Sabina Toll :: Madame a dit ‘oui’

“One metre fifty of stardust in your face,” luidt het op VI.BE, en daar is geen letter van gelogen. Sabina Toll bundelt jaren ervaring in een eerste eigen release, en die barst uit z’n voegen van de knetterende ideeën, het ene nog maffer dan het andere. Het resultaat is een voluptueus muzikaal pretpark dat wars van beperkingen en grenzen (“welke grenzen?”) een eigen gesjeesd universum op poten zet.

“Cabaret eclectique noir” wordt het elders genoemd en ook dat houdt steek, want Madame a dit ‘oui’ kanaliseert jeugd- en volwassen invloeden, inspiraties en obsessies in een geheel. Kon je haar in het verleden gemakshalve soms onderbrengen in het Vive la Fête-kamp, dan gaat het er nu een stuk grilliger (en gevarieerder) aan toe. Pompende postpunk, cabaretesk theater, Italo disco, psych, experimenteel en noir vinden elkaar in steeds verschuivende, soms surreële verhoudingen, alsof David Lynch een nieuwe van de pot gerukte dromerij in elkaar stak met ondersteuning van Siouxsie Sioux, Dresden Dolls, Marlène Dietrich, een intense trees uit een van die namiddagshows op Rai Uno, en Diamanda Galás.

Met die laatste deelt Sabina Toll niet zozeer de hardcore avant-garde als de vocale veelzijdigheid. Ze kan met die stem bombastisch schallen, lieflijk kirren en wellustig fluisteren, soms in één en dezelfde song. Voor de muzikale omkadering kon de naar Brussel verkaste Limburgse een beroep doen op kompanen uit zowat het ganse land. Een kleine voetbalploeg werkte mee aan het album, dat bijgevolg alle kanten uit stuitert. Toch wordt alles bij elkaar gehouden door Toll, die haar volk als een volleerde leeuwentemmer, maar dan op naaldhakken, naar haar grillen doet dansen.

De eerste albumhelft wordt meteen aangegrepen om het terrein af te bakenen en bewijst dat Madama à dit ‘oui’ eigenlijk met een koptelefoon beluisterd moet worden, want dan pas hoor je het galeienritme door de kiezelsteentjes slepen in “Humdrum Days”. Net als je denkt dat het blijft bij pulserende dreiging wordt er een flukse country-galop (!) in gestoken. Of neem “Space Cadet”. Geen uitvoering van het gelijknamige Kyussnummer, wel sudderend in moddervette bassen en met een tweede helft die aan het walsen slaat met een carnavalesk orgeltje en huilende theremin. Chris Goss zou er toch graag bij geweest zijn.

Dat theatrale wordt verdergezet in het titelnummer, dat afkomstig lijkt van een oude, ruisende grammofoonplaat, en “Le Temps”, waarin de stemmenlaagjes het aanzienlijke bereik van Toll in de kijker zetten. Het korte “The Marketplace” is de compacte, punky freak-out, met Toll die als volleerde Sophia Loren orde op zaken stelt. Het brengt ook alles in gereedheid voor een iets meer gestroomlijnde tweede helft. Met “Wong With Pleasant Surprises” en het trippende “L’Uomo Che Viene Da Un Altro Posto” (coolste stemeffecten sinds de Butthole Surfers!) duiken Toll en co. een groezelige ondergrondse nachtclub in, de muziek een soundtrack bij een bacchanaal van zweet, roodfluwelen gordijnen en schimmige verlichting. 

Nog stuff die weinig goede manieren belooft: het lijzig-sensuele “La Valigia”, mooi in balans gehouden door de speels-creepy stemmetjes en ranzige toetsen in de zwartjassenwave-annex-lekstokpop van “Last Woman On Earth”. Met “Lovebirds” krijg je ten slotte een even ingetogen als rootsy afsluiter voor de kiezen. Denk Mark Lanegan met een Isobel Campbell die pas haar kuisheidsgordel afwierp.

Alles bij elkaar opgeteld is dat nogal wat, ja. Madam a dit ‘oui’ is geen half werk, geen verdunde opkloproom of modieuze gimmick, maar een genereuze reis door de complexe, kleurrijke geest van Sabina Toll, een statement dat al langer aan het broeien was. Excentriek, full-on en doordrongen van een DIY-spirit waaraan moeilijk te weerstaan valt. Het kan natuurlijk ook aan ons liggen. Grazie, signora!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + elf =