De Brakke Hond 92

Literair tijdschrift met neus. Het tijdschrift De Brakke Hond maakt zijn onderschrift met de nieuwe aflevering zeker waar. Voor de gelegenheid selecteerde het een resem stripauteurs voor een eenmalige aflevering rond het beeldverhaal.

Het stripverhaal omvat een enorme waaier aan diverse auteurs. De laatste jaren is deze diversiteit daarom niet toegenomen, ze is vooral zichtbaarder geworden. Auteurs als Olivier Deprez en Dominique Goblet opereren immers op de scheidslijn met tal van andere kunsten en worden vaak ’vergeten’ bij de traditionele stripverhalen. Uitgeverijen als Frémok en Drozophile publiceren echter regelmatig wat van dit moeilijker te benoemen werk en nu heeft ook het gevestigde literaire tijdschrift De Brakke Hond op geheel eigen wijze een stripnummer ingevuld.

De keuze van auteurs is op zijn minst bijzonder te noemen. De redactie heeft bewust een internationale selectie gemaakt van auteurs die steeds in de marge van het stripverhaal actief zijn. De auteurs rond het Italiaanse tijdschrift Canicola openen het nummer en zetten meteen de toon met hun donkere, expressieve tekenwerk en niet-lineaire vertelwijze. De bekendste naam moet zowat Martin tom Dieck zijn van wie enkele jaren geleden bij Stichting Zet.El Tot ziens, Deleuze! vertaald werd. Ook Conrad Botes uit Zuid-Afrika behoort tot de bekendere namen dankzij het mee door hem uitgebrachte tijdschrift Bitterkomix. Op een wat provocatieve manier plaatst hij daarin samen met spitsbroeder Anton ’Joe Dog’ Kannemeyer sinds begin jaren ’90 de auteursstrip op de kaart in zijn land. De auteurs Olivier Deprez (Le Chateau) en Dominique Goblet (Souvenir d’une journée parfaite) vermeldden we al, maar hun bijdragen staan op één lijn met het gevolgde redactiebeleid. Verder maken twee Finnen (Marko Turunen en Elina Merenmies), een Schot (David Shrigley), twee Franstalige Belgen (Gentiane Angeli en Benjain Monti) het plaatje volledig.

Eén Vlaming kunnen we ook noteren. Bart Schoofs’ werk zorgt voor de nodige verluchting in het op den duur wat donkere en muffe hondenhok. Zijn bijdrage tot dit nummer bestaat uit enkele cartoons en een kortverhaal. Hij blijft trouw aan zijn bekende stijl van verzorgde teksten en droogkomische hilariteit. Het blijft jammer dat ook in de inleiding bij zijn bijdrage weerom benadrukt wordt dat zijn publicatieritme sporadisch zal blijven. Op een nieuwe aflevering van Braaf Varken wacht de liefhebber nu al sinds 2003.

Een groot pluspunt van deze uitgave zijn de uitgebreide inleidingen bij elke auteur. Stripkenners als Gert Meesters en Pascal Lefèvre zorgen voor verhelderende teksten bij de voor het grote publiek onbekende namen. Een literair tijdschrift als De Brakke Hond spreekt dan ook een publiek aan van cultuurvreters die wellicht openstaan voor al dit experimentele beeldengeweld. Vormelijk kan er echter wel een kanttekening gemaakt worden bij de manier van vertalen. De redactie heeft ervoor gekozen om het merendeel van de vertalingen onderaan de pagina in de vorm van voetnoten te plaatsen en de oorspronkelijke tekst zo te behouden. Dit hindert in grote mate het lezen van de verhalen en vraagt van de lezer een aanzienlijke inspanning. Bij stripverhalen maakt de tekst een integraal deel uit van het werk, en nu worden beide schijnbaar losgekoppeld.

Dit themanummer rond strips werd geïnspireerd door een gelijkaardig project van het Amerikaanse literaire tijdschrift McSweeney’s Quarterly Concern. Waar de Amerikanen heel wat variatie in het nummer staken, oogt De Brakke Hond net iets te veel als een wat eentonige bloemlezing van experimenteel talent. Individueel heeft elke deelnemende auteur echter meer dan voldoende te bieden en het is zeker en vast een betaalbare kennismaking met uitdagende stripverhalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − zes =