Het verliep grotendeels zoals verwacht :: Oscars 2008

Verleden jaar waren we behoorlijk pissig omdat de Vlaamse zenders
het vertikt hadden om de Oscarceremonie live uit te zenden. Wón
Scorsese eindelijk eens een keertje, konden we daar niet eens bij
zijn. De bastards. Dit jaar was het lichtjes beter:
digitale betaalzender Prime zond het hele ding wel degelijk uit,
maar hield het feit dat ook niet-abonnees konden kijken angstvallig
stil, om toch maar te vermijden dat al te veel plebs zich in het
holst van de nacht voor z’n tv zou scharen. Een filmfan ben je hier
nog steeds niet ongestraft.

Hoe dan ook, de Oscars zijn gepasseerd. De gebruikelijke
zuurpruimen kunnen alweer hun jaarlijkse vitrioolstukje bijeen
pennen waarin ze klagen hoe saai de show wel was en hoe
voorspelbaar de winnaars – wat hen overigens niet verhinderde te
kijken – maar zelf kan ik nog steeds genieten van de ongegeneerde
kitsch en meligheid van deze opa van alle award shows.

Een echt grote slokop was er niet – alle grote genomineerde
films konden op z’n minst met één prijs naar huis gaan, hoewel
‘No Country For Old
Men’
er met vier stuks ontegensprekelijk het beste uitkwam. De
Coens schuifelden het podium op met een mentaliteit die ergens het
midden hield tussen verlegenheid en arrogantie – als ze al onder de
indruk waren van hun winst, dan lieten ze het niet echt merken.
Toen ze elk een eerste beeldje in ontvangst mochten nemen voor
beste geadapteerd scenario, wist Joel een paar woorden uit te
brengen, voordat Ethan simpelweg “thank you” zei en het podium weer
afliep. Toen ze later op de avond ook beste regisseur kregen, was
het opnieuw Joel die de meubelen moest redden met een ietwat
geforceerde anekdote over hun jonge jaren, terwijl Ethan zei: “Ik
heb eigenlijk nog steeds niks meer te zeggen dan daarstraks.” Toen
ze ook nog beste film wonnen, lieten ze het speechen wijselijk over
aan hun co-producent Scott Rudin, die niet naliet om netjes z’n
familie te bedanken.

Een vierde Oscar voor ‘No Country For Old Men’
ging naar ultimate bad-ass Javier Bardem, die half in het
Engels, half in het Spaans uitdrukking gaf van het feit dat hij een
gelukkig mens was, en more power to him. De Oscars voor
‘No Country’
waren niet echt een verrassing. ‘There Will Be Blood’ had nog de
grootste kans om de Coens van de jackpot te weerhouden, maar de
twee broertjes maken al zo lang samen films, dat het gewoon hun
tijd leek om eens te winnen. Zoals het was, moest ‘There Will Be Blood’
zich tevreden stellen met beste cinematografie en (uiteraard) beste
acteur voor Daniel Day-Lewis. Die laatste gaf overigens een
tamelijk routineuze, zij het stijlvolle speech, die nooit de
aandacht kon afleiden van de bizarre, piraatachtige oorringen die
hij aanhad – ik hoop voor een volgende rol.

De actrices waren minder voorspelbaar dit jaar. Marion
Cotillard, genomineerd voor haar rol als Edith Piaf in ‘s dames
biopic ‘La
Môme’
, won verrassend van topfavoriete Julie Christie
(genomineerd voor ‘Away From Her’), en kon
daar zelf schijnbaar niet van over. In de supporting
actress-
categorie was er geen uitgesproken favoriet, maar ik
ben wel zeer tevreden met de prijs voor de schitterende Tilda
Swinton. Niet in het minst omdat ze verreweg de coolste speech van
avond hield: ze begon door plichtsbewust haar agent te danken, maar
begon al gauw haar coster George Clooney te plagen met pijnlijke
herinneringen aan ‘Batman & Robin’: “Ik zal nooit vergeten hoe
trouw je op de set elke dag dat pak met de neptepels aantrok, en
soms ondersteboven aan het plafond hing.” Clooney zelf had het niet
meer van het lachen. Wij ook niet.

‘Juno’, de
charmante tragikomedie over een zwangere tiener, werd naar huis
gestuurd met een troostprijs voor beste origineel scenario. Wat ook
wel enigszins te verwachten was: de Academy profileert zichzelf als
erg progressief en hip, maar om aan dat soort films nu een Oscar te
geven voor beste regisseur of als beste film, gaat dan weer net te
ver. Diablo Cody, ooit een stripster, nu een scenariste, mocht in
ieder geval het schavot beklimmen.

Voor de grappen zorgde gastheer Jon Stewart, die er de pas
opvallend wist in te houden met parodieën op de gebruikelijke
eindeloze montages op de Oscars (“een ode aan verrekijkers en
periscopen!”) en de mededeling dat de baby van de zwangere Cate
Blanchett naar Angelina Jolie zou gaan. Maar het hielp ook dat er
maar weinig winnaars waren die zich echt verloren in tranerig
gedweep of ellenlange lijsten van familieleden en medewerkers die
absoluut bedankt moesten worden. In tegendeel zelfs; buiten Javier
Bardem en Tilda Swinton wist ook Brad Bird, die niet geheel
onverwacht won voor Beste Animatiefilm met ‘Ratatouille’, een erg
vermakelijke speech te geven, die entertainment boven sentiment
stelde. (Een gladde plek op het Oscarpodium die ei zo na zowel
Colin Farrell als John Travolta molde, verdient echter de prijs van
Grappigste Niet-Levend Object van de oscars van 2008.)

Opvallend was ook dat Hollywoods hipste dode van het moment,
Heath Ledger, niet één keer bij naam werd genoemd tijdens de hele
ceremonie. Zijn foto sloot de gebruikelijke montage af ter ere van
overleden mensen uit de industrie en er werd duchtig voor
geapplaudisseerd, maar daar bleef het dan ook bij. Genant detail:
de 25-jarige Brad Renfro (ooit nog het kleine jongetje in ‘The
Client’, daarna bekend uit o.a. ‘Apt Pupil’ en ‘Ghost World’)
stierf een week voor Ledger aan een overdosis heroïne, maar werd
niet eens in die montage opgenomen.

Zijn we al bij al tevreden mensen? Best wel. De show ging – naar
de normen van de Oscars dan toch – vlotjes vooruit en er zijn geen
prijzen weggegeven (buiten misschien die voor Marion Cotillard)
waar we ons écht niet in kunnen vinden. De beurt van Paul Thomas
Anderson is nu nochtans wel gekomen. De Coens hebben ze nu van hun
lijstje “onbekroonde topregisseurs” kunnen schrappen, Anderson
staat te dringen. Zeker als hij nog eens een meesterwerk als
‘There Will Be
Blood’
aflevert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =