Shameboy :: ”Je zal nooit ‘Shameboy (DJ’s)’ zien staan op een affiche :: Shameboy is live”

Ze kennen de backstage van ongeveer elk Vlaams festival als hun broekzak, maar die van Werchter moest nog aan hun palmares toegevoegd worden. Vanaf donderdag 3 juli is ook dat rechtgezet, want net zoals ze dat elders doen zal Shameboy ook de Marquee daar op zijn kop zetten met de beukende electro van het nieuwe Heartcore. “Natuurlijk spelen we alles live”, zeggen Luuk Cox en Jimmy Dewit: “anders konden we net zo goed thuisblijven.”

enola: Moest er met Heartcore iets veranderen ten opzichte van voorganger Hi, Lo And In Between?
Dewit: ”We hebben nooit besloten dat iets helemaal anders moest, maar onze muziek is wel geëvolueerd. Uiteindelijk hebben we zoveel gespeeld dat ons geluid vanzelf de richting uitging van Heartcore. Zonder dat we dat moesten definiëren, wisten we dat we meer een eigen geluid ontwikkelden.”
enola: Lag Hi, Lo And In Between dan nog te dicht tegen voorbeelden aan?
Cox: “Die plaat zat gewoon tussen dingen in. Het was de muziek die we toen wilden maken; we dachten toen veel minder in termen van een album. We schreven gewoon nummer per nummer en plots stelden we vast: nog twee en we hebben een plaat. Van de tracks die we sindsdien schreven, wisten we dat die ooit op een album terecht konden komen.”

enola: Verschilt een album maken voor dance-artiesten? Jullie zijn toch meer gericht op één nummer, die ene clubtrack?
Cox: “Ja… voor dance is het vooral belangrijk dat je een mooie lijn in je plaat krijgt. Bij rockmuziek is een plaat eerder een collectie nummers: de volgorde is minder van belang.”
Dewit: “Wij zien onze nummers niet zozeer als potentiële single hoor; we streven naar een goed nummer tout court waarbij vooral belangrijk is wat het gaat doen als we het live brengen. Na een vijftal tracks ga je echter wél rekening houden met een album en begin je vanzelf al in functie van de volgorde te denken; hoe dit of dat nummer mooi zou passen aan het begin van de plaat, of verderop. Dat is belangrijk: onze plaat moet kloppen als je hem uitluistert. Singles krijgen toch een edit: wat je hoort op Heartcore zijn de nummers zonder dat we ze aanpasten om aan één of andere commerciële norm te voldoen; zoals we ze in ons hoofd hadden.”

enola: De vocals die op Hi, Lo And In Between nog te horen waren, ontbreken nu volledig. Bewust?
Cox: “Ja. Ik was er al van in het begin geen voorstander van om met stemmen te werken, want uiteindelijk is het effect altijd dat van een stemmetje dat gewoon op de track is geplakt. Slechts weinig electrotracks worden echt samen geschreven met een zanger. En we wilden niet zomaar snelsnel ergens een zanglijntje over plakken als het nummer eigenlijk al af was. De vibe van Heartcore moest ook meer clubby zijn, vuiler: als je daar nog vocals bij sleurt, ben je dat weer kwijt. Ook live valt het moeilijk op te lossen: de stem laten meelopen vind ik ook maar goedkoop.”
Dewit: “Neem nu “Wired For Sound” van op Hi, Lo And Inbetween: toen dat een single was, konden we dat nauwelijks spelen omdat Timmy (Tim Vanhamel, mvs) niet vaak kon meekomen. En een vocal die zo prominent is, weigerden we op tape te laten lopen. The Chemical Brothers raken daar mee weg, maar die werken vanuit een heel ander idee. Als we een trompetsolo of een gitaarsolo brengen dan wil ik ook dat daar een trompettist of een gitarist staat en hetzelfde gaat op voor zangers.”

