Dijf Sanders :: ”Less is niét altijd more. Volsteken, die handel.”

Veel kans dat we met Dijf Sanders zouden afkomen als u ons zou vragen om een typevoorbeeld van de ideale goddeau-artiest te schetsen: begonnen in de donkerste marges van de muziek, schoof de Bruggeling langzamerhand op naar meer mainstream klanken zonder zijn angels af te vijlen. Met Homesick zet hij opnieuw een stap in dat proces en profileert hij zich als een vingervlugge artiest die elk genre aankan.

"Eigenlijk vind ik het een rare plaat geworden. Compact", komt Sanders op het einde van het interview nog eens terug op die nieuwe plaat. "Vind jij hem lang? Normaal gingen er maar elf nummers op staan, maar ik kon niet kiezen welke twee ik ging schrappen. Ik denk dat ik daarin een fout heb gemaakt. Ik kan begrijpen dat het een vermoeiende plaat is, net als To Be The Bob, de vorige. Nerveus hé. Maar uiteindelijk is Homesick nog heel toegankelijk uitgedraaid. Zelfs mijn moeder zei het."

enola: Het is vooral een heel verscheiden plaat geworden die alle richtingen uit gaat. Moest het zo zijn: het hele veld bestrijken?
Sanders: "Ja. Ik wil dat hele spectrum. Ik wil niet in één genre blijven; dat vind ik verschrikkelijk. Thuis luister ik ook niet naar één bepaald soort muziek. Dat zou ik nooit kunnen. En of ik nu iets van Sebadoh, Daft Punk, Aphex Twin of Debussy opleg, altijd benijd ik hoe goed die nummers zijn en wil ik dat ook proberen. En dit is het resultaat: dat ik in elk genre mijn best probeer te doen."
enola: Zijn er ook genres waarin je er echt niets van bakt?
Sanders: "Echte, boenkende dance à la Justice. Ik hoor dat graag, maar ik kan het niet maken omdat ik dat compromis niet kan maken. Elke keer als ik iets strak en commercieel in die richting maak, kan ik mezelf niet tegenhouden en smijt ik er alle soorten shit bij. Dat vind ik jammer. Ooit zou ik graag een dansplaat willen maken, maar het lukt niet. Eigenlijk was dat zelfs al mijn bedoeling met Homesick. Mislukt." (lachje)

enola: Dat jazzy kantje van To Be A Bob is wel verdwenen.
Sanders: "Klopt. Eigenlijk is jazz gemakkelijk, want je kunt je er alles in permitteren. Van zodra je iets raars doet, zegt men: ’jazz’. Maar ik ben geen jazzmuzikant en ik haatte het als mensen zeiden dat dat er in zat. Voor mensen die echte jazz spelen is dat waarschijnlijk zelfs een belediging. Ik weet niet of ik dat er ooit nog opnieuw in ga steken, dat was toèn voor mij zo, maar eigenlijk luister ik nooit naar jazz thuis."

enola: Voor "The Great Downfall" haalde je er producer Reinhard Vanbergen van Das Pop bij. Wat moest hij je bijbrengen?
Sanders: "Ik heb nu al zo lang mijn eigen ding gedaan, geen compromissen gesloten,… aan laptopgeknutsel gedaan dat ik er nu voor het eerst klaar voor was om met iemand anders samen te werken. Reinhard is me aangeraden door mijn mixer toen ik vastzat met "The Great Downfall". Ik had dat nummer op zijn Dijfs volgesmeten met rare dingetjes en dito wendingen en ik voelde dat hij er structuur aan kon geven: wat leger maken."
enola: Hij heeft je het less is more-principe aangepraat?
Sanders: "Neen. Ik heb altijd geweten dat dat zeker in dance en pop belangrijk is, maar hoe goed ik dat ook besef, het interesseert me niet, want ik vind dat saai. Kijk naar Animal Collective: beestige band en hun nummers zitten ook stampvol. Op hun concerten ga je ze ook nooit hun vorige plaat horen spelen, want ze veranderen constant van stijl en dat is cool. Ik vind: een plaat is een plaat. Op een concert moet je niet diezelfde nummers verwachten, het is toch veel beter om nieuwe nummers te horen."
"Ze hebben me de bevestiging gegeven dat less niét altijd more is. Integendeel. Veel mensen hebben mij er op gewezen dat ik moest schrappen en andere elementen in mijn muziek zo meer ruimte moest geven. En ik heb daar lang over gedubd, een soort identiteitscrisis gehad. Tot ik besefte: neen, zo moet het niet. Volsmijten."

