Patton + Thee, Stranded Horse + Matt Elliott + Jesse Sykes & The Sweet Hereafter, 6 me

Zoals wel vaker het geval is, viel er ook gisteren geen touw vast te knopen aan de line-up in de Orangerie. Alle artiesten hadden iets met rootsmuziek, maar hun invullingen daarvan konden amper verder uit elkaar liggen. We onthouden vooral de verwarring, de experimenten, en het mooie einde dat in extremis nog een wrange bijsmaak kreeg.

We hadden eerlijk gezegd nog nooit gehoord van het Brusselse Patton, wat niet opmerkelijk is aangezien het duo er niet beter op weet dan twee onverenigbaar lijkende genres – postrock en roestige blues-folk – in de blender te gooien. Er werd duchtig geëxperimenteerd met hoekige drumpatronen en gitaarloops, gezongen en gereciteerd in het Engels en het Frans, en gezocht naar een niche waar geen Belgische band ooit eerder rondhing. Bij momenten had het iets van Tortoise-goes-Mississippi, andere momenten waren dan weer enerverend richtingloos.

De Fransman Yann Tambour belichaamt niet enkel postrockproject Encre, maar doet ook totaal andere dingen met Thee, Stranded Horse (foto). Hiermee zet hij hypnotiserende mantra’s op poten door het bespelen van gitaar en een kora, een westafrikaans snaarinstrument. Dat ziet er op papier behoorlijk exotisch uit, maar wat het opleverde was een fraaie combinatie van etherische Britse folk en de excentrieke fingerpicking van John Fahey. Tambours stem klonk soms akelig nasaal, maar z’n indrukwekkende vingerwerk zorgde voor een enorme troef.

Meer volk op het podium bij Matt Elliott, die zich liet flankeren door een pianiste, een violiste, een trompettist en een drummer. Ooit was de man nog roerganger van het drum‘n’bass-collectief The Third Eye Foundation, iets dat hij nu heeft ingeruild voor een eclectische mix van Balkanfolk, exotische ritmes, electronica en experimenteel geweld. Het eerste kwartier vonden we indrukwekkend, daarna werd de formule keer op keer herhaald, wat ervoor zorgde dat we voor de laatste paar climaxen (en geloof ons, met z’n loops ging deze kerel voor een wall of sound van formaat) al afgehaakt hadden.

Dan eindelijk Jesse Sykes, de nachtburgemeesteres van de schaduwrijke rootsmuziek. De donkere schone en haar begeleidingsband The Sweet Hereafter hadden er al twaalf weken touren op zitten en dat viel er aan te merken. De set, die bijna volledig bestond uit songs uit het eerder dit jaar verschenen Like, Love, Lust & The Open Halls Of The Soul, zat goed in mekaar, en liet horen dat Sykes goed bij stem was en dat de verweerde songs ook zonder de elegante arrangementen van het album probleemloos overeind blijven.

Partner en gitarist Phil Wandscher kreeg op het album voor het eerst vrij spel, en ook live zijn z’n spaarzame bijdragen en bitsige accenten de ideale sparringpartner voor het doorrookte fluisterinstrument van Sykes, dat met elk album tien jaar aan maturiteit lijkt te winnen. Songs als “Hard Not To Believe” en “Aftermath” zijn tijdloze brokken contemplatie die rechtstreeks uit het hart komen en, gestuurd door het frêle lichaam van Sykes toch intens emotioneel klinken. Andere nummers klonken een pak conventioneler: “You Might Walk Away” (een voorteken) klonk in de handen van deze band bijna frivool, terwijl “Station Grey” en “The Air Is Thin” wat ons betreft nog een minuut of vijf hadden mogen doorgaan.

Maar dan werd het Wandscher plots allemaal teveel: na een technisch probleempje en wat gekibbel kondigde hij aan dat de band nog één song te gaan had, maar liet zich dan toch overhalen om “Eisenhower Moon” te spelen. Door de voelbare spanning kregen flarden als “Is this still a good place to be? / If it feels the same / How will we know if it’s breaking down?” een nieuwe, bittere betekenis. Een zichtbaar ontgoochelde Sykes keerde terug met de boodschap “I don’t know if I even have a guitar player anymore” en speelde gitzwarte versies van “Doralee” en “Love Me, Someday”, dat laatste met Wandscher die er duidelijk tegen zijn zin stond.

De ongemakkelijke en intieme sfeer die terug te vinden is op de drie albums van Sykes & The Sweet Hereafter was ook aanwezig op het podium, maar was aanvankelijk aangenaam herkenbaar. Dat een concert dat veelbelovend begon vroegtijdig aan zijn einde kwam met snauwende opmerkingen en een verdwijnact zette dan ook een frustrerende domper op de avond.

Jesse Sykes & The Sweet Hereafter speelt op 16 mei in de Cactus in Brugge. Dat hopen we althans.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 3 =