje met
een snotvalling horen niezen. In rijk georkestreerde composities
als ‘Divenire’ en vooral ‘Primavera’ doken de strijkers middels een
dubbele salto met schroef de diepte in. Einaudi dirigeerde daarbij
z’n troepen met evenveel souplesse als waarmee hij vloeiende
klanken uit z’n vleugelpiano toverde. Hoewel dergelijkse
composities bijwijlen zwieriger waren dan een dolgedraaide derwisj,
verviel Einaudi echter nooit in grootse theatraliteit. De nuance
regeerde een concert lang.

Die subtiele schakeringen kwamen echter nog beter uit de verf
wanneer het strijkersorkest het podium verliet. Zo bracht Einaudi
ook een aantal composities met Robert Lippok en diens broer Ronald
op drums. Vooral ‘Uno’ maakte daarbij indruk. Einaudi schurkte zich
met z’n uiterst minimale inbreng tegen Max Richter aan en Lippok
liet ruis, gekraak en fluwelen drones in de kieren tussen de
pianonoten kruipen. Ook Ronald Lippok liet zich niet onbetuigd en
voegde ingetogen percussie toe die tegelijk functioneel en erg
opvallend was.

Nadat Einaudi solo op de piano nog een intimistische compositie
bracht waarmee hij in het vaarwater van Wim Mertens terechtkwam,
werd iedereen opnieuw op het podium geroepen voor het slotakkoord.
Daarin openbaarde Einaudi zich pas helemaal als een open geest.
Robert Lippok mocht elektrisch geladen ambient en een prominente
beat uit z’n batterij elektronica toveren, waarna elk instrument
strategisch inviel. Uiteindelijk kwamen alle partijen harmonieus
samen in een impressionante wervelwind die alle hokjes
oversteeg.

Terwijl de rillingen nog haasje-over sprongen op onze ruggengraat,
weerklonk ‘Svefn-g-Englar’ van Sigur Rós als soundtrack bij de
staande ovatie die Ludovico Einaudi en zijn kompanen in ontvangst
mochten nemen. Alweer terecht, want de verschillende klankkleuren
die Einaudi een concert lang liet horen, waren bedwelmend en
meeslepend. Einaudi opereert met volle goesting op het
drielandenpunt tussen klassiek, elektronica en pop en het resultaat
was opnieuw van een verleidelijke schoonheid en tedere
sensualiteit. Het blijft een Italiaan natuurlijk!

‘Divenire’ van Ludovico Einaudi is nu uit bij PIAS.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − twee =