enola: In alle interviews die ik voor dit interview las, vond ik één constante: je wil het grote succes en maakt daar geen geheim van. Is dit de plaat die het moet waarmaken?
Sanders: "Neen, want er staan nog altijd veel te veel wacky dingen op. Dit is nog altijd niet de kers op de taart als het gaat om commercieel zijn. Maar dat is niet de bedoeling. Het is misschien tegenstrijdig dat ik een plaat wil die overal doorbreekt, maar geen platte plaat is. Maar als je dan "Loser" van Beck hoort: allesbehalve een plat nummer, wel een hit geweest."
enola: Dat is alles wat je nodig hebt: één hit.
Sanders: "Ja. En dat wilde ik wel, maar "The Great Downfall" is niet de hit geworden die iedereen rond me erin hoorde. Het werd niet het nummer dat ik wilde maken: voor mij mochten er nog wat meer ballen inzitten, een eigen gezicht. Nu klinkt het teveel als een combinatie van dingen die je nu al hoort. Ik wil bereiken wat Aphex Twin met "Windowlicker" deed: een danshit scoren met een heel onconventioneel nummer. Het moet ook vernieuwend zijn, ja, en dat heb ik nog niet verwezenlijkt. We zien wel. Misschien worden die pogingen om ook commercieel te zijn wel mijn doodsteek, vandaar dat ik er niet zo ver in durf gaan. Het Dijftronics-gehalte moet er nog altijd in zitten."
enola: Misschien zul je pas vernieuwend zijn als je complexloos commercieel zult proberen te zijn? Omdat je het Dijf-zijn toch nooit zullen kunnen loochenen en je grillige muzikale DNA nu eenmaal niet plots verdwenen zal zijn?
Sanders: "Dat zou wel eens kunnen. Als ik zeg ’nu maak ik een superplatte plaat’, dat toch niet kunnen, en zo iets speciaals creëren. Maar goed, dat is voor de volgende plaat."

enola: Terug naar deze dan: hoe ben je bij trompettist Jon Birdsong (eerder bij Beck actief en hier bekend geworden als bandlid van Stijn) terechtgekomen?
Sanders: "Die heb ik leren kennen toen ik nog in Antwerpen studeerde. Hij speelde een jazz-improsessie in Dansing Chocola met iemand op draaitafels en een contrabassist. Ik genoot, en ben hem achteraf gaan vragen of hij niet bij mij kwam spelen. Et voilà. Het heeft wel lang stilgelegen toen hij op een bepaald moment te veel werk had, maar nu is hij er weer klaar voor. Ja, ik moet hem ook delen met Stijn, maar zo gaat dat. Noem me één trompettist die maar in één band speelt. Ik troost me altijd met het feit dat ik hem eerst had. (lachje) Hij heeft me overigens beloofd dat hij de voorkeur geeft aan mij en niet meer alles wil doen. Dat is goed: je moet niet de hoer gaan spelen als muzikant. Het is hatelijk, want je moet natuurlijk ook denken aan je portemonnee en zoveel mogelijk dingen doen, maar als je daardoor bij een paar bands steken laat vallen, dan kunnen die bands ook nooit echt doorbreken. Zo ondermijn je je eigen groep."
enola: Het Stijn Meuris-trauma: dan ontdek je supergoeie muzikanten, en voor je ’t weet ben je ze weer kwijt aan een grotere groep.
Sanders: "Ja, en ze graven hun eigen graf, want een band die niet op een vingerknip om het even waar kan staan, die mist doorbraakmogelijkheden."

enola: "The Great Downfall" werd dan wel niet de hit die het had kunnen zijn, maar er zijn misschien andere promotiemiddelen? Via mond-aan-mondreclame op het internet kun je ook slapend groot worden. Kijk maar naar God Is An Astronaut, dat zonder enige naambekendheid buiten de virtuele wereld tot onze eigen verbazing STUK kon uitverkopen.
enola: "Dat is zo, de undergroundscene is soms veel groter en dankbaarder. Neem nu opnieuw Animal Collective. Die zijn erg underground, maar zijn daarin wel behoorlijk groot: ze spelen veel, kunnen ongetwijfeld goed leven van hun muziek. Zelfs zonder dat je ze op de radio hoort. Het kan ook je carrière schaden om in die mainstream te komen, want dan schop je tegen de alternatieve schenen. Dat soort snobisme zit overal, maar nog het meest in de underground: die fans hebben je ontdekt, willen dat koesteren en niet delen met de massa. Dat voelt voor hen als een aanval op hun persoonlijkheid."

