Keeley Forsyth :: Debris

“Schoenmaker blijf bij je leest” is een adagium dat wel meer van stal gehaald wordt wanneer acteurs en actrices zich opeens op een muziekcarrière wensen te storten. Nochtans zijn er genoeg namen te vinden die zich in beide disciplines positief weten te onderscheiden. Toegegeven, Scarlett Johansson en Johnny Depp zijn niet meteen de beste voorbeelden, maar artiesten als Billy Bob Thornton, Zooey Deschanel, Jeff Bridges en aardig wat anderen laten zich vooral positief opmerken, al lijken ze daarbij vaak voor klassieke genres als blues, (country)rock en lichte jazz te kiezen.

Van een heel andere orde is de Britse actrice Keeley Forsyth, die vooral bekend is om haar lange carriere in Britse reeksen, maar in 2014 ook een bijrol in Guardians Of The Galaxy wist te versieren. Hoewel Forsyth onder meer dans- en operazanglessen volgde en zelfs tijdelijk in musicals optrad, is ze vooral bekend van haar acteerprestraties, waarbij ze vaak emotioneel veeleisende rollen speelt. Die professionele keuzes zorgden samen met het feit dat ze als gescheiden moeder haar twee dochters voornamelijk alleen opvoedt, in 2017 voor een terugslag die zich fysieke uitte in een tijdelijke verlamming van haar tong. Op haar debuutalbum Debris geeft ze die gebeurtenissen op een opvallende manier een plaats.

Het is overigens opmerkelijk dat Forsyth nu pas met een album naar buiten komt, ruim tien jaar geleden werkte ze immers al met Matthew Boyle en Andrew Shaw een eerste performance uit, al is het niet die samenwerking die de basis legde voor Debris. Ook een latere ontmoeting met Adrian Flanagan en Dean Honer (The Eccentronic Resears Council), waarbij Honer samen met Forsyth aan een aantal nummers werkte en haar ook een harmonium uitleende, geldt niet als het startschot. De beslissing om met muziek naar buiten te treden, kwam er pas toen Forsyth ruwe opnames van haar songs bezorgde aan Matthew Bourne, die besloot in te staan voor de arrangementen (de productie is in de handen van Matthew Hobbs). Ietwat in de lijn van Bournes eigen werk is Debris een minimalistische plaat geworden die muzikaal weleens vergeleken wordt met Scott Walkers` Tilt terwijl Bourne en Hobbs zelf Forsyths stem omschrijven als een kruising tussen Peggy Lee en Nico.

Het is aanlokkelijk om het album als een persoonlijke terugblik op de traumatische gebeurtenissen uit Forsyths leven te beschouwen, in het bijzonder in het aangrijpende “Lost”, dat halverwege de plaat opent met een zuchtend gedeclameerd “Is this what madness feels like” terwijl de muziek op kousenvoeten aangeslopen komt en fluisterstemmen laat echoeën. De minimale inkleuring waarboven en -tussen de stem geweven wordt, is typerend voor het hele album. Het laat sfeerstemmingen primeren op uitgesproken melodieën en steunt sterk op de emotionele draagkracht van Forysth, die ergens tussen zingen en spreken in beweegt en als toeschouwer/verteller haar stem verleent aan de tragedie die over de nummers hangt.

Het is een opzet die aan het album een rituele sfeer geeft, mede dankzij het feit dat Forsyth consequent over haar (she) zingt en zo een scheiding optrekt tussen haar als zangeres en het bezongen personage. De ingreep die doorheen het hele album weerklinkt en de spaarzame omkadering, grotendeels gedragen door piano en occasionele strijkers of gitaar, verlenen het hele album een opmerkelijke vervreemding die de luisteraar in de rol van toeschouwer dwingt. In die optiek is het dan ook moeilijk om de nummers als individuele song te beschouwen, zozeer gaan ze in elkaar over. Tezelfdertijd dragen ze wel degelijk een eigen identiteit, zoals de ‘gitaarsongs’ “Black Bull”, “It’s Raining” en “Look To Yourself”, waarin de melancholie en zwaarmoedigheid telkens een andere invulling krijgen.

Het enige nummer dat echt breekt met de spaarzame, duistere invulling is het afsluitende “Start Again”, dat dichter aansluit bij new wave en onder meer herinneringen oproept aan de vroege The Cure dankzij de zweverige keyboards. Het is een interessante uitstap die Forysth hier maakt en die ondanks de breuk met de eerdere songs net passend is doordat het een eerste zonnestraal toelaat op een plaat die vooral door duisternis en depressie gedomineerd wordt. Het lijkt wel alsof Forsyth met het nummer duidelijk wenst te maken dat het album een periode afsluit en de deur op een kier zet voor een nieuwe start, wat rekening houdend met het feit dat ze al aan een nieuwe plaat werkt, niet eens zo vergezocht klinkt.

Ondanks de achtergrond waartegen het album vorm kreeg, en de voor de hand liggende vergelijkingen (mede dankzij de sterke verwijzingen naar de moeilijke periode die Forsyth doormaakte) wuift ze geregeld de vraag of het een persoonlijke plaat is, weg. Als actrice is ze immers geen vreemde wat het oproepen van emoties betreft, iets wat bij het maken van dit album een duidelijke troef vormde. Het zorgt echter ook voor een vreemde spagaat waarbij Forsyth enerzijds lijkt te putten uit haar eigen leven maar anderzijds ook bewust een theatrale afstand creëert die verder bevestigd wordt door de spaarzame muzikale inkleuring.

Debris is geen eenvoudige plaat en heeft ook niet de behoefte om de luisteraar te behagen. De afstandelijkheid die gepaard met een emotionele schreeuw verleent het album een kunstmatigheid die uitstekend past binnen een performance. Mogelijk was dit de enige optie die Forsyth voor zichzelf zag om het gebeuren een plek te geven en de luisteraar mee te nemen in een persoonlijk verhaal zonder zich te veel bloot te geven. Of dat een bewuste opzet was of niet, doet er niet eens toe want in die missie is Forsyth alvast geslaagd. Debris heeft zo iets weg van een tragedie, de luisteraar wordt meegesleurd maar kan nadat de plaat afgelopen is, weer opgelucht ademhalen in het besef dat hij niet meer dan een toeschouwer was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 5 =