Wie is Bieke Depoorter? Ze is geboren in 1986 in Kortrijk, studeerde in 2009 af met een Master in de Fotografie aan het KASK in Gent. Haar vroege afstudeerproject Ou Menya, waarin ze drieduizend kilometer per trein door Rusland reisde en bij wildvreemden sliep, zette meteen de toon voor haar carrière. Het leverde haar in 2012 de felbegeerde Magnum Expression Award op. Haar unieke, empathische en intieme omgang met subjecten vormt de absolute blauwdruk van haar artistieke identiteit.
Depoorters toetreding tot het legendarische agentschap Magnum Photos was historisch en herdefinieerde de traditionele documentaire blik. In 2012 werd ze op amper 25-jarige leeftijd genomineerd, waarna ze in 2016 toetrad als volwaardig lid. Binnen een agentschap dat historisch gedomineerd werd door de mannelijke, afstandelijke ‘fly-on-the-wall’-fotojournalistiek, bracht Depoorter een radicale ommekeer.

Haar betekenis ligt in de constante, conceptuele zelfreflectie. Waar klassieke fotojournalisten pretenderen de objectieve waarheid te registreren, stelt Depoorter haar eigen positie als fotograaf en outsider expliciet ter discussie. Ze won talloze internationale prijzen, waaronder de Larry Sultan Award en de Prix Levallois, en werd genomineerd voor de prestigieuze Deutsche Börse Foundation Photography Prize. Haar fotoboeken behoren tot de absolute top. Zo werd haar boek X door het MoMA uitgeroepen tot een van de favoriete fotoboeken van 2021.
Haar meest recente en tijdelijke tentoonstelling kreeg de heel toepasselijke titel Bieke Depoorter. Gewoon haar eigen naam omdat het een heel persoonlijk fotografisch vademecum is van haar als persoon en als fotografe. De expo loopt momenteel in het Bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort en brengt drie sleutelprojecten van haar werk samen tot een indringend en kwetsbaar drieluik. Dit beklijvend overzicht toont de conceptuele evolutie van deze West-Vlaamse Magnum-fotografe.
Maar een tentoonstelling van Bieke Depoorter bekijken doe je niet zomaar al wandelend van de ene foto naar de andere. In Westfront Nieuwpoort wordt de bezoeker letterlijk uit zijn vertrouwde houding gehaald. Dat heeft niet alleen te maken met de foto’s, maar ook met de bijzondere plek en de manier waarop de tentoonstelling is opgebouwd. Wie de expo bezoekt, bevindt zich in de ondergrondse architectuur van het bezoekerscentrum onder het imposante Koning Albert I-monument, een plek die onlosmakelijk is verbonden met de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog en met verhalen over angst, verlies, vernieling en overleven.
In die historische, bijna plechtige omgeving hangen geen klassieke oorlogsfoto’s. Bieke Depoorter neemt ons mee naar slaapkamers van onbekenden, naar badkamers, naar ontmoetingen met vreemden en uiteindelijk zelfs naar de sterrenhemel. Haar foto’s gaan over vertrouwen en wantrouwen, over herinneringen die vervagen, over wat we wel en niet kunnen zien en vooral over de vraag of een foto ooit werkelijk de waarheid kan vertellen. De tentoonstelling is daardoor niet alleen een presentatie van drie belangrijke projecten uit haar oeuvre, maar ook een ervaring. De bezoeker wordt op verschillende momenten op een bijzondere manier bij het werk betrokken. Zo is er een onderdeel waarbij je niet rechtop voor een foto blijft staan, maar plaatsneemt in een ligzetel. Je kijkt naar het plafond terwijl je naar de stem van Bieke Depoorter luistert, die haar eigen verhalen vertelt. Het is een eenvoudige ingreep, maar wel een bijzonder doeltreffende. Plots ben je niet langer de buitenstaander die naar het werk van een fotograaf kijkt. Je wordt als het ware meegenomen in haar hoofd, haar herinneringen en haar twijfels. De fotografie maakt even plaats voor de stem en de donkere ruimte wordt een omgeving waarin luisteren minstens zo belangrijk wordt als kijken.
Het meest indrukwekkend aanwezig is “The Beds I Slept In,” het project waaraan Depoorter jarenlang werkte en waarvoor ze bij wildvreemden overnachtte. Tussen 2008 en 2016 reisde ze onder meer door Rusland, de Verenigde Staten en Egypte. Ze ontmoette mensen die ze nauwelijks kende en vroeg hen om haar een slaapplaats aan te bieden. Wat daaruit ontstond, is geen klassieke reisreportage. Depoorter fotografeert niet de toeristische plekken of de grote gebeurtenissen van de landen waar ze terechtkomt. Ze richt haar camera op de meest private plaats die een mens kan delen: de plek waar hij slaapt.
In Westfront krijgt dat project een bijzonder sterke presentatie. Een grote muur wordt volledig ingenomen door de foto’s. Ze hangen naast elkaar en vormen bijna één lange visuele band. De beelden zijn bovendien verdeeld volgens de drie geografische gebieden waar Depoorter werkte: Rusland, de Verenigde Staten en Egypte. Daardoor krijg je eerst het gevoel van een lange reis door verschillende werelden, maar naarmate je langer kijkt, vallen vooral de overeenkomsten op. Want hoe verschillend de interieurs, meubels, muren en mensen ook zijn, uiteindelijk vertellen de foto’s telkens over hetzelfde menselijke verlangen: ergens veilig kunnen slapen, ergens welkom zijn, ergens een tijdelijk thuis vinden.
Een bed is in die context nooit zomaar een bed. Het is een grens tussen de openbare wereld en de privéwereld. Wanneer een onbekende jou uitnodigt om daar te slapen, geeft die persoon je letterlijk toegang tot zijn meest persoonlijke ruimte. Depoorter maakt daar gebruik van, maar haar foto’s voelen zelden aan als een klassieke vorm van voyeurisme. Daarvoor is haar eigen aanwezigheid te sterk verweven met het project. Dat wordt bijzonder duidelijk in verschillende foto’s waarop de sporen van haar verblijf zichtbaar zijn. Soms zien we alleen het bed of een matras, soms een haastig ingerichte sofa, een rommelige kamer of een badkamer. Het zijn ogenschijnlijk banale situaties, maar juist daardoor worden ze geladen met betekenis. De afwezigheid van mensen kan soms meer zeggen dan hun aanwezigheid. Je ziet de plek waar iemand leeft en slaapt, maar de persoon zelf blijft buiten beeld. Toch voelt die persoon voortdurend aanwezig.
Een van de sterkste beelden is een eenvoudig, geïmproviseerd bed op een versleten sofa. Er is niets spectaculairs aan de foto. Geen dramatisch licht, geen theatrale compositie, geen sensationeel onderwerp. Het beeld lijkt bijna toevallig gemaakt. Maar daarin zit juist de kracht. Het is het spoor van een ontmoeting. Iemand heeft een onbekende vrouw voor één nacht een plaats gegeven. Het bed vertelt het verhaal van dat vertrouwen zonder dat er veel hoeft te gebeuren. Ook de spiegelfoto’s zijn bijzonder. In sommige badkamers verschijnt Depoorter zelf in de spiegel. Ze is plots niet langer alleen degene die kijkt, maar wordt ook onderdeel van het beeld. De camera wordt een soort geheim tussen haar en haar gastheer of gastvrouw. Het vreemde interieur, het harde kunstlicht en haar eigen weerspiegeling maken de foto’s tegelijk intiem en ongemakkelijk.
Naast “The Beds I Slept In” toont Depoorter “The Line”, een project uit 2021 dat tijdens een residentie in het Streuvelshuis, Het Lijsternest in Anzegem, ontstond in samenwerking met Gideon Jacobs, een bekende Amerikaanse auteur en Magnum-fotograaf die verantwoordelijk was voor de content editing van Depoorters boek Blinked Myself Awake. Hier wordt het vertrouwen in het fotografische beeld zelf steeds belangrijker. De combinatie van tekst en fotografie speelt met de grens tussen werkelijkheid en fictie. De foto lijkt informatie te geven, maar tegelijkertijd wordt die informatie opnieuw onzeker. Het is een belangrijke evolutie in Depoorters werk. In haar vroegere fotografie was de ontmoeting met een ander het uitgangspunt. Nu begint ze ook haar eigen medium te wantrouwen. Een foto mag er dan wel uitzien als een objectieve registratie, maar de fotograaf bepaalt wat in beeld komt, wanneer de sluiter wordt ingedrukt, wat buiten beeld blijft en hoe het resultaat uiteindelijk wordt gepresenteerd.
Daarmee stelt Depoorter eigenlijk een ongemakkelijke maar essentiële vraag: waarom geloven we een foto? Dat vraagstuk krijgt in haar meest recente werk Blinked Myself Awake een nog persoonlijker karakter. Hier verschuift de aandacht naar herinnering en de manier waarop ons eigen geheugen ons in de steek kan laten. Depoorter combineert beelden van amateur- en professionele sterrenkijkers met persoonlijke teksten en dagboekachtige passages. De sterrenhemel wordt daarbij een krachtige metafoor voor haar zoektocht naar het verleden.

Een van de beelden toont een sterrenkijker als een bijna volledig zwart silhouet achter een indrukwekkende telescoop. Hij kijkt geconcentreerd naar een hemel die wij zelf niet kunnen zien. Dat beeld is op zichzelf al intrigerend, maar krijgt een bijkomende betekenis wanneer je het verbindt met Depoorters persoonlijke zoektocht. Een telescoop brengt iets in beeld wat zich op enorme afstand bevindt. De sterren die we zien, tonen ons bovendien licht dat soms duizenden jaren geleden werd uitgezonden. Kijken naar de hemel betekent dus eigenlijk kijken naar het verleden. Dat idee sluit nauw aan bij de manier waarop Depoorter naar haar eigen herinneringen kijkt. Wat als het verleden niet langer volledig toegankelijk is? Wat als herinneringen vervormd raken of gedeeltelijk verdwijnen? En kan fotografie dan nog helpen om de waarheid terug te vinden?
Het is opvallend dat ook hier de tentoonstelling haar presentatievorm gebruikt om de inhoud te versterken. De bezoeker moet letterlijk een andere houding aannemen. Liggend in een strandzetel, met de blik naar het plafond gericht, luister je naar Depoorters verhalen. De ervaring is bijna tegengesteld aan die van het klassieke museumbezoek, waarbij je rechtop voor een foto staat en vervolgens naar de volgende afbeelding wandelt. Hier wordt het lichaam stilgelegd. Je moet luisteren, je verbeelding gebruiken en je eigen beelden vormen.
Dat is misschien wel de mooiste manier om deze tentoonstelling te begrijpen. Bieke Depoorter fotografeert aanvankelijk de wereld om haar heen, maar hoe verder ze gaat, hoe meer haar blik naar binnen keert. Haar camera is niet langer alleen een instrument om anderen zichtbaar te maken. Ze gebruikt fotografie om de grenzen van haar eigen waarneming te onderzoeken.
Wie naar “The Beds I Slept In” kijkt, denkt na over vertrouwen. Wie naar “The Line” kijkt, begint te twijfelen aan de waarheid van het fotografische beeld. En wie luistert naar haar verhalen terwijl hij of zij in die ligzetel naar het plafond kijkt, wordt uiteindelijk geconfronteerd met de meest onbetrouwbare getuige van allemaal: het eigen geheugen.
Hoewel de drie tentoongestelde reeksen afzonderlijk van elkaar zijn ontstaan, vormen ze een vloeiend en overtuigend geheel. De rode draad, het balanceren tussen trauma, herinnering en blind vertrouwen, komt extra krachtig binnen door de unieke, ondergrondse en monumentale setting van de museumruimte in Nieuwpoort. En dat maakt deze tentoonstelling niet alleen een overzicht van een bijzonder fotografisch oeuvre, maar vooral een ervaring over kijken, luisteren, herinneren en twijfelen. En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les van Bieke Depoorter: een foto toont ons nooit de volledige waarheid. Ze toont ons slechts wat iemand op een bepaald moment heeft gezien en nodigt ons vervolgens uit om zelf verder te kijken.
Depoorter bewijst in Westfront Nieuwpoort dat ze veel meer is dan een documentairemaker; ze is een filosoof met een camera. Dit overzicht laat zien hoe een fotografe haar eigen methode deconstrueert zonder aan emotionele impact in te boeten. Deze tentoonstelling is daardoor ontegensprekelijk een absolute must-see voor wie de essentie van de hedendaagse fotografie wil doorgronden.
De tentoonstelling Bieke Depoorter loopt nog tot en met 3 januari 2027.
Bieke Depoorter, Bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort, Kustweg 2 8620 Nieuwpoort. Van dinsdag tot zondag van 10 tot 18u (maandag gesloten). Meer informatie via de website van Visit Nieuwpoort.



