Erik Truffaz + Abd Al Malik + Keren Ann


Les Nuits Botanique, Koninklijk Circus, Brussel, 30 april
2007

Er viel al heel wat te ontdekken op deze eerste avond van Les Nuits
Botanique. Samen met het jazzfestival van Montreux werd een triple
bill opgesteld van artiesten die sterk verschillen, maar toch
elkaars werk onderling weten te appreciëren.

Na haar pas verschenen delicieuse vijfde plaat was het reikhalzend
uikijken naar Keren Ann, die we als top of the
bill verwachtten. Het was dan ook tot onze grote verbazing dat we
haar als eerste deze avond de bühne op zagen komen. Tijd om hier
lang bij stil te staan was er niet, want met ‘In Your Back’ kregen
we meteen één van de pareltjes van de nieuweling te horen, voor de
gelegenheid nog iets guller versierd met trompet. So far so
good
, maar na deze opener kwam er moeilijk vaart in de set. We
hadden niets aan te merken op de keuze van het materiaal, de vocale
kracht of de instrumentale inkleuring maar behalve aangepaste
arrangementen was de live-meerwaarde soms zoek. Het was namelijk
alleen met de muziek dat we het moesten doen, want Keren Ann was op
enkele stapjes met de gitaar in de hand na allerminst een
dynamische gastvrouw en vulde de ruimte tussen de songs door enkel
met een gefluisterd ‘merci’. Het kleine verlegen meisje
dat het grote podium niet kon vullen, zo leek het. Wanneer we later
te horen kregen dat ze na dit optreden nog verplichtingen had, zou
het echter ook wel een gig op automatische piloot geweest kunnen
zijn.

En dus moesten we het op een uurtje tijd doen met een bloemlezing
uit het Engelstalig repertoire, met ruime aandacht voor het nieuwe
werk. Daarvan klonken vooral ‘Lay Your Head Down’ en ‘Harder Ships
Of The World’ zoet in de oren. De meisjesachtige rol ligt Keren Ann
duidelijk het best, wat voor een serieus contrast zorgde wanneer ze
op ‘It Ain’t No Crime’ een zwarte weduwe liet biechten. Tussendoor
werden ook tracks uit de vorige twee platen opgerakeld, waarvan
‘Nolita’ uiteindelijk het geniale moment van de avond leverde.
Zeven minuten lang werden we ondergedompeld in een bittere
gitaarsong, die middenin een dramatisch hoogtepunt bereikte wanneer
de rest van de band inviel. Had ze deze ruwe emotie wat meer kunnen
kanaliseren doorheen de rest van de avond, dan hadden we een
magistraal concert gezien. Nu bleef de rest in de grijze zone
hangen. Op gezette tijdstippen voelden we vertedering, maar het
bleef allemaal te braafjes om echt te blijven hangen.

Heel wat meer geanimeerd ging het eraan toe bij Abd Al
Malik
, een Frans-Congolese rapper die onlangs zijn tweede
soloplaat ‘Gibraltar’ uitbracht en daarvoor in Parijs de
prestigieuze Constantijnprijs overhandigd kreeg. Het startschot
‘Soldat De Plomb’ bleef nog op de vlakte, maar vanaf de tweede song
verdrong de live instrumentatie (piano, drums, percussie en cello)
de sampling naar de achtergrond en bloeide de set open. Al Malik
bracht zijn teksten (rond alledaagse observaties, sociale kwesties,
antiterrorisme maar evengoed over Deleuze en Derrida) tussen rap en
spoken word in met een warme, jazzy begeleiding. Met een
gevarieerde set (van het zuiderse ‘Gibraltar’ over traditionelere
hiphop op ’12 Septembre 2001′ tot het introspectieve, enkel door
piano begeleide ‘Le Gravité) wist de man de aandacht van de hele
zaal naar zich toe te trekken en in de uptempo fragmenten jong en
oud te laten opgaan in zijn groove. Abd Al Malik is meer dan een
rapper, hij is een geëngageerd schrijver die zijn teksten ritmisch
declameert over ‘echte’ muziek in plaats van een rudimentaire
sample. Hij geeft geen bal om street cred en komt hierdoor
extra authentiek over. In een uurtje tijd toonde hij zo opnieuw de
kracht van rap: de wereld een blik bieden in je ziel en de vinger
op de zere wonden van onze maatschappij leggen.

Onderaan het menu stond Erik Truffaz nog te
wachten, de trompettist die al een decennium lang één van de grote
namen op het Blue Note label is en vanavond zijn nieuwe plaat
‘Arkhangelsk’ kwam voorstellen. Voor zijn eerste nummers had hij Ed
Harcourt meegebracht, een Britse singer-songwriter. Op plaat mag
deze jongeman maar droogjes klinken, met de begeleiding van het
Truffaz quartet werd zijn materiaal in een beter aansluitend jasje
gestoken, wat ook zijn stem (een deel Kelly Jones, een deel Tom
McCrae) beter in de verf zette dan het studiowerk. Wanneer Harcourt
het podium verliet, was het aan Truffaz om het publiek te vergasten
met genuine jazz en bebop. Spijtig genoeg opteerde hij hierbij voor
lange werkstukken, voornamelijk van het nieuwe album, die te sterk
vastgeroest raakten binnen één ritme en zo slechts matig konden
boeien. Abd Al Malik mocht het podium nog eens betreden voor een
geslaagde freestyle, waarmee duidelijk werd dat Truffaz op
een concert behoefte heeft aan een gastvocalist om zijn werk ook
buiten het jazzcircuit te laten aanslaan.

Les Nuits Botanique editie 2007, stak al meteen met een
eigenzinnige programmatie van wal en gidste ons langzaam maar zeker
de wereld van de jazz in. Keren Ann bracht een braaf overzicht van
haar Engelstalige folkpop waarin de jazz-accenten slechts miniem
aanwezig waren. Een prominenter invloed hoorden we al in de
begeleiding van de overtuigende set van Abd Al Malik, een naam die
de afwezigen gerust op hun live-verlanglijstje mogen noteren. Erik
Truffaz ging naar het hart van het genre maar sprak daardoor
grotendeels exclusief de diehard liefhebber aan. Al bij al geen
foutloos parcours, maar wel een gevarieerde avond voor de muzikale
ontdekkingsreiziger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 5 =