Dour Festival

15 -18 juli 04

Zoals mijn vijfde jaar op rij het deed vermoeden: Dour blijft haar
reputatie van het beste en gezelligste alternatieve muziekfestival
in België bevestigen. Een affiche met meer dan 200 groepen,
waaronder zoals steeds een flinke helft onbekende verrassingen om
duimen en vingers van af te likken.

Dé rockrevelatie van het festival was voor mij !!! (spreek uit als “chk chk chk”):
een bende jonge branieschoppers die op dag 1 een rock ‘n roll
feestje brachten dat ergens tussen The Clash en John Spencer Blues
Explosion hing en waar de energie van afdroop. Dat de zanger geen
oorkleppen draagt, bleek later op de dag, toen hij naast me stond
te shaken op de – trouwens uitstekende – technobeats van Savas
Pascalidis
. Aan elektro ontbrak het trouwens niet die dag:
Dr Lektroluv reeg de beats aan elkaar met een cool
die je niet zou vermoeden als je de man met zijn plastieken masker
zag staan in de broeierig hete Dancehall. Senser wist dan
weer vol nostalgie én een politiek correcte boodschap de benen aan
het dansen te krijgen. De pioniers van de crossover tussen metal,
rap en elektro klonken bijwijlen wel wat gedateerd, maar tijdens
‘Age of Panic’ ging het dak van de tent er wél af. Daan deed zijn ding zoals hij het
altijd doet: in wit kostuum en met muziek die constant vernieuwend
is.
Lul van de dag was Douglas McCarthy, de Nitzer Ebb-frontman
die een strontvervelende set bracht: inspiratieloze repetitieve
beats met duffe oneliners (“I stay, you go”) die na 100 keer
herhalen mij de oneliner “I go” ontlokten.

Dag twee bracht hopen lekkers. Eindelijk eens een smaakbare
industrial elektro-act bijvoorbeeld. KMFDM, Duitsers die al
20 jaar aan hun geluid timmeren en aan Nine Inch Nails doen denken,
maar bij mij van totaal onbekend naar verlanglijst zijn
gebombardeerd. Toll! Nu we het toch over slimme beats
hebben: Dave Clarke sloot de avond af met een liveset die
iedereen terug deed rechtveren. Dance zoals ie moet zijn: een
slimme mix van bonks en bleeps, waar je subtiele melodietjes in
herkent. Daar tussendoor vulden 16 Horsepower en Think Of One perfect de verwachtingen
in door respectievelijk duivelse bezeten bluesrock en hét warmste
Braziliaanse feestje van het festival te brengen. Señor
Coconut
werkte op de lachspieren door Kraftwerk, The Doors en
Deep Purple-klassiekers door de mambo- en chachacha-molen te
draaien: aaaaah, die xylofoon, wat een instrument! Maar hét
kippevel-moment van de dag was toch de op het eerste gezicht frêle
zangeres Shannon Wright.
Wat een stem! Alleen piano en gitaarspelend deed ze me aan Sinead
O’Connor en Melanie denken, maar dan met een gedrevenheid en
angryness die deed vermoeden dat haar hart al duizend keer
moet vermorzeld geweest zijn. Zonder enige twijfel is dit voor mij
veruit het beste wat ik in die vier dagen gezien heb. Een uur later
stond Boo! iets te heel slechts te produceren dat ze zelf
het predicaat monkey punk hadden toebedeeld, maar dat bij
mij enkel Modern Talking-associaties opriep. Inderdaad ferm “boe!”,
maar what’s in a name, nietwaar?

