Het komt uit Ierland en de mannen van Fontaines D.C. zijn fan – tegenwoordig volstaat dat om stante pede de oversteek naar je lokale platenboer te maken. Voor Masquerade, het langverwachte debuut van Cardinals, zou dat geen stap te veel zijn. Oké, we vissen al een tijdje in dat postpunkig groene vijvertje, maar zo’n lekkere accordeon sloegen we sinds The Pogues nog niet eerder aan onze haak.
“She Makes Me Real” gooit zwierig de deuren naar het Cardinals-universum open, recht een (gemaskerd?) “Governor’s Ball” binnen. We lijken de eerste noten van de folky openingsdans maar nét gehaald te hebben, zo urgent en opgetogen klinkt die accordeon van Finn Manning al. Neef Darragh Mannings drums dirigeren: ze openen plechtig de dansvloer, maar verdwijnen dan volledig en scheppen zo fijn plek voor de gitaren en vocals. De manier waarop het nummer ademruimte krijgt, werkt inspirerend: we happen net op tijd een goeie gulp lucht vooraleer de drums ons weer hardhandig de zaal door jagen. Op het eerste gehoor regeert de romantiek, maar de wispelturig trillende en schurende vocals en dito lyrics van Euan Manning (ja, nóg een Manning, dit is voor drie vijfden een familiebedrijf – extra charmepunten!) zijn nooit helemaal wars van enige dreiging. “She Makes Me Real”, maar “It hurts / Beyond belief”. Zo ook op “St. Agnes”: zwieren en zweten om te vergeten.
Dan verstrengelt de trekzak zich innig met prominente drums voor een dromerige tegelplakker van een titeltrack die goed opgelet heeft in de les opbouwen en afbreken. De band klinkt intiem en weids tegelijk. Een blik op het blauw-rode artwork, en ziedaar: een aha-erlebnis! Het contrast kil-innig reikt naar alle uithoeken van deze plaat, als de wortels van de boom die de hoes van de hand van kunstenares Oda Sønderland siert. Nu horen we het natuurlijk overal. Het aanvankelijk frêle “I Like You” wringt ook weer langs alle kanten met z’n beklemmende warm-koud aanpak: “You can have most of me / Just don’t stand so close to me / Cause what will you have / When I’m gone / Ought to keep you on a short string / In case you think that / You can just move on.”
De dichotomie krijgt ook fysiek heel letterlijk vorm in de feestelijkere A-, en grimmigere B-kant van het vinyl. “Over At Last” breit een iets luchtiger einde aan de eerste helft van de plaat. Daarna vervalt elk spatje naïviteit en duiken we duistere krochten in. Wapenfeit “Anhedonia” is met z’n mitraillerende drums en kanonschoten van bassen hard en repetitief. Dat laatste zorgt ervoor dat de track, en het leeuwendeel van de plaat eigenlijk, onderhuids blijft kleven. Niet overbodig, want verhalenverteller Mannings woorden hebben dan wel weerhaken, tot heuse meebrulbaarheid waar peers als Gurriers, NewDad en The Clockworks wel een patent op hebben, leidt het nooit helemaal.
De volgende drie nummers blijven uit datzelfde sinister vaatje met een meeslepend melodische mix van indierock en folk tappen. Het pinnige “Barbed Wire” is gevaarlijk aanstekelijk, “Big Empty Heart” een wals met een wederom waanzinnig chunky bas van Aaron Hurley en een onstuimige melodie die gitarist Oskar Gudinovic op z’n twaalfde (!) neerpende. Een claustrofobisch “The Burning Of Cork” beschrijft zodanig levendig de vurige agressie waarmee de Black and Tans Cardinals’ geadopteerde thuisbasis Cork in 1920 terroriseerden, dat het op de adem slaat als de rook die door de stad waarde. Gelukkig volgt uiteindelijk nog “As I Breathe”, een welkome en lekker lange verzuchting waarin de Ieren weer tonen hoe geweldig ze zijn in ruimte creëren rond die prominente accordeon en tedere vocals.
Masquerade is een oxymoron van een plaat. De ballads zijn urgent, de meer punky tracks krijgen ruimte om te ademen, de chaos is gecontroleerd, het geheel bitterzoet. Net als de boom op hun albumcover zijn Cardinals niet te beroerd om hun binnenste bloot te geven – geen maskers, maar harde eerlijkheid, in al z’n schoonheid én lelijkheid.
Cardinals staan op 18 maart in de AB Club.




