dirk Blanchart :: Beats & Ballads

Als er ooit een minister van cultuur op het idee zou komen om –
naar analogie met de topsportmanager – een popmuziekmanager aan te
stellen, dan hopen we dat hij (of zij) niet over één nacht ijs zal
gaan en iemand kiest die de juiste adelbrieven kan voorleggen.
Iemand die zijn sporen (of haar sporen, we sluiten niemand uit) al
verdiende als songschrijver, muzikant, arrangeur, tekstschrijver,
producer en talentscout. Iemand die het klappen van de zweep kent
in de muziekjungle, zijn klassiekers kent (maar tegelijk openstaat
voor vernieuwing) en zich niet blindstaart op één trucje of genre.
Iemand die zowel in zijn eentje als in (wisselend) teamverband
optimaal functioneert en zich niet alleen in de studio maar ook op
een podium thuis voelt.

Een naam die ons meteen te binnen schieten is die van dirk
Blanchart. Maar ook al voldoet hij aan al deze criteria, we willen
helemaal niet gezegd hebben dat hij de man is die deze functie ook
daadwerkelijk moet gaan uitoefenen. Het zou een zegen zijn indien
iemand als hij zijn expertise ten dienste zou stellen van de
vaderlandse pop, dat is waar, maar de creatieve bron van de Gentse
song ‘n’ dance man is nog lang niet opgedroogd. We willen het dan
ook niet op ons geweten hebben indien hij studio en podium zou
inruilen voor een plaatsje achter een met belastinggeld, smaakvol
ontworpen designbureau.

In afwachting van nieuw werk (zou verschijnen in 2006), bloemleest
Blanchart op ‘Beats & Ballads’ uit zijn vijfentwintigjarige
loopbaan als platenartiest. Ideaal voor al wie zich ooit voornam
een dB-plaat te kopen maar dat nooit deed (naar onze mening zijn
jullie met veel te veel, dé kans dus om dat goed te maken), voor de
new kids in town die willen kennismaken met een essentiële
brok nationale muziekgeschiedenis én voor de ‘latente’ fan die niet
per se alles in huis moet hebben van zijn favoriete artiest maar
niettemin graag het overzicht behoudt. Een blik op de tracklist
leert ons echter dat ‘Beats & Ballads’ ook voor de diehards nog
wat lekkers te bieden heeft…

De muzikale loopbaan van dirk Blanchart had tot nog toe wel wat weg
van een zware rittenkoers: vlakke gedeelten, beklimmingen,
afdalingen, individiuele, ploegen- en koppeltijdritten, rijden in
dienst van anderen of voor eigen rekening (en met de regelmaat van
de klok zelf een knappe etappezege boeken). Maar, zoals het een
echte flandrien betaamt, steeds onder het motto “nooit opgeven, ook
al zit het af en toe even niet mee”. Wie ‘s mans oeuvre kent, weet
dat er doorheen zijn carriére enkele constanten lopen: het hoge
niveau van zijn composities, de perfecte producties (dB is een
controlefreak , de uiteenlopende stijlen (Blanchart is een genre op
zich geworden) en de uitmuntende compagnons de route waarmee
hij zich steeds weet te omringen in de studio/op het podium. En of
het nu gaat om het meer organische werk, de dance-gerichte tracks
of de eerder op new wave en andere jaren ’80 trends geënte pop,
Blanchart – die als geen ander laveert tussen vlot in het gehoor
liggende songs en uitgekiende, gelaagde pop – klinkt steeds even
warm en oprecht.

De proloog van Blancharts ‘tour de force’ wordt op gang geschoten
in 1980. Alain Tant en Filip Moortgat, de kopmannen van Once More
(in ’78 de eerste laureaten van Humo’s Rock Rally), verkassen van
Ieper naar wereldstad Gent en lijven daar meteen Dirk Blanchaert en
drummer Dirk Vanganzbeke in, twee uiterst getalenteerde
‘inboorlingen’. Nog in datzelfde jaar wordt in Londen, onder
leiding van Jean-Marie Aerts, de elpee ‘Stress Conference’
ingeblikt. Een jaar later gaat Once More voort onder de naam Luna
Twist. Tussen ’81 en ’83 brengt de groep één uitstekend album (‘A
Different Smell From the Same Perfume’) en een handvol singles uit.
Op ‘Beats & Ballads’ vinden we vier Luna Twist-songs terug: ‘Oh
Oh Oh’, ‘Look Out (You’re Falling In Love Again)’, ‘Fill In the
Words’ en ‘Golden Inside’.

De hoofdmoot van Blancharts carrière wordt uitgemaakt door het werk
dat na de split van Luna Twist verscheen. En omdat dB als een goede
huisvader al zijn kindjes even graag ziet, komt op ‘Beats &
Ballads”‘elk album haast even uitvoerig aan bod. Van ‘Europe Blue’
en ‘About the Rain’ – de terecht bejubelde platen uit de jaren ’80
– worden ‘I Don’t Mind’ (2005 remix), ‘Railway Tracks’ (de vandaag
onvindbare 12″ versie), ‘Drop Me in the City’ en ‘Fool Yourself’
geplukt, naast minder bekende (maar prachtige) nummers als
‘Babylon’, ‘Magical Moon’ en ‘Reasons Unknown’. ‘Mama Luba’ (met
The Groove Quartet) wordt vertegenwoordigd door ‘Heart Beats
Faster’, ‘Awholelotoflove’ en ‘No Regrets’, terwijl de delegatie
van de EMI-platen ‘Blow’ (’92) en ‘Mindsurfin’ (’95), bestaat uit
de hits ‘Building an Empire’ en ‘It’s About Time’ en de parels
‘Vertigo Blues’, ‘Letter to Alex’ en ‘Guiding Star’.

Na ‘Mindsurfin’ slaat Blanchart enigszins andere wegen in. In ’98
verschijnt ‘Schietstoel’, een plaat met Nederlandstalige
bewerkingen van eigen nummers, (vertaalde) covers en ‘evergreens’
van eigen bodem. ‘Lolita’, ‘Hoe denk je dat het voelt’ (naar ‘How
Do You Think It Feels’ van een zekere Lou Reed) en ‘Zotte Morgen’
van Zjef Vanuytsel zijn op deze dubbele witte de ‘edelfiguranten’
van dienst. Het is geen kleinkunst, het is geen Clouseau, het neigt
zelfs niet naar Noordkaap, Gorky of The Scene: ook in het
Nederlands verliest Blanchart niks van zijn eigen(zinnig)heid. De –
voorlopig laatste – etappe is voor Monobird, het danceproject van
Blanchart (aka ‘dA Reverend’) en Vincent Pierins (alias Dr.
Nebula). Van het ongemeen groovy en bijwijlen ronduit fantastische
‘Icon-o-Mix’ kunnen ‘Buster’, ‘Ayrton (Start)’ en ‘Federico’ uit de
greep van het peloton blijven en sprinten voor een (ere)plaatsje op
‘Beats & Ballads’.

Behalve uit zijn Luna Twist-verleden, de zes soloplaten en de
Monobird-alliantie met Pierins, kon Blanchart ook nog putten uit
enkele met uitsterven bedreigde maxi’s en onuitgegeven tracks.
Onuitgegeven zijn ‘Deng Deng’ en ‘Mantra 21’, twee songs die werden
opgenomen als dA Reverend (maar jammer genoeg nooit werden
uitgebracht). De nieuwe single, ‘As 3’ (met het Brusselse Zebra
Station), bewijst dat een oerdegelijke, klassieke song die in een
hypermodern jasje werd gestoken er niet per se als een
‘schuppenzot’ hoeft bij te lopen.
Zoals overal waar het goed toeven is, moet het ook hier dringen
voor een plaatsje geweest zijn. Bij nader inzien blijken zelfs
enkele vrij bekende singles en essentials de finale selectieproef
niet overleefd te hebben, zoals ‘Cockpit’, ‘Nothing But the
Riddim’, ‘Julian’ en ‘Sister Kate’ (van Stormdaisy, de band die
destijds door Blanchart werd ontdekt en vandaag door het leven gaat
als Spencer The Rover). Ook naar
Luna Twist- krakers ‘Decent Life’ en ‘African Time’ is het hier
vergeefs zoeken. We verwijzen u echter graag door naar ‘The
Original Recordings 81-83’, ofte het verzameld werk van de band.
Wie zijn wij echter om daar een punt van te maken? Het is hetzelfde
soort luxeprobleem waar alleen coaches van wereldteams mee te
kampen hebben. Als er echt alles had opgestaan wat er ons inziens
moést opstaan, dan was ‘Beats & Ballads’ een 4-cd box geworden.
Misschien een ideetje voor kerstmis 2010?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =