Billy Corgan – A Night of Mellon Collie and Infinite Sadness

6 september 2026
,
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen

Neen, het was niet de integrale uitvoering. Het was zelfs niet Billy-met-orkest. A Night Of Melon Collie and Infinite Sadness was een lucratieve binnenkopper die professioneel werd uitgevoerd, en dat soms onder het goedkeurend oog van de maker. Het werd een bevreemdende ervaring.

Natuurlijk kun je in de Koningin Elisabethzaal – het thuis van Antwerp Symphony Orchestra – vooral terecht voor ernstig klassiek, maar net zo graag leent de concerttempel zijn podium aan meer toegankelijke programma’s: soundtrack-uitvoeringen, Efteling In Concert, dat soort dingen. Ergens aan de overkant van de oceaan moet ene William Patrick Corgan – artiestennaam: Billy – daar lucht van hebben gekregen, en hij vond nog een kleine eigen niche in die hoek: het klassieke rockalbum in concertante uitvoering. Je zag het in 1995 ook niet aankomen.

De aankondiging is zo behoedzaam geformuleerd dat een elftal advocaten er waarschijnlijk drie weken over heeft gedebatteerd. Neen, erstaat nergens letterlijk dat Corgan maar bij vijf nummers even opdraaft, maar er wordt ook geen moeite gedaan om daar de aandacht op te vestigen. Je wil die dure tickets uiteindelijk toch verkocht krijgen. Straks kan het, met Billy als hologram, net zo goed zonder hem de baan op, desnoods op twee continenten tegelijk. Is dat pensioen meteen ook geregeld.

Eigenlijk is de ster van deze avond dirigent James Lowe. Hij was het die de moeite deed de juiste brokken uit dubbelaar Mellon Collie And The Infinite Sadness te vissen en die arrangeerde voor klassiek orkest en koor, om er zo heel nieuwe versies van te maken die hier in Europa in elk land door andere uitvoerders beet worden gepakt. Vandaag mag Corgan zo de handjes drukken van orkest Casco Phil en koor Fine Fleur; die nemen sinds vrijdag de Belgische honneurs waar, en doen dat goed.

Je snapt dat Corgan het idee kreeg om dit met zijn klassieke album te doen als het orkest, na de ietwat pompeuze ouverture “Mellon Collie And The Infinite Sadness”, “Tonight, Tonight” inzet. Het koor stapelt hoog en laag mooi tegen elkaar op; dit nummer wees al op plaat die richting uit. Toch speelt het orkest de bombast daarvan niet uit; zo groots moet het nog niet.

Gekker is hoe de brute grunge van “Jellybelly” naar een onherkenbare klassieke uitvoering wordt hertaald. Plots dartelt zelfs tenor Dominick Valdès-Chenes op die jolig “Livin’ makes me sick / So sick I wish I’d die” buldert. In “Galapagos” neemt sopraan Sydney Mancasola de microfoon over, mezzosopraan Zoeie Reams vervoegt haar al snel. Het is een mooie uitvoering, maar het is gek hoe de uitbarsting van het origineel zelfs met dit volledig orkest minder knalt; een gemiste kans.

En daar is Billy dan, want niemand kan dat “Tomorrow’s just an excuse” van “Thirty-Three” zo mooi neuzelen als hij. Je merkt dat hij de baas is; niemand anders van de zanger mag zo parmantig plaatsnemen voor de rug van Lowe. En toch lijkt het alsof hij voor een keer enige bescheidenheid kent. Zijn passage duurt niet lang, en “Beautiful” wordt alweer aan bariton Edward Parks en even later Reams gelaten.

Het is op zo’n moment dat het begint in te dalen. Je bent naar de Disneyversie van Mellon Collie aan het kijken. De steampunk-beelden die op het scherm boven het koor worden geprojecteerd mogen dan verhaal ontberen, dit zou een duet tussen Jasmine en Aladdin kunnen zijn; zo zoetsappig is Lowes bewerking. Ook Valdès-Chenes denkt er zo over, en maakt er met zijn onstuimig opstormen bij “Muzzle” helemaal theater van. Werkt eigenlijk wel; het nummer klinkt alsof Billy het altijd zo voorzien had. “X.Y.U.” is dan weer niet meer dan om het even welke filmscore; generische, goed in het oor liggende orkestmuziek.

Slechts negentien van de vierendertig originele nummers van Mellon Collie overleefden Lowes selectie, en dat zijn misschien niet verrassend zelden de hardere nummers. Geen “Fuck You (An Ode To No One)” dus, en we hadden er geld voor gegeven om de koorleden staccato dat “Emptiness is loneliness / And loneliness is cleanliness / And cleanliness is godliness” van “Zero” te horen brengen, maar Corgan bespaart het hen en neemt dat deel voor zijn rekening. Het koor mag wel antwoorden: “and God is empty, just like me”. Ook lachen: Fine Fleur dat op bijna Gregoriaanse wijze de openingszinnen “The world is a vampire” van “Bullet With Butterfly Wings” ten hemel richt, vooraleer alle solisten om beurten een deel voor hun rekening nemen. Waarna Corgan in “To Forgive” laat horen dat hij wel degelijk een goeie zanger is, met die gekke stem van hem; als was hij Jafars rare broertje.

De vraag is niettemin waarom het originele Mellon Collie de goedkeurende stempel van de klassieke wereld nodig had, als het op zichzelf een monument uit de rockgeschiedenis is. In Humo vertelde Corgan eerder deze week dat hij nog altijd het gevoel heeft dat de wereld hem een mislukkeling vindt; je voelt de bewijsdrang in deze grandioze onderneming. Zelfs al staat hij maar vijf keer vijf minuten op het podium; alles schreeuwt “kijk naar mij”. Je zou het treurig kunnen vinden, maar hé, je kijkt wel. En nergens schiet deze uitvoering onder de lat door. Het enige punt is: dit was een onnodige uitstap, terwijl er niets mis is met de gewone Smashing Pumpkins. Kom maar gewoon eens terug met je gitaar, Billy, meer hoeft echt niet om ons te doen kijken.

Universal
Hut/Virgin
Beeld:
Nick De Baerdemaeker
Billy Corgan, Smashing Pumpkins, The Smashing Pumpkins

verwant

recent

Primetime

Lance Oppenheim is in wezen een documentairemaker die met...

Gebeiteld – Beeldhouwer Roger Bracke :: Stadsmuseum Lokeren

Met Gebeiteld presenteert het Stadsmuseum van Lokeren een tentoonstelling...

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in