Dick Harrison :: De geschiedenis van de slavernij

Bij slavernij denkt eenieder vast aan wat bekend staat als de transatlantische slavernij waarbij Afrikaanse slaven naar de VS verscheept werden om daar onder mensonterende omstandigheden te werken op katoenplantages terwijl hun blanke meesters in gigantische witte huizen omringd door een groene tuin genoten van het leven. De zweep werd meer wel dan niet bovengehaald en was het niet van het Noorden geweest dat een burgeroorlog opstartte om de arme slaven te bevrijden, dan zou het Zuiden nog decennia gezucht hebben onder het onrechtvaardige juk.

Het zijn de clichés die menig Hollywoodfilm graag naar voren schuift en roept bij iedereen een beeld op dat in veel gevallen helaas weinig accuraat of typerend voor de periode is. Zelfs de befaamde film 12 Years A Slave veroorlooft zich nog een aantal vrijheden – hoewel het gebaseerd is op het autobiografische werk van de voormalige slaaf Solomon Northup, dat een accurate, zij het uiteraard persoonlijke beschrijving geeft van het slavenbestaan circa 1840-1850. In de indrukwekkende studie De geschiedenis van de slavernij. Van Mesopotamië tot moderne mensenhandel graaft de Zweedse historicus Dick Harrison diep in de geschiedenis van de slavernij en rekent hij daarbij met een aantal hardnekkige clichés af zonder ook maar een moment een vorm van apologie te willen schrijven of feiten goed te praten.

Voor een goed begrip van wat onder slavernij dient begrepen te worden, dient eerst de term zelf afgebakend te worden waarbij meteen al duidelijk wordt dat elke definitie en gehanteerde criteria een arbitraire keuze zijn wanneer ze binnen een breder maatschappelijke reflectie rond onvrijheid geplaatst worden. Want hoewel bijvoorbeeld Europa vanaf de middeleeuwen nog weinig slavernij kende (althans wat de eigen bevolking betrof), beantwoordde het feodale systeem met zijn lijfeigenen nauwelijks aan de principes van gelijkheid en vrijheid voorstond, en kan net zo min ontkend worden dat slaven vaak samen met `vrije arbeiders` werkten waarbij de vergoedingen voor die laatsten vaak niet meer dan een hogerloon waren en de verschillen tussen hen en slaven op velerlei vlakken minimaal waren. Zelfs het idee dat slavernij automatisch een levenslange vorm van zware dwangarbeiders betekende, vraagt de nodige correcties.

Niet alleen waren er binnen verschillende slavenystemen doorheen de eeuwen en regio`s slaven die door konden dringen tot de machtigste echelons zonder hun slavenstatuut kwijt te raken, er waren vaak ook mogelijkheden om de vrijheid te herwinnen soms tijdens het leven van of de dood van hun eigenaar (dit laatste bij testament), andere keren doordat ze zich konden vrijkopen of een schuld afbetaalden. Niet alle slaven waren immers tegen hun wil in de slavernij gedwongen, sommige kozen voor een (tijdelijk) leven as slaaf om gemaakte schulden af te betalen, om een beter leven te hebben (slaven werden gevoed door hun meesters) of waren door familieleden verkocht of geschonken aan heersers. Slavernij kon maar was niet altijd een verdoemd lot, in bepaalde gevallen waren slaven zelfs beter af dan hun vrije lotgenoten waardoor zelfs slaven in machtige posities besloten het systeem mee in stand te houden.

De bekendste voorbeelden daarvan vormen de Turkse janitsaren en de Arabische mammelukken die in de eerste plaats als soldaten dienden maar snel konden opklimmen binnen de hiërarchie indien ze over de nodige talenten beschikten. De reden hiertoe was dat sultans en emirs vaak wantrouwig stonden tegenover hun ondergeschikten en andere machtige families terwijl de slaven, die al op jonge leeftijd ontvoerd en opgeëist waren (vaak uit Balkangebieden) louter aan hun meester trouw zouden zijn aangezien ze geen andere (familie)belangen hadden. Ook binnen de harems, die in het Westen een vertekend beeld kregen, heerste er een interne machtsstrijd waarbij de moeder van de sultan net als haar schoondochter uit de harem afkomstig was en niet altijd dezelfde belangen had.

Slavernij kende zo toont Harrison aan dan ook vele gezichten en onafhankelijk van de periode en culturele opvattingen kon een slavenbestaan hard zijn dan wel draaglijk in zoverre uiteraard een bestaan zonder echte vrijheid dat is. Opvallend is vooral dat gedurende de meeste eeuwen slavernij door geen enkele maatschappij in vraag gesteld werd, net zo min door meesters als door slaven. Slechts bij de opkomst van het Christendom en de Islam begonnen een aantal vragen te rijzen al bleef ook dan de traditie en het feit dat de heilige geschriften zelf slavernij goed leken te praten een argument tegen de afschaffing ervan. Een belangrijke reden dat slavernij de vele eeuwen overleefde, had dan ook in niet onbelangrijke mate te maken met het voordeel dat slavernij bood. Naast de verzekering van trouwe dienaars (indien ze konden opklimmen in de hiërarchie) gold het ook als een vorm van luxe en pracht: slaven waren vaak duur in aankoop en `onderhoud`. Aristocraten en rijke burgers konden hun rijkdom etaleren door `nutteloze` slaven te houden.

De belangrijkste reden voor slavernij blijft evenwel het feit dat ze vaak goedkope arbeidskrachten waren, iets wat zeker vanaf de 15e eeuw begon door te wegen toen met de ontdekking van het Amerikaanse continent ondermeer de suikerrietplantages en later de katoenvelden een economische meerwaarde vormden. Hoewel op deze plantages en velden ook vrije arbeiders voor hongerlonen werkten, golden vooral slaven als de belangrijkste werkkrachten waaraan vooral voor de suikerrietplantages, dankzij een bijna continue toevoer vanuit Afrika geen gebrek leek te zijn. De rol die Afrikaanse heersers en Islamitische slavenhandelaars hierbij speelden, wordt in hedendaagse analyses en discussies vaak over het hoofd gezien maar zoals Harrison overtuigend aantoont, hadden ook deze partijen meer dan hun belangen in deze handel en speelden zij evenzeer een belangrijke rol binnen het hele verhaal. Het einde van de transatlantsiche slavenhandel was dan ook te danken aan interventies van de Britse vloot terwijl die over het continent dankzij andere spelers kon voortgaan.

In De geschiedenis van de slavernij besteedt Harrison zowat twee derde van het boek aan de transatlantische slavernij waarbij hij het gebeuren vanuit allerlei perspectieven bekijkt en een aantal hardnekkige misverstanden uit de weg ruimt. Zo bezaten in de latere eeuwen de meeste slaveneigenaars slechts enkele slaven en hield in het bijzonder de overtocht van slaven naar de VS relatief snel op doordat Groot-Brittanië actief slavenhandel verbood. Binnen de onafhankelijke VS bleef de slavenpopulatie `op peil` dankzij gezinsuitbreiding en ontvoeren van vrije zwarten Noordelijke staten waar slavernij afgeschaft was of uitdovend. De door Abraham Lincoln opgestarte burgeroorlog had overigens meer te maken met het bij elkaar houden van de VS dan met een strijd tegen slavernij aangezien een aantal van de staten die zich bij Lincoln aansloten nog steeds vormen van slavernij kenden.

De manier waarop Harrison de `Amerikaanse slavernij` beschrijft, ontdoet van mythes en toch nog de perversiteit van het systeem aantoont, is de kracht van het boek. Zo goed als nergens heeft Harrison nood aan het opblazen van feiten, die spreken immers in al hun zakelijkheid voor zich (een enkele keer laat hij zich wel verleiden tot morele uitspraken, waarbij hij jammer genoeg niet altijd consequent is). De omvang van zijn onderzoek, ruim drieduizend jaar en zowat alle culturen, is indrukwekkend en werd oorspronkelijk dan ook in drie kloeke delen gevat. De geschiedenis van de slavernij is de vertaling ervan voor een breder publiek waarbij zo lijkt Harrison weinig heeft willen inboeten aan gegevens en feiten, in het bijzonder wat de slavenhande betreft vanaf de 15/16e eeuw en hoe deze zowel het Afrikaanse als Amerikaanse continent beïnvloedde (met uitstappen naar Azië).

In zijn poging hierbij correct en omvattend te blijven, verliest Harrison evenwel het overkoepelende verhaal uit het oog. Finaal wordt zijn boek een opeenvolging van feiten, streken en periodes die het bredere menselijke verhaal ondersneeuwen. Hoewel de `kapitalistische voordelen` van slavernij duidelijk worden en ondanks de nuanceringen de wreedheid van het systeem niet verdwijnen, wordt de lezer murw geslagen met informatie. Het maakt van het lezen een opgave die het niet behoort te zijn en dreigt het boek zo te reduceren tot een gecondenseerd naslagwerk eerder dan de noodzakelijke en historisch onderbouwde blik op slavernij doorheen de eeuwen en culturen heen. Het monikkenwerk van Harrison staat buiten kijf net zozeer als de relevantie ervan maar als het werkelijk een groter publiek wil bereiken, had een meer doordachte herwerking van de driedelige studie aangewezen geweest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 3 =