
13 februari 2004
AB Club, Brussel
Hokjesgeest is een fenomeen waar je als recensent voortdurend mee
geconfronteerd wordt. Het wordt je immers vaak verweten dat je
zaken (in dit geval muziek) in hokjes wil steken. Nochtans is het
een noodzakelijk kwaad. Het is namelijk de bedoeling dat je de
lezer een idee geeft van wat die bepaalde muziek/artiest voor jou
betekent. Indien de lezer die niet kent, moet je gaan vergelijken
en dan kom je terecht bij genre-omschrijvingen en gelijkaardige
artiesten of muziekmakers.
Dit allemaal gewoon om maar te zeggen dat het moeilijk is om de
muziek van Death Cab for Cutie te omschrijven. Ter illustratie
hoorde ik toevallig op Studio Brussel dat ze delen van het concert
zouden uitzenden in een ander programma naargelang ze een zachte of
een hardere set zouden spelen.
En er werd gekozen voor een stevige set. Na het voorprogramma (een
aardige set van een Vlaamse groep, waarvan me de naam ontsnapt, met
goede nummers, maar met duidelijke problemen wat betreft zang. Zoek
een goede zanger, oefen nog voldoende en dat komt best in orde.)
werd geen tijd verspild met roadies die de instrumenten dienden te
checken. De heren van Death Cab for Cutie deden dat wel even zelf.
Dus na een kwartiertje pauze werd de aftrap gegeven van een concert
dat absoluut de moeite loonde. Als je de kans krijgt om de heren
aan het werk te zien (bv. op een of ander zomerfestival), laat ze
niet schieten. Er werd begonnen met stevig vroeger werk om na een
tweetal nummers over te schakelen naar werk van ‘Transtlanticism’, de nieuwe plaat
waarvan het grootste deel werd opgedist. De energie spatte van het
podium en dat werd door het publiek duidelijk gesmaakt. Ben Gibbard
zong als de nachtegaal die hij nu eenmaal is – man, wat kan die
vent zingen – en de rest van de groep speelde alsof hun leven ervan
af hing. Op plaat neigen de nummers eerder naar de rustige kant,
maar in de AB-Club was daar niks van te merken. Er werd gerockt en
de heren amuseerden zich duidelijk kostelijk. Op dat vlak viel
vooral bassist Nick Harmer op, aangezien die zich met veel plezier
in het zweet werkte. Ook was er een aangename interactie met het
publiek – iets wat een club als deze uitstekend toelaat – hetgeen
Ben Gibbard inspireerde tot een verhaaltje over het
nerd-zijn (“je mag dan nog zo je best doen om er cool uit te
zien, er is altijd wel iemand die vindt dat je een nerd bent, al is
het maar een kind van 7 jaar oud.”)
Om terug te komen op de hokjesgeest geef ik even mee dat ‘Transtlanticism’, mij af en toe doet
denken aan Pinback en nu weet ik ook waarom : voor bepaalde nummers
(o.a. ‘Expo 85’) werd met twee bassen gespeeld, hetgeen een
specifiek geluid oplevert dat je ook terughoort bij Pinback. Dat
geluid was trouwens uitstekend, al werd hier en daar geroepen om de
stem beter uit de mix te laten komen.
De set duurde een uur en twintig minuten en had wat mij betreft
gerust nog een uur mogen duren. «’The New Year’, ‘The Sound of
Settling’ en het schitterende « Tiny Vessels » waren slechts enkele
hoogtepunten van een geslaagd optreden, uitgevoerd dooor een groep
die ook in de grote zaal moeiteloos overeind was gebleven.
In samenwerking met De
Muziekfriek