enola: Jullie denken dus erg in functie van jullie liveoptredens. Wat niet op het podium kan gebracht worden, mag er niet bij?
Cox: “Dat is zo, maar als het echt nodig is voor het nummer mag het wel.”
Dewit: “Dàn wel, maar zoals Luuk net zei: niet snel en goedkoop. Je hoort meteen aan een nummer als pakweg de zang er maar bijgesleurd is. We hébben contact gehad met bepaalde zangers, maar dat werkte uiteindelijk niet dus hebben we het maar zo gelaten.”
enola: Jullie hebben daarvoor onder andere contact gehad met een bepaalde eightieslegende?
Dewit: “Ja, er zijn contacten geweest. Meer kunnen we er echter niet over zeggen: het liep van in het begin heel stroef. Nog voor we over een nummer gesproken hadden, ging het al over royalties en geld. Dat voelde alsof iets ons met alle macht probeerde te vertellen niets met vocals te doen; dat we ons daarmee iets op de hals zouden halen. Toen hebben we het maar gelaten.”

enola: Jullie spelen echt wel live. Is dat belangrijk?
Cox: “Absoluut, het gebeurt veel te weinig bij electro dat groepen echt live spelen. Nu, wat is nog live: er loopt altijd wel iets mee, dat kun je niet vermijden.”
Dewit: “Bij rockgroepen is dat trouwens niet anders. En het is ok dat er wat elektronica meespeelt, maar je moet zorgen dat je nog altijd iets staat te doen op het podium. Anders kun je net zo goed thuisblijven of plaatjes draaien. Je kunt je de vraag stellen wat wij daar nu staan te doen, maar een track van ons zal live nooit hetzelfde klinken als op plaat: we voegen nog meer dingen toe, veranderen stukjes, … we improviseren ook veel. Soms zitten we er recht op met nieuwe hooks, maar af en toe is het er ook klets neffen maar in elk geval hoor je dat we er iets aan het doen zijn.”
“Ik wil geen reproductie van de plaat waarbij één van ons twee op een elektronische drum staat te roffelen. Dat zie je constant in electro: dat iemand zich plots als drummer out en op elektronische pads wat extra drumaccenten geeft. Terwijl de drums net iets zijn die meelopen, en waar je van af moet blijven. Ik versta dat niet: met een paar kleine ingrepen zou ongeveer elke electrogroep een redelijk compact fijn livesetje kunnen brengen, maar velen doen het niet.”

enola: Is dat luiheid?
Cox: “Ja en neen. Veel electroartiesten zijn ook geen muzikanten die zomaar snel wat lijnen verzinnen. Ze programmeren beats en bepaalde baslijnen, maar die live reproduceren is hun ding misschien niet.”
enola: Luuk, je drumt ook bij Buscemi: ben je in de eerste plaats een drummer? Je achtergrond als drummer bij Buscemi en Arsenal sluit in elk geval meer aan bij een livesetting.
Cox: “Dat helpt wel: ik heb wat meer live-ervaring. Dat is zo. Of dat ook een voordeel is, weet ik niet.”
Dewit: “Luuk was wel degene die het meest aan de kar trok om dit ook live te brengen. Hij heeft ons het eerst vastgelegd voor een optreden in de Muziekodroom in Hasselt: “we gaan live spelen”. Ik zag ons vooral een hoop miserie over onszelf afroepen, maar uiteindelijk bleek dat goed mogelijk. Ik ben blij dat we het uitgewerkt hebben en er beter in geworden zijn. Dat maakt het fijn gewoon.”
“Men moet overigens niet zagen dat mensen dancemuziek hol vinden, want veel van die artiesten werken dat ook zelf in de hand. Hoeveel dj’s of artiesten die een hit scoren staan niet plots op de affiche van een festival, zonder vermelding ‘live’. Dan staan ze er of achter een laptop, of ze komen draaien; en geen van beide kunnen ze echt. Er is meer aan dj’en dan zomaar je plaatjes wat kunnen inmixen: je moet ook je publiek kunnen lezen. Ik kan daar zo de woefels van krijgen als je sommigen op pakweg Pukkelpop ziet draaien. Ik vind dat een uitholling van het dancegegeven. Fijn dat wij dat niet doen.”

