Conor Oberst and The Mystic Valley Band



Botanique, Brussel, 3 september 2008

Er moet ons wat van het hart. Slechts heel erg sporadisch kan een
voorprogramma ons meer bieden dan een bron van ergernis over de wat
vreemde keuze van de hoofdact. We herinneren ons dat we bij Nick
Cave en Morrissey vaak huilend wegkropen – het zal wel toeval zijn
dat het optreden zelf daarna ook niet zo erg denderend was.
Gisteren niks daarvan. Sky Larkin, een bandje uit
Leeds dat wat wegheeft van The Von Bondies met een vrouwelijke
Frank Vanderlinden op zang, beloofde in november terug naar België
af te zakken. Als u ergens in de buurt rondhangt, ga gerust eens
binnen kijken.

Conor Oberst zelf lijkt zijn naar Coleridge
neigende ‘dejection: an ode’ mentaliteit van zich af te hebben
geworpen, en maakt met zijn Mystic Valley Band muziek waar ergens
in de krochten van ‘s mans geest een positieve noot valt op te
tekenen. Maar dan wel op zijn Obersts, je sterft niet in het
ziekenhuis, maar doodgaan doe je wel. Onze gevoelens over ‘Conor
Oberst’
– de plaat werden nog het best verwoord door collega
Pieter Colpaert. Het is allemaal niet slecht, maar te vaak hebben
we het gevoel dat Oberst op een morgen vlug wat bijeenschreef om op
plaat te plakken, zonder het broodnodige knippen aan te wenden. De
biefstuk is er wel, en zoals gewoonlijk is ie weer lekker mals,
maar de peper erop ontbreekt. Over the kind of love that hurts
your back
en andere exploten kunnen we een Freudiaans essay
schrijven, maar enola zendt haar zonen niet uit om zich met
dergelijke spielerei bezig te houden.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, live is Oberst
tegenwoordig wel beter dan op plaat. Het gros van de songs komt pas
echt tot zijn recht als hij zijn Crouchbewegingen aan de breekbare
falset die hij doorgaans meebrengt kan toevoegen, al moet gezegd
dat The Mystic Valley Band ons op geen enkel moment kon overtuigen.
Het zal wel geen toeval zijn dat we van de door de andere bandleden
gezongen nummers enkel de energie die Oberst in zijn gitaarspel
legt herinneren.

De set nam aanvang met ‘Moab’, een van de betere nummers op ‘Conor
Oberst’, en kreeg met ‘Sausalito’ en een heerlijk ‘Get-Well Cards’
het vervolg waarbij we ons op een van die niet eens zo zeldzame
trips naar het botaniquenirwana waanden. Helaas bleek daarna iets
te vaak dat er gewoon een paar erg middelmatige nummers op plaat
gezet zijn. ‘Eagle On A Pole’ kon ons dan ook op geen enkel moment
overtuigen meer te zijn dan een obligaat probeersel dat je vooral
van een handvol epigonen verwacht. Ook nummers als ‘Danny Calahan’,
‘NYC’ of afsluiter ‘Hospital’ stegen nooit boven de middelmaat uit,
al was dat voor laatstgenoemde nog steeds een opwaardering in
vergelijking met de albumversie.

Al een geluk dat de andere – de goeie – helft van het album wel zo
onder het Bright Eyes label kan gecatalogiseerd worden, en daar ook
naar werd gebracht. Na ‘Eagle’ vreesden we wat voor de meer
ingetogen nummers, maar die angst aaide Oberst weg met een
werkelijk memorabel ‘Lenders In The Temple’. Als hij de ingehouden
tristesse zachtjes je buis van Eustachius inblaast, geloven we elk
foneem. Met dezelfde woorden kan ‘Milk Thistle’ worden beschreven,
‘Souled Out’ stond daar lijnrecht tegenover met zijn kinetische
energie die zelfs Usain Bolt jaloers krijgt. We onthouden daarnaast
nog een prima bluescover (Corinne, Corinna, u kent het van The
Freewheelin’ Bob Dylan) en het jammerlijke maar niet echt gemiste
ontbreken van enig Bright Eyesmateriaal. Toen een fan naar ‘Lua’
verzocht repliceerde Oberst met een schertsend ‘I don’t know
that song’
.

600 woorden en geen enkele klucht over Gilbert Bodart, dan moeten
we met best wat stof om schrijven terug gekomen zijn. Dat Oberst
een van de meer getalenteerde popmuzikanten is, hoeft geen betoog,
dat we nu al uitkijken naar het volgende project van de man
evenmin. Oberst danste als een robot, acteerde als Jack Nicholson
in betere dagen en zong alsof de duivel hem op de hielen zat. Hij
spuugde erbij als een lama (misschien moet iemand hem toch maar
zeggen dat Heineken niet deugt), en dankte Brussel voor een
zoveelste thuismatch. Alweer onderscheiding, maar geen grote.

‘Conor Oberst’ is uit bij Merge Records

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − tien =