Jan van Eyck :: Portret van het echtpaar Arnolfini (1434)

Een man en een vrouw staan in een burgerlijk interieur, zij legt haar rechterhand in zijn linkerhand. Het gaat om het portret van Giovanni Arnolfini, een rijke Italiaanse bankier die zich in Brugge vestigde en zijn vrouw, Giovanna Cenami. Verschillende details doen ons vermoeden dat het om een huwelijksportret gaat, maar hierover bestaat geen concensus.

Dat het hier om een echte Jan van Eyck gaat, daar twijfelt niemand aan. Niet alleen doen het buitengewone observatievermogen van de schilder en de haast hyperrealistische uitwerking van de details vermoeden dat hier een echte meester aan het werk was. Ook de inscriptie boven de spiegel veegt alle twijfel meteen van de baan: «Johannes de eyck fuit hic * 1434*».

In die spiegel zien we vier personen: het paar Arnolfini en twee andere figuren. Door de aanwezigheid van die twee figuren wint de hypothese dat het om een huwelijksportret gaat. In de Middeleeuwen was het de gewoonte om het huwelijk in de woonkamer in beperkte kring, met twee getuigen en zonder priester, te voltrekken.

In de luchter brandt één kaars. Dit kan verwijzen naar het oog van God, of naar de huwelijksvlam. Het hondje vooraan staat voor trouw, de huwelijkstrouw en de toewijding van de partners voor elkaar.

Veel mensen denken — foutief — dat mevrouw Arnolfini in verwachting is. Ze neemt met de linkerhand een deel van haar gewaad omhoog, schijnbaar om haar dikke buik beter aan de kijker te laten zien. Dat ze een dikke buik heeft, is echter ‘normaal’. In de late Middeleeuwen was het mode om een dikke buik te hebben: de meeste vrouwen op schilderijen of miniaturen staan zo afgebeeld.

Ondanks de gebrekkige kennis van het meetkundige perspectief, is de ruimte tastbaar aanwezig. De Italiaan Brunellischi wordt aanzien als ‘uitvinder’ van het perspectief. Zijn ontdekking aan het begin van de vijftiende eeuw was pas later in de Nederlanden bekend. Jan van Eyck vertrouwt niet op de regeltjes, maar op zijn eigen observatie. Zo zien we dat de slippers vooraan groter zijn dan achteraan. Ook de voorwerpen achteraan de ruimte zijn kleiner voorgesteld dan de voorwerpen op de voorgrond. Het is van Eycks manier om aan een gevoel van diepte uitdrukking te geven.

Volgens de eerste ‘kunsthistoricus’, de Italiaan Giorgio Vasari, is Jan van Eyck de uitvinder van de olieverf. Wat Vasari echter niet wist, is dat het gebruik van olieverf al bekend is bij de Romein Plinius Maior. Van Eyck gebruikt wel een nieuw bindmiddel bij de pigmenten. Hierdoor droogde de verf sneller en kon van Eyck verschillende lagen verf boven elkaar aanbrengen. Het gevolg hiervan zien we nu nog steeds: de schilderijen van Jan van Eyck bezitten meer nuance en luciditeit, iets wat anders onmogelijk was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − achttien =