Sommersturm (Summer Storm)




Het mag algemeen geweten zijn: de zomer is het seizoen van de
liefde. Geen park of er ligt wel het één of ander kleefkoppel op
een handdoek naast een frigobox in een vergevorderde fase van het
voorspel, geen Antwerpenaar in de Seefhoek of hij scharrelt in
Benidorm wel een vakantielief op. Nu, schijnbaar, hebben ze dat in
filmland ook begrepen, maar er is nu eenmaal maar weinig inherent
dramatisch aan een jongen en een meisje die elkaar graag zien
(gelukkige mensen zijn saai, dus als u dit leest met de gordijnen
gesloten tegen de zomerzon en een foto van the one that got
away
tegen de muur: dàt hebt u dan tenminste toch op al die
anderen voor: u bent minder voorspelbaar). Bijgevolg heeft het
cinemavolkje deze zomer z’n zinnen gezet op de homoliefde, immer
een bron van sappige, tragische lot- en plotwendingen. Na de Britse
lesbiënnes van verleden week in ‘My
Summer of Love’
, krijgen we ditmaal de Duitse homo’s van
‘Sommersturm’, een ietwat banale feel good-movie waarin je
weet dat een man homo is wanneer hij bij elke gelegenheid z’n
t-shirt uittrekt om z’n gespierde torso aan de wereld te tonen en
af en toe al eens suggestief aan een banaan lebbert.

Tobi (Robert Stadlober) en Achim (Kostja Ullman) zijn twee vrienden
door dik en dun die samen in een roeivereniging zitten. De vroege
scènes in de film doen vaagweg denken aan ‘Y Tu Mama Tambien’ in de
manier waarop hun relatie wordt voorgesteld: ze praten over meisjes
en neuken, zitten speels achter elkaar aan te jagen in
gemeenschappelijke douches (representatief staaltje dialoog: “Hé,
je hebt een stijve!”) en geven er af en toe gezamenlijk een ruk
aan, wanneer de nood het hoogst is. Voor Achim is dit werkelijk
niets meer dan puberale pret, maar aan de wulpse blik in Tobi’s
ogen zien we meteen dat hij méér verlangt. Wanneer het roeiteam op
trainingskamp gaat, ergens aan een idyllisch meer, beginnen de
spanningen te stijgen. Een rivaliserende club, genaamd
Queerschläger (ik verzin dit niet!), bestaat uitsluitend uit
nichten, terwijl een wanhopig verwachte damesploeg uit Berlijn
(volgens de geruchten louter opgemaakt uit meisjes met grote
borsten) het laat afweten. Tobi wordt praktisch verkracht door een
vriendinnetje dat hem, ondanks zijn onverschilligheid tegenover
haar, toch nog steeds wil, en ondertussen wordt het steeds
serieuzer tussen Achim en zijn eigen meisje. Enfin, Tobi heeft het
niet bepaald gemakkelijk om uit de kast te komen.

Ach ja, natuurlijk bedoelt regisseur Marco Kreuzpaintner het
allemaal best: ‘Sommersturm’ is namelijk een film met een
boodschap, en u raadt nooit wat die is. Niemand? Oké dan, de
boodschap is: wees verdraagzaam tegenover elkaar. Aanvaard andere
mensen zoals ze zijn. Mooi? Ik dacht het wel. Neerbuigend en
clichématig, ja, maar niettemin mooi.

Ik heb er geen flauw idee van wat de geaardheid van Kreuzpaintner
is, maar eerlijk gezegd zou het me verbazen indien hij zelf
homoseksueel was: heel ‘Sommersturm’ straalt namelijk de verkrampte
politieke correctheid uit van een hetero die zonodig op een
preekgestoelte wil gaan staan ten behoeve van een minderheidsgroep
waar hij zelf niet toe behoort. Neem, om dat duidelijker te maken,
eens even de homo-personages uit de film: we krijgen Tobi, de
ultieme zelfhatende nicht die in slow motion een meer inspringt
nadat hij weinig gewaardeerde avances maakt op Achim, achteraf
panisch door de omringende bosjes loopt en met de regelmaat van een
klok mistroostig de ondergaande zon instaart. De teamleider van de
Queerschlägers is een jonge Arische god met een perfect lichaam die
zich specialiseert in het bekeren van hetero’s (“Binnen twee dagen,
drie op z’n best, heb ik ‘m plat!”). En dan krijgen we nog een
assortiment willekeurige clichés, inclusief de teruggetrokken,
stille, gevoelige jongen, de relnicht met de slappe handjes en
zelfs een tweeling, Nils en Niels (hallo?), die zowaar simultaan
spreken (ik wil echt niet weten hoe het er bij die twee aantoe gaat
in de tent ’s nachts). De homoseksualiteit van de personages is in
deze film een karaktertrek die ten koste gaat van alle andere. De
personages hier zijn niks, maar dan ook niks, behàlve homo’s.
‘Sommersturm’ is geen film waarin homo’s als volwaardige mensen
worden voorgesteld die respect verdienen omdat àlle mensen dat nu
eenmaal verdienen. Nee, het is een film waarin Kreuzpaintner z’n
goede hart wil tonen door te zeggen: “Jà, het zijn homo’s, jà ze
zijn een beetje raar en alleen maar bezig met seks, maar laten we
hen daar toch maar niet scheef voor bekijken”. Kreuzpaintner vraagt
sympathie en respect voor z’n personages ondanks, niet ongeacht hun
geaardheid. Een subtiel verschil? Misschien, maar een belangrijk.
Zoals het nu is, komt ‘Sommersturm’ over als een behoorlijk
bettutelend stukje cinema. (Die mentaliteit zal allicht precies de
reden zijn waarom de film volgend jaar gegarandeerd vertoond zal
worden voor scholen overal ten lande, maar goed, het zij zo.)

Buiten de wandelende clichés die de homo’s hier zijn, mikt
Kreuzpaintner ook op een fikse dosis goedkope humor (één van de
jongens wordt ei zo na betrapt bij het masturberen, wil haastig z’n
broek dichtdoen en komt met z’n voorhuid tussen de ritssluiting te
zitten – lacheuuh!) en bovenal op het éne voor de hand liggende
symbool na het andere. Die perfecte timing waarmee de storm
losbarst (nét op het moment dat de storm in het emotionele leven
van de hoofdfiguren begint, het wil weer lukken). De manier waarop
er tijdens het onweer een boom neervalt, pal tussen Tobi en zijn
teamgenoten in (hij voelt zich plotseling zo afgescheiden van hen,
daar is geen naam voor). De teruggetrokken, stille, gevoelige
jongen die de zonnebrand van Tobi teder verzorgt (er is nog liefde
en begrip in de wereld, zie je wel). Opnieuw: precies het soort
cinema waar ze voor schoolvoorstellingen gek op zijn, aangezien het
elke leerkracht Nederlands toestaat om probleemloos uit te leggen
hoe symboliek in de film werkt (of zoals hier: niét werkt).

Het is allemaal knap in beeld gebracht en de acteerprestaties zijn
beter dan de film eigenlijk verdient, maar ‘Sommersturm’ is
uiteindelijk maar weinig meer dan een belerende themafilm voor
jongeren. Misschien dat dat tegenwoordig niet meer wordt gedaan,
maar toen ik naar school ging, werd er zowat jaarlijks een dag
opzij gehouden voor seksuele en sociale opvoeding – zo’n dag waarop
medewerkers van het PMS (nu CLB, maar nog altijd even zinloos)
kwamen praten over relaties, emoties en seks, alsof zij er zelf
zoveel vanaf wisten. Wij leerlingen veinsden interesse en zaten
ondereen wat te giechelen, de CLB-ers probeerden hun aangeboren
gêne te overwinnen door het woord “penis” uit te spreken zonder te
blozen. Wel, het is op zo’n dagen dat dit soort film uit de kast
wordt gehaald. En dat is niet positief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in