enola: En ook daar overheerst de middelmaat. Ik luister nog altijd liever naar een band als Bloc Party die in de mainstream bakens probeert te verzetten, dan naar het zoveelste kleine gitaarbandje met weer diezelfde indierockgitaartjes.
Sanders: "Ach ja, indierock: nu willen ze allemaal Arctic Monkeys zijn. Het is ook allemaal zo gemakkelijk geworden. Voor vele jongeren is muzikant zijn gewoon een valabele optie geworden, een leukere keuze dan een echte job zoeken. Dat is geen goeie situatie voor een underground om te floreren. Iedereen wil alleen maar zo snel mogelijk een single en succes hebben. Dus richten ze zich op de nieuwe modes. In Gent kun je zien hoe potsierlijk het alleen al qua mode wordt: eerst moesten ze allemaal postpunk zijn, toen was het nu-rave, nu weer iets anders… Dat komt en gaat op vier maanden en nog voor die bands weten wat ze zijn, moeten ze alweer iets anders worden. En elke successtory wil men uitmelken en uitwringen. Helemaal gedesoriënteerd word je daarvan."

enola: Soms denk ik: stop met dat doodknuffelen van al die onvoldragen bandjes. Maak het hen terug moeilijk zodat het niet meer uitmaakt of ze de mode volgen of niet en ze gewoon hun ding doen. Dan gaan we misschien opnieuw een dEUS krijgen; een band die er toe doet en niet gewoon de internationale voorbeelden recycleert.
Sanders: "De grote fout die veel bands maken is om onmiddellijk te zoeken naar hoe ze iets kunnen maken zoals het hoort. Ze zijn al bezig met hoe het moet klinken, met het eindproduct. De beste muziek maak je als je niet vooruit kijkt, maar enkel met het moment zelf bezig bent. Omdat je niets anders kan. Dat zijn de crazy guys, die echt getalenteerd zijn, maar het is niet omdat er meer bands zijn dat er meer talent tussen zit. Daar geloof ik niet in. Je moet in je cocon zitten en de dingen doen waarvan je voelt dat je ze moet doen. Als je dan succes hebt, is dat terecht."
"Het probleem is: iedereen kan muziek maken en niemand kan muziek maken. Het doet er niet toe want daar hangt het succes van af. Iedereen weet dat je niet meer dan een aanstekelijk rockriffje nodig hebt om succes te hebben. Er wordt zoveel superplatte drek in je muil gestampt dat mensen niet méér gewoon zijn en zelf ook niets anders willen maken. Het is een systeem dat zichzelf voedt. Men zegt: ’de mensen luisteren graag naar platte kak’, maar men serveert ze ook alleen maar die opgewarmde drab. Als men op een hitzender eens een week lang goeie muziek zou draaien, dan heb je zo een nieuwe scene gelanceerd."

enola: Lukt het jou nog om je af te sluiten van wat mensen over je werk zeggen, nu er sinds To Be A Bob meer ogen op je gericht zijn?
Sanders: "Natuurlijk niet, en dat hoeft ook niet. Je moet je niet afsluiten, maar je moet ervoor zorgen dat men je niet misbruikt. Ik wil bewust niet aan namedropping doen. Dat is misschien niet erg commercieel, maar ik wil mijn wagonnetje bewust niet aan een succesvolle trein hangen omdat dat me misschien verder zal brengen. Ik ga mijn Tom Waits-achtige trekjes niet vermijden omdat men mij daar mee vergelijkt, maar ik ga er wel alles aan doen opdat journalisten die naam niet zouden blijven laten vallen. Vaak heeft dat veel te maken met luiheid van de journalist. Copy-pastegedrag. Zo vond ik bij de aankondiging van mijn concert een verwijzing naar die jazztrekjes, terwijl deze plaat dat dus niet meer heeft. Dan voel je je als publiek toch bekocht als je daar op afkomt? En dan komt dat op mijn kap terecht. Luie journalistiek schopt tegen mijn schenen, dat is jammer."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − vijf =