Ufo Goes Ufa :: Pop Garage Symphony N° 9

Ze zijn afkomstig uit alle windstreken, noemen dit land de twilight zone van de rock en hebben in een moeite door dan maar een soundtrack gemaakt voor dat gebied. Enter Ufo Goes Ufa, de band die laat horen dat kitsch geen schande hoeft te zijn.

De vraag wie de plaat van het jaar maakte, zorgt elke decembermaand voor nachtenlang gepieker en verhitte discussies, maar gelukkig zijn er ook andere prijzen die heel wat makkelijker uit te delen vallen. Zoals: wie heeft de onnozelste groepsnaam, de stompzinnigste plaattitel en de lelijkste hoes van het jaar gemaakt? Deze drie vragen kunnen nu, nog niet eens halverwege het kalenderjaar, met zekerheid beantwoord worden: Ufo Goes Ufa gaat driemaal met de jackpot lopen.

Over smaak valt te discussiëren, maar hierover is weinig twijfel: deze plaat zit in een spuuglelijke hoes, de groep heeft een ronduit debiele naam en die titel… een mens zou spontaan naar een voorhamer grijpen bij het aanschouwen van zoveel lelijkheid, maar nooit een oordeel vellen zonder te luisteren, aldus de hoofdredacteur. In de speler dan maar met die handel en Joey Ramone nog aan toe: bij deze schijf is àl het talent gebruikt voor de inhoud, waarmee in een moeite door de verpakking nog meer gedegradeerd wordt, maar wie maalt daar om?

Want de gruisrock die deze Brits-Belgische formatie brengt, is bezwerend van de eerste tot de laatste seconde en laat geen spaander heel van het idee dat u de coolste van de hoop bent. Heeft uw geflirt met The Cramps en The Jesus And Mary Chain immers een degelijk debuutalbum opgeleverd? Wel dan. “Yo Macumba!” is het enige twijfelgeval dat op deze plaat te traceren valt, en dan nog vooral omdat Momo Lamana dit gezelschap net in snelheid gepakt heeft en een hele plaat met “Yo Macumba’s” gemaakt heeft. Trop is nog steeds te veel, weet u wel.

Anders is het gesteld met de donkere, op maat van het spookhuis gemaakte interpretatie van de bluestraditional “Black Mountain Blues” en het onwillekeurig aan Roswell en Area 51-achtige toestanden verwante “Ufo Goes Ufa Theme”. Waarmee die groepsnaam toch niet zo gek blijkt te zijn als eerst gedacht. Nog meer spaced out-rock-‘n-roll serveert het gezelschap in het naar de jaren tachtig knipogende “Interlude Extraterrestre”. In het net zo kitcherige als aanstekelijke “Twilight Salope” worden woestijnrockrifs gekoppeld aan porno-soundbits en doet de onderkoelde zang van Brian Droid zijn werk — alles strak bij elkaar houden — uitermate efficiënt.

Een beetje vreemd misschien, en bij momenten zelfs goed voor een stevig moment van verwarring, maar liefhebbers van gefreakte rock komen bij dit kwartet absoluut aan hun trekken. Garagerock is misschien nog wel de meest accurate omschrijving voor wat Ufo Goes Ufa doet op deze eersteling, ware het niet dat het internationaal gezelschap zichzelf met gemak verheft boven het verwachtingspatroon dat we hebben aangaande garagerock. Dat verwachtingspatroon mag dan niet bepaald het meest indrukwekkende zijn, maar het punt weze duidelijk: Ufo Goes Ufa is mogelijk een beetje silly, maar ook verdomd catchy en aanstekelijk en op een liederlijke nacht blijkt dat algauw te volstaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 2 =