Depuis qu’Otar Est Parti




Wie één oog dichtknijpt en niet te dichtbij gaat staan, kan bijna
de plot van ‘Goodbye Lenin’
herkennen in ‘Depuis qu’Otar Est Parti’ – dit regiedebuut van Julie
Bertucelli (een dame die als assistent-regisseur betrokken was bij
onder andere Kieszlowski’s ‘Trois Couleurs’-trilogie), probeert
evenzeer als die Duitse film van verleden jaar een zeer menselijk
portret te schetsen van de relatie tussen kinderen en hun ouders en
de effecten van belangrijke gebeurtenissen van buitenaf op de
relatie tussen beiden. In het geval van ‘Goodbye Lenin’ was die gebeurtenis de val
van de Berlijnse muur, hier is het de dood van een ander
familielid.

We bevinden ons in de voormalige Sovietstaat Georgië, waar we
kennismaken met drie generaties aan sterke vrouwen: grootmoeder Eka
(Esther Gorinton, die haar debuut maakte in de cinema op 85-jarige
leeftijd – dat was in 1999), haar dochter Marina (niet te verwarren
met die van Eddy Wally, hier gespeeld door Nino Khomasuridze) en
haar kleindochter Ada (Dinara Drukarova). De drie dames proberen
samen het beste te maken van hun leven in een land waar de
elektriciteit en het stromend water het op elk gegeven moment
kunnen begeven. Vooral Eka heeft het soms moeilijk met de wereld om
haar heen – ze trekt zich op aan een enorme collectie Franse boeken
die ze onder het communisme het land moest laten binnensmokkelen en
aan de correspondentie met haar zoon Otar. Die zoon (de broer van
Marina en de oom van Ada dus), verblijft illegaal in Parijs op zoek
naar werk en een beter leven in het rijke westen. Regelmatig stuurt
hij brieven met kleine hoeveelheden geld of telefoneert hij eens.
Eka heeft Otar bij verstek uitgeroepen tot haar afgod, haar
lievelingskind, waar Marina het nooit bij zal kunnen halen. Wanneer
Marina en Ada bericht krijgen dat Otar gestorven is bij een
ongeluk, durven ze het nieuws niet aan Eka te vertellen – omdat ze
bang zijn dat het oude dametje ter plekke dood zal neervallen, maar
ook omdat Marina bang is dat een dode Otar nog moeilijker te
evenaren zal zijn als een levende, in de ogen van haar moeder. De
twee jongere vrouwen besluiten de illusie in leven te houden – ze
schrijven brieven in Otars naam en verzinnen de ene leugen na de
andere om Eka in de waan te houden dat haar zoon levend en wel
is.

Net zoals in ‘Goodbye Lenin’ krijgen
we dus een vrouw die blaasjes wordt wijsgemaakt door haar kinderen
– voor haar eigen bestwil, natuurlijk, maar eerlijk gezegd ook een
beetje voor dat van de kinderen. Waar ‘Lenin’ echter resoluut voor
een traditioneel tragikomische aanpak koos, met kluchtige momenten
en voor de hand liggende emotionele punch-lines, gaat ‘Otar’ echter
een zeer andere richting uit. Dit is een resoluut kleinschalige,
introverte film, die niet geïnteresseerd is in het afleveren van
een plot met slimme wendingen, maar die in de eerste plaats z’n
verhaaltje gebruikt om ons te introduceren aan de personages. Het
belangrijkste dat ‘Otar’ presteert, is dat er een volstrekt
realistisch beeld wordt geschetst van het leven van deze drie
vrouwen en hun eigen emoties. De film is opgetrokken uit kleine
scènes, waarin in feite weinig of niks gebeurt, maar die wel
sprekend zijn voor hun karakters. Neem een scène waarin Marina het
haar van haar moeder wast – de oude dame klaagt dat het water te
warm is, daarna te koud. Uiteindelijk komt de conversatie, zoals
dat dikwijls het geval is, toch weer terug op Otar – draagt die
scène iets bij aan de plot? Welnee, als je alle fragmenten die
niets bijdragen aan het verhaal zou wegknippen, zou je nog maar
weinig overhouden. Maar ze spreekt boekdelen over de manier waarop
Marina zich altijd inadequaat zal voelen tegenover die broer van
haar, die schijnbaar zo geweldig is. Of een latere scène, waarin
Eka op haar eentje naar een bibliotheek gaat, achteraf twee
sigaretten koopt en die op een reuzenrad op haar gemakje oprookt.
Ook die scène heeft niets te maken met het vertellen van een
verhaal, maar wel met het scheppen van een bepaalde sfeer, met het
in beeld brengen van een mensenleven. Waar ‘Goodbye Lenin’ zeer plotgedreven was (en
daar is ook niets mis mee), steunt ‘Otar’ op sfeer, op een bepaalde
mood die je krijgt wanneer je drie uitstekende actrices in dezelfde
kamer stopt en ze vraagt om een gezin te vormen.

Dat is dus allemaal zeer mooi, maar het gevolg daarvan is wel dat
‘Otar’ een film is die aan een zeer rustig, kabbelend tempo
voorbijglijdt – wie niet gewend is aan dit soort van langzame,
gevoelsmatige cinema, zou wel eens ongeduldig kunnen worden.
Wanneer gebeurt er nu eens iets – wel, er gebeurt eigenlijk
vanalles, maar het zijn geen dramatische gebeurtenissen zoals we
die gewend zijn te zien in een film. Geen schokkende wendingen,
behalve ééntje, helemaal op het einde. Eka, de krasse knar die ze
is, besluit om persoonlijk naar Parijs te reizen om haar zoon op te
zoeken. Onvermijdelijk komt ze achter de waarheid en let dàn op
haar reactie. De manier waarop het oude dametje omgaat met de dood
van haar zoon (en het feit dat haar dochter en kleindochter haar
dus hebben voorgelogen), is ronduit prachtig en absoluut consequent
met haar personage. Dat is de grootste verrassing die we in de hele
film terugvinden, voor de rest bestaat de hele film uit een resem
kleine momentjes van eenvoudig menselijk gedrag. Boeiend? Ja, maar
je moet erop ingesteld zijn.

Een element van de film dat niet goed te praten valt, is de manier
waarop taal wordt gebruikt – schijnbaar willekeurig wordt er
overschakeld tussen Frans, Russisch en Georgisch. Nu kan het me
niks schelen dat een film geen gebruik maakt van de “correcte” taal
voor een bepaalde setting – in ‘Schindler’s List’ spraken ze ook allemaal
Engels – maar kies dan ook voor één taal en hou je daaraan. Het
achtergrondverhaal van Eka en haar voorliefde voor de Franse
literatuur worden dan wel opgeworpen als tegenargumenten, maar het
is toch niet omdat ik regelmatig Engelse boeken lees, dat ik plots
tegen m’n familieleden iets anders ga praten dan Nederlands? Dat
geschuifel met de talen – louter een gevolg van internationale
casting – lijkt erg geforceerd en werpt een zeldzame schaduw op de
prent.

Voor het overige is dit een knap gemaakte film, die getuigt van een
zeer grote menselijkheid en bovendien gezegend wordt met drie
bijzonder sterke acteerprestaties van de centrale dames. De rollen
die ze spelen vereisen geen theatraal gedoe, geen grootse
uitbarstingen van emoties, maar enkel een soort van serene
vertrouwdheid met elkaar – we krijgen het gevoel dat dit een echte
familie is, mensen die elkaar al jaar en dag kennen. Een veel te
zeldzaam gevoel in de cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =