Penelope Isles :: Which Way To Happy

De tweede plaat van Penelope Isles luistert als een indie-droom op acid, met een begin vol up-tempo tracks die langzaam plaats maken voor beklijvend atmosferische experimenten die in je koude botten kruipen. Hier hoor je hoe de vloed opkomt, de storm uiteindelijk meedogenloos raast en daarna onvermijdelijk opentrekt en ons achterlaat: verdwaasd en veranderd.  

Zanger-gitarist Jack Wolters beschreef de totstandkoming van dit album als een rollercoaster. Met de lockdown aan de horizon vertrok de band naar een cottage in the middle of nowhere voor de opnames. Een klein claustrofobisch kot waarin het viertal als sardientjes in blik vastzaten. En dan gaat de wereld op slot. Spanningen stijgen en de whisky vloeit rijkelijk. Emoties lopen hoog op. Exploderen. Elke avond ontsnappen aan jezelf en de anderen, varen naar het midden van een meer, nog drinken, blijven exploderen. Tel daar twee stukgelopen relaties bij op en je hebt genoeg voer om een roman te schrijven. Gaan we hier niet doen. Laat ons het maar over de muziek hebben. 

“Terrified” opent ijzersterk. Wat klinkt als een vrolijke opener – met een aangename opbouw, sterk gitaarwerk, lekkere melodie en een hoog lekker-meewiegen-met-een-pintje-op-de-wei gehalte – is in feite een prachtig conflict tussen vorm en inhoud.  ‘Nail by nail I chew them off I lose my mind again / Out of focus all the time / I’m in trouble all the time/ Disappear tooth by tooth / I fade a smile’, klinkt het, en dat staat in sterk contrast met het hippy-happygevoel van het arrangement. Die zelf-spottende zwartgalligheid horen we ook in “Rocking At The Bottom”, een song die bewijst dat er niets mis is met een beetje dansen wanneer het allemaal even kut is en de vloer – lees: de bodem van die figuurlijke put -, de meest comfortabele plek is om te vertoeven. Ook “Play It Cool” is catchy en melodisch sterk, al had het iets korter gekunnen. Rond de vierde minuut drijft onze aandacht toch een beetje weg.  

Het echte werk volgt dan pas, de nummers die een storm opwekken waarvoor je niet wilt schuilen. “Iced Gems” breekt niet los uit zijn meandering, en behoudt net daarom zijn minimale sterkte. Soms moet het echt niet meer zijn dan dat. “Sailing Still” weet een fenomenale ijzingwekkende sfeer te creëren en te behouden tot de laatste noot. De toevoeging van de viool en cello geven de song de nodige diepte, met wat elektronische geweld erin gaat het door merg en been. “Sudoku” is vervolgens een ware ode aan de melancholie: perfecte atmosfeer, fantastische opbouw. Hier pakt Penelope Isles ons als rottend zeer beet, bijt zich vast in de ziel en laat niet los tot de laatste noten blijven nazinderen. Het absolute hoogtepunt is echter “11 11”. Hier horen we een weemoedige wanhoop in Lily Wolters stem, de pijn van verandering sijpelt door tot het water aan de lippen staat. “Miss Moon” had ook een dravend hoogtepunt moeten zijn, een out-of-the-box schijf die de verschillende gemoedstoestanden op Which Way To Happy verweeft. Het mocht niet zijn. De chaotische kakofonie getuigt van een soort besluiteloosheid en mist de ballen om echt aan te grijpen. Het dendert wat voort op doodgedraaide new-wave-akkoordjes, niet originele soundscapes en ijle vocals. Jammer.  

Ook tekstueel laten de Wolters vaak wat steken vallen, blijven ze steken in banale platitudes en quasi-poëtisch metrum. Toch komt Penelope Isles er meestal wel mee weg en dat heeft alles te maken met de leadvocals van broer en zus die weten hoe ze de aandacht van de tekst kunnen afleiden door deze onverstaanbaar aaneen te zingen en zich op de juiste momenten te laten overstemmen door de instrumenten. We vragen ons bijna af of ze het opzettelijk doen wanneer de articulatie ineens kraakhelder wordt in tekstuele schatten als “11 11” en “Pink Lemonade”. 

Which Way To Happy eindigt met het eigenaardige “In A Cage”. Natuurgeluiden doen het goed op Spotify, en dus probeert Penelope Isles daar ook maar iets mee – of zo. Het nummer begint als een soort van meditatiemuziek met hier en daar gekooid vogelgekwetter en komt nooit helemaal los uit die ietwat onnozele vibe. Het maakt voor een bevreemdend einde; Bright Eyes die een muzikale liefdesbaby maakt met vroege Björk, niemand weet goed wat ermee te doen, maar eens het er is kun je het ook moeilijk terugduwen naar waar het vandaan kwam.  

Al bij al is Which Way To Happy een sterke prestatie, waarvan de meer melancholische tracks zich uitstekend lenen voor een strandwandeling wanneer Frank nog eens gouden dagen voor de pluviometer voorspelt. De up-temponummers horen we graag nog eens met een pintje op een willekeurige wei.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in