Tijdens dag drie begint traditioneel de vermoeidheid zijn tol te
eisen, maar toch zaten er weer verrassingen tussen het overvolle
programma. Beste dance: Bytecon, die me net voor het
slapengaan weer aan het dansen kreeg met dreunende en grommende
noise die aan Speedy J deed denken. Of Creature With the Atom
Brain
: een paar in plastic ingepakte (zweten!) gasten van
Millionaire die gestoord gitaargeweld, euh, “speelden”. Lali Puna: een Japans zangeresje
begeleid door live gitaren en electronics, genre Anne Clarke met
een geut Sigur Ros. 50 Foot Combo bevestigde dat ze a) de
meest knettergekke kitch-50ies rockers zijn die er in België
rondlopen b) een feestje kunnen bouwen waar ook Eddy Wally zich erg
thuis zou voelen. De organiste voerde een onwaarschijnlijk sterk
staaltje van method acting op, van verlegen schoolmeisje tot
complete bitch, die door ons, vier-jongens-op-stap, erg gesmaakt
werd. Mondo Generator ofte
(ex-) Queens of the Stone Age-leden met vrouwelijke bassiste,
ontgoochelde wat, maar dat zal zeker niet aan die brulboei van een
zanger gelegen hebben. Wat Magnus en 2 Many DJ’s betrof: fuck
off
. Barman zat zichtbaar aan de coke en wat Zohra met heur
dikke kont op het podium stond te doen, is me een compleet raadsel.
En de Dewaeles moeten eens dringend wat nieuwe plaatjes kopen, ze
mogen me steeds bellen (telefoonnummer is verkrijgbaar op simpel
verzoek – nvdr. ).
Heel sterk was de jazzrock van Karate: ingetogen gepingel,
met een erg getalenteerde drummer. Pinback hoort in dezelfde schuif, zij
het dan een flinke hap vrolijker. Poppy gitaartjes met een haakje
aan, zoals we ze graag hebben in ‘Duyster’ op StuBru.

Zondag werd hoofdzakelijk verdeeld over twee podia: de
Clubcircuittent programmeerde hoofdzakelijk Belgische bands zoals
De Portables (gitaargeluidstapijten van uitstekende
kwaliteit) en Stijn. Stijn
is geen sul, zoals zijn naam het misschien doet vermoeden, maar een
solo-artiest die vrij unieke electro-soul met een dijk van een stem
combineert. De vettigste bluesrock met het hoogste
kust-m’n-kloten-gehalte kwam van de Soledad Brothers en
winnaar in de categorie “we-doen-Manu Chao-na” was
ontegensprekelijk La Ruda. The Real Mc Kenzies zijn
fake, geloof me. Kinderpunk op z’n Schots. Zanik wat minder over
whisky en speel wat meer echte rock, heren. Het punkrockhoofdstuk
werd afgesloten met The Misfits, die de nog enige levende
Ramone, Marky, achter de drums hadden zitten en er dan ook een
Ramones-tribute van maakten: pure nostalgie! Hey! Ho! Let’s
go!
Luchtgitaarband Air On Maiden moet je vooral zién,
de beste rockparodie in lange tijd. Het dankwoord aan The Misfits –
“to support us on our tour” – en het fictieve plectrum in het
publiek zorgden voor flink wat hilariteit. Beavis & Butthead
zouden hier zonder aarzelen “yesss” tegen zeggen,
definitely! Monster
Magnet
bevestigde met een korte, maar krachtige set, die in
open lucht beter tot zijn recht kwam dan in de AB een paar maand
geleden. De prijs voor luidste en beste industrial act ging naar
Skinny Puppy. Men neme een
gortdroge drummachine, vult die aan met live drums en metalgitaar,
overduidelijk politiek getinte visuals (Bush, lijken, oorlog) en
een als vogelverschrikker verklede zanger en overgiet alles met een
emmer bloed. Erg sterk, maar véél te luid. Op tijd weg dus om
afsluiter Bérurier Noir te zien, een band die in het midden
van de jaren tachtig razend populair was in Wallonië en Frankrijk.
En blijkbaar nog steeds, gezien het groot aantal toeschouwers met
“béru”-shirt. Punkrock met een Sister-of-Mercy-beat, en hopen
verklede mensen op het podium. Fransen en rock mogen op eerste
zicht misschien onverzoenbaar lijken, het publiek lustte er wel pap
van.

Dour heeft het maar weer eens gedaan: ze zien me er volgend jaar
zeker terug.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee − een =