enola: Bij Shameboy houden jullie die lijn heel strict?
Dewit:
“Met Shameboy willen we niet als DJ’s draaien, Shameboy is live. Punt. Als je besluit op een podium te kruipen, dan moet je dat ook goed doen en we hollen het ook niet uit: als je de naam Shameboy op een affiche ziet, staan we met heel die kloterij op het podium. Daar loopt al eens iets door mis, maar dat nemen we er dan bij.”
“We hebben niet voor de gemakkelijkste oplossing gekozen. Het had veel eenvoudiger gekund met twee laptopjes en niet te veel tralala, maar dan groei je ook niet. Het feit dat Heartcore klinkt zoals het doet, komt door alles wat we op het podium doen: al die filthy dingen die we er live boven gooien. Eigenlijk is Luuk de sologitarist en ik de ritmegitarist. Hij is in de weer met de vuile leads, terwijl ik daar netjes boven en tussen speel. We proberen elkaar niet voor de voeten te lopen.”

enola: De eerste track van Heartcore heet “After The Damage”. De balans van de voorbije jaren?
Cox: “Neen hoor. De titel ontstond gewoon toen tijdens de eerste versies van dat nummer — dat “After All” heette — mijn Logic-software crashte. Bij het herstarten geeft dat systeem dan achter de bestandsnaam tussen haakjes “Damaged”. En zo werd dat “After All The Damage”. Vrij stom hoor.”
Dewit: “Zo verzinnen wij dus onze titels.”

enola: Jullie maakten de overstap naar het label N.E.W.S. dat een goede naam heeft op dancevlak. Is dat vooral met het oog op het buitenland?
Dewit: “En het binnenland: het was gewoon de Belgische speler die we wilden. We hebben we wel wat support in het buitenland van een aantal bevriende dj’s, maar we kunnen de steun van N.E.W.S. wel gebruiken. Op dit moment preken we wat voor eigen parochie, want die buitenlandse vrienden kennen ons wel, maar om meer te bereiken is er wel wat anders nodig. En bij N.E.W.S. kent men zijn wereld.”
Cox: “Het klopt dat het met al ons materiaal moeilijker is om in het buitenland te geraken, maar als we voor het gemakkelijke geld wilden gaan, waren we wel boekhouder geworden. Of notaris; die verdienen fucking veel geld.”

enola: Op muziekfora her en der werd weer eens gemord dat dance niet op een rockfestival thuishoort toen bekend raakte dat jullie op Werchter staan. Wat denk je als er in deze tijden nog zo bekrompen wordt gereageerd?
Dewit: “Ik was om te beginnen al blij dat we op Werchter staan. Ik mag wel elk jaar achteraan de wei draaien met Discobar Galaxie tussen de verschillende groepen, maar iedereen die muziek maakt in België wil toch eens op het podium zelf staan. Maar over die opmerkingen: mensen die vinden dat er teveel dance op Werchter staat: ik begrijp dat niet. Zelfs in Engeland is er nu een nationaal debat over het feit dat Jay-Z Glastonbury mag afsluiten. Mannekes, wat een kleingeestigheid is dat.”
Cox: “Niets tegen rockmuziek hé, maar ik vind veel electro harder rocken dan de meeste gitaarmuziek. Die idioten die klagen dat het toch Rock Werchter heet, die zouden nu nog op zijn achttiende-eeuws met paard en kar rondrijden. Toen het festival werd opgericht moest dance nog worden uitgevonden: betekent het dan dat je geen dubstep mag draaien op I Love Techno?”
Dewit: “En daar was vorig jaar dan weer protest omdat Klaxons kwam. Ik vind die discussies heel raar. Dat staat haaks op dat jonge volk dat naar Werchter komt. Die kritiek komt er alleen maar van volk dat niet naar Werchter komt. Net als dat geklaag over de ticketprijzen die te duur zijn: het verkoopt toch elke keer uit. Die mopperaars zijn typisch het soort mensen die geen geld aan muziek geven; die geen platen kopen maar wel altijd de nieuwste cd’s op hun iPod hebben staan. Dus: fuck off.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =