Uit de sombere stal van The Flower Shop Recordings, met aan de hoofdriek Sophia-frontman Robin Proper-Sheppard, huppelt al vroeg in het jaar een paradepaardje met stijl naar buiten. Het Londense Copenhagen gooit met de opvolger van het aardige debuut Tales From The Forest uit 2001 alvast elf verstilde, donkere parels de poel in. Niet alles blinkt even oorverblindend, maar passons: we zijn in een verdomde 12-12-bui.
Met de groepsnaam zitten Neil G. Henderson (stem), Kirsa Wilkenschildt (piano, toetsen en percussie) en Andy Thompson (drums) alvast goed. Het voorgevoel dat we hier niet moeten rekenen op gierende gitaren of dampende beats blijkt dan ook al snel te kloppen. Copenhagen — genoemd naar de geboorteplaats van de pianiste en een verwijzing naar het gelijknamige atoombomstuk van Michael Frayn — presenteert zich immers als een uitstekende trekpleister voor liefhebbers van tristesse, voorzichtig omcirkeld met wolkjes van viool, cello en zelfs harp. Ook op hun tweede cd, met de bedrieglijk eenvoudige titel Sweet Dreams …, wordt er gretig naar de strooppot gegraaid. Al blijkt er al snel een scherp en donker smaakje aan de honing te kleven.
Zo is opener “Hold Back The Tears” al meteen een grandioos ingehouden drama, elegant door harp en viool ondersteund. Het diepgravende stemgeluid van Neil G. Henderson probeert onmiddellijk naar keel en ballen te grijpen en slaagt daar na een paar avonden en evenveel flessen wijn uiteindelijk ook in. Nu eens horen we er echo’s van Stuart Staples of Scott Walker in, dan weer zijn we blij dat we het onverwoestbare Each Man Kills The Thing He Loves van Gavin Friday & The Man Seezer nog eens kunnen vermelden als raakpunt. In het tergend trage “Soldier” hoorden we zelfs dagenlang Iwein Segers van Groep Jezus tot de hoesnota’s ons weer tot de orde riepen. Dat betweterige van het gedrukte woord ook altijd.
Bij hun debuut was Copenhagen nog een bont gezelschap van acht muzikanten, maar in 2003 verlieten op een week tijd vijf groepsleden de haven. Sommigen van hen keerden terug voor de opnames van deze Sweet Dreams …, maar de plotselinge ommezwaai bleek helemaal geen ramp en er dienden bijgevolg ook geen rekeningnummers geopend te worden. Integendeel, de nieuwe situatie liet ruimte voor andere en ruimere arrangementen.
Zo heerst er een regelrecht murder ballad-sfeertje op het ontvoerende “Justine”: zij was zestien, maar hij was veel ouder en stak haar in een ondiep graf. Veel vrolijker wordt het trouwens niet op de andere songs: “Revolving Day” is een ondraaglijk mooi, lang uitgesponnen pleidooi voor blind vertouwen. Het verhaal van de schorpioen en de schildpad: “Trust in me/like the snake in the appletree” klinkt het dan ook droogweg. In het dreigende “Eleanor” (met toch een snerpende gitaar van Blair Jollands) houdt het teruggetrokken hoofdpersonage dan weer de eer aan zichzelf. Haalde ze geen twee procent bij de verkiezingen? Luisterde niemand nog naar haar? Werd ze niet uitgenodigd op die benefietavond en had ze alleen nog een racist als vriend? Wie zal het zeggen? Maar wel eerst de gordijnen sluiten als het kan.
Deze tweede van Copenhagen haalt niet het niveau van pakweg een People Are Like Seasons van stalgenoten Sophia, maar liefhebbers van een flard Lambchop of Divine Comedy kijken best eens lang en diep in de ogen van de kleine zeemeermin. Ze zal u met plezier de weg wijzen naar deze sprookjesstad, maar houdt ongetwijfeld een kleine dolk verborgen achter de rug. We willen alleen maar een teken geven.



