Brecht Vandenbroucke :: Shady

In 2016 debuteerde Brecht Vandenbroucke bij uitgeverij Bries met White Cube, een woordenloze en vaak vreemde strip waarbij twee identieke figuren de kunstwereld en – geschiedenis parodieerden en bespotten maar ook eerden. De manier waarop Vandenbroucke zijn `hoofdpersonages` in contact liet komen met kunstwerken en kunstenaars toonde een anarchistische inventiviteit die met evenveel plezier heilige huisjes en de ernst die in de kunstwereld leeft, te kijk zette als dat het de waarde en schoonheid van kunst onderstreepte. Nu en dan schoot hij zijn doel voorbij maar White Cube ging hoe dan ook niet ongemerkt voorbij.

Met Shady gaat Vandenbroucke ten dele een andere richting uit door ditmaal zijn kritiek en spot enerzijds op de bredere (pop)cultuur te richten en anderzijds door niet alleen`paginagags` te gebruiken maar ook een langer verhaal te vertellen rond hetzelfde hoofdpersonage. Shady Bitch, is zoals uit de cover al mag blijken een apart figuur. Getooid met enerzijds een flinke baard en stevig torso en anderzijds een vrouwelijke haartooi en kleedje, lijkt hij de klassieke genderstereotypen te doorbreken. Wie in het verhaal duikt, merkt echter al snel dat Vandenbroucke hier geen statements wenst te maken over wat als mannelijk/vrouwelijk geldt en of Shady als non-binair beschouwd dient te worden.

Volgens Vandenbroucke staat Shady louter voor individualiteit en is h/zij (Vandenbroucke noemt zijn personage `hij`, al wordt Shady in de strip aangesproken met `zij`) ontstaan vanuit een eenvoudige schets. Hierbij liet Vandenbroucke zich inspireren door onder andere Petatje uit Nero (het kapsel) en door oude Popeye-comics. Het is niet moeilijk die personages er in te herkennen al kan bijvoorbeeld ook Cowboy Henk er in gelezen worden, zelfs al was dat geen bewuste keuze. Feit is dat Vandenbroucke net als in White Cube bewust (en onbewust) speelt met culturele verwijzingen en ijkpunten, die vaak een gevoel van herkenning opleveren. Het gevaar hierbij is echter dat sommige grappen te eigentijds en te zeer in het nu-moment bestaan om op langere termijn nog te werken.

Zo krijgt niet alleen Michael Bay er van langs maar passeren onder andere ook Shakira en Ashlee Simpson in grappen die zelfs los van hun contemporaine context onder het niveau van grollen aan de cafétoog in de vroege uurtjes blijven. Binnen de indrukwekkende hoeveelheid gnonsens die Vandenbroucke op de lezer afvuurt, blijven ze gelukkig in de minderheid. Die hoeveelheid is ietwat patradoxaal een ander euvel zij het een dat gemakkelijker opgevangen kan worden. In White Cube wist Vandenbroucke zijn waanzin nog net tot het juiste aantal pagina`s te beperken om geen gevoel van verveling of vervreemding te creëren, in Shady gaat hij echter los over de grens, meer nog doordat hij lange verhaal en de grappen geregeld afwisselt.

De voornamelijk vreemde en surreële grappen werken het beste wanneer we met mondjesmaat geconsumeerd worden en niet vervagen tot een grote brij van absurde situaties waarbinnen Shady vooral als een egocentrisch en ijdel wezen wordt afgeschilderd. De wrede daden van Shady worden een enkele keer wel gepareerd door momenten van zelfinzicht waarbij Shady net als een tragisch figuur afgeschilderd wordt die, zoals ze zelf zegt, haar eigen grootste vijand is. Die momenten van helderheid worden doorheen het werk her en der geplaatst en staan grotendeels op zichzelf ware het niet voor het grotere verhaal dat er tussenin geweven wordt. In deze panelen kiest Vandenbrocuke overigens niet voor zijn typerende aquarel maar monochrome kleuren en is zelfs van een moraal sprake.

Zelf omschrijft hij het als een simpel sprookje waarbij Shady leert verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen daden en enig zelfinzicht krijgt. Zoals alle sprookjes is die morele les inderdaad ook in een zin te vatten maar is het wel degelijk Vandenbrouckes talent dat het verhaal de nodige (emotionele) diepgang verleent. Daarnaast plaatst het ook alle andere pagina`s en gags in een nieuw licht waardoor de lezer gaandeweg meer begrip en sympathie voor Shady krijgt, ondanks diens gebreken.

Shady is dan ook een heel atypiche comic/strip. Veel meer dan zijn collega`s neemt Vandenbroucke bijvoorbeeld elementen uit de zogenaamde familiestrip over om er daarna een heel eigen pad mee te bewandelen. Zijn wreedheid en (schijnbaar) gebrek aan medeleven met zijn personages deelt hij met Pieter De Poorteres Boerke, al voelt het hier veel wranger aan doordat hij enerzijds Shady iets van diepgang verleent maar anderzijds ook doordat Shady veel meer dader en beul is dan Boerke ooit kan zijn. De invloeden van Vandenbroucke zijn niet op een hand te tellen en bevatten zoveel elementen uit de hoge en lage cultuur dat het sowieso tot een eigenzinnige potpourri verwordt die ver af staat van wat in het binnen- en buitenland verschijnt.

Want ook binnen het sowieso al veelzijdige nieuwe Vlaamse striplandschap blijft Vandenbroucke een buitenbeentje. Die eigenzinnige stijl gecombineerd met een bijtende spot de niemand ontziet, maakt van Shady een intrigerend geheel dat in vergelijking met White Cube een belangrijke stap vooruit is, zonder het absurde of ongemakkelijke dat zijn debuut al zo intrigerend maakte, te verloochenen. Shady is geen werk dat zich vlot of snel laat lezen, maar het heeft wel een eigenheid die opnieuw aantoont hoezeer Vandenbroucke zijn plek verdient heeft als unieke verhalenverteller annex chroniqeur van deze vaak verwarrende tijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